Welkom

  Onlangs ben ik in de oude spullen van mijn schoonvader een schrift tegengekomen met daarin aantekeningen van de laatste weken van de tweede wereldoorlog. Het gaat over een aantal medewerkers van het Rode Kruis, die in delen van Brabant en Gelderland hulp hebben geboden. De naam van de auteur is mij niet bekend maar er worden wel een aantal namen in genoemd die voor de lezers misschien wel herinneringen oproepen. Uit het dagboek kan wel worden opgemaakt dat de auteur is geboren op 24 april 1900 maar verdere gegevens ontbreken. Ik heb het verhaal hieronder vermeld en hoop op reacties van lezers. Het verhaal begint op donderdag 19 april 1945 en eindigt op zondag 10 juni 1945. Een tweetal foto's heb ik toegevoegd van het St. Elisabeth rustoord en het kasteel Roozendaal, welke ik op internet heb gevonden.

Ik wens u veel leesplezier en hoop op reacties van mensen die dit herkennen.

Wim

De eerste bladzijde van het schrift heb ik gescand en kunt u hieronder bekijken:

 

Donderdag 19 april zijn we vertrokken om 2 uur 15 min. Zijn zonder pech in Breda aangekomen waar we in een school in Ginneken hebben overnacht. Die school was nog maar 24 uur in gebruik bij de H.K.R.K. alwaar we allereerst zijn begonnen om onze kribben in elkaar te zetten. Ik ben maat met Romeijn geweest. Ik heb van onderen gelegen en Piet van boven. Daar hebben we tot vrijdagmiddag heen en weer gelopen toen we nog onverwachts bericht kregen dat we mochten gaan pakken. Na veel heen en weer geloop zijn we dan vrijdag 20 april om half tien ’s avonds vertrokken met bestemming Grave. We hadden daar eerst nog een toespraak te beluisteren van Overste Laman Trip alwaar we met een Relief 11 zijn vertrokken. 4 wagens van ons en 2 wagens van Relief Team 11. De Renault had niet veel geluk. Overste Laman Trip stond te zwaaien en de Renault bleef staan. Ze hebben hem toen aangesleept, zijn onderweg nog een keer of wat blijven haken maar zijn toch aangekomen, 15 min later dan ons. Even buiten Den Bosch hebben we nog een café houder uit bed getrommeld die in pyama ons heeft bediend. We waren om 10 min voor één bij het St Elisabeth gesticht waar we hebben geslapen.

 

Ons eerste werk was brancards in elkaar zetten om te slapen. Daarmee waren we klaar om ongeveer 2 uur. Ik lag als laatste op bed, omdat ik de lamp nog moest uitdraaien. In die tusschentijd was Romeijn al in slaap gevallen. Zaterdagmorgen om 7 uur opgestaan, gewassen en geschoren. We hebben toen om 8 uur ontbeten. De gehele morgen zijn we aan de wagens bezig geweest. Om kwart voor 11 uur een Engelschman die met ons om benzine zou gaan. Om 1 uur moesten we met de wagens aan de ingang zijn om de benzine op te halen. Die Engelschman zij dat we in Heesch benzine konden krijgen. Wij op stap naar Heesch. Onderweg gevraagd aan Engelsche politiemannen , steeds verder rijden we. Toen we in Heesch aankwamen bleek dat er heelemaal geen benzinestation was. We zijn weer omgedraaid, een paar maal gevraagd en jawel hoor, daar hadden we het benzinestation. Die Engelschman aan het praten, we kregen geen benzine. Toen maar weer terug naar Grave. De afstand van Grave naar Heesch was ongeveer 17 KM. Het benzinestation was ongeveer 7 á 800 m van Grave verwijderd. We hebben dus nogal een paar KM’s te ver gereden. ’s Zaterdags avonds was het dansen in Grave. Daar zijn we met een man of 8 naar toe geweest. Het was maar een klein dansvloertje ongeveer 25 m2. Het was er heel druk en gezellig. De dokter is ook mee geweest. Hij kon niet dansen, maar hij is toch op de vloer geweest om een uur of 9 en toen hij eenmaal aan het dansen was wist hij niet van ophouden. Er waren ook nog al wat Eng. N afloop om half elf zijn we weer naar St. Elisabeth terug gegaan en zijn daar direct in bed gekropen. Er kwam om 10 uur nog iemand van ons team die zij dat de rijdende cantine er was, maar dokter zij dat komt wel goed, ze bewaren wel wat voor ons. En jawel hoor, ze hadden wat voor ons bewaard. Dat hebben we dan ook de volgende morgen na het eten verdeeld. Ze hadden voor ons 60 sigaretten, 1 scheermesje, 1 pakje kauwgom en 1 stuk chocolade en ½ stuk reep ter waarde van fl 1,75. We hebben daar zondagmorgen 22 april nog ontbeten en toen de wagens nagezien. We zouden om 2 uur vertrekken maar we hadden pech. De bombine van de Renault was kapot. Toen zijn we naar een autogarage gegaan waar de monteur regelrecht aan het werk toog. Na ongeveer 1½ uur aan de wagen te zijn bezig geweest, de bombine heeft de monteur uit een Eng. Wagen genomen, zijn we om 3 uur uit Grave vertrokken. We zijn gereden van Grave over Arnhem-Nijmegen naar Ellekom.

De Renault heeft nog bijna een Eng. Politieman getorpedeerd in de omgeving van Nijmegen. Opel wagen, die van Romeijn en Belois is onderweg nog een pak kaarten verloren maar we merkten het nog op tijd zoodat ze toch nog in ons bezit bleven. De meesten waren daarom gebroken omdat ze op straat vielen.

Om ongeveer 5 uur zijn we in Ellekom aangekomen. Dat is een gebouw dat door de Duitsers gezet is. De joden hebben daarvoor het werk moeten verrichten wat doorgaans met bajonetsteken en klappen uitdelen gepaard ging. Daar zijn ook een heleboel NSB-ers op die stichting en die moesten regelrecht aan het werk voor ons. Ledikanten klaar maken, kasten en tafels boven brengen en wat dies meer zij. Om 7 uur waren er een paar NSB-ers die zeiden dat ze nog geen eten gehad hadden. Ze kregen van een O.D.er ten antwoord: eerst de ledikanten enz. klaar maken voor deze menschen en dan eten. In dien tusschen tijd hebben we ons middagmaal daar gebruikt want smiddag’s zijn we zonder eten uit Grave vertrokken en zijn na het eten Ellekom eens gaan bezien. Zoo door het dorp lopende zagen we voor het raam een jongen op bed liggen en daar zijn we eens binnen gegaan. Hartelijk werden we daar ontvangen. Na een tijdje gepraat te hebben kwam het over de ziekte van de jongen. Hij mankeerde wat in de ingewanden en moest wit brood eten. Ze hadden nog wel wat witte bloem maar geen gist. Toen hebben we besloten om iedere morgen een boterham meer te vragen en dat naar Jan te brengen. Na nog een kopje thee te hebben gebruikt zijn we weer verder gegaan en kwamen weer bij een juffrouw die ziek te bed lag. Haar man klopte al tegen het raam, we waren toch van plan naar binnen te gaan, en riep ons binnen. Daar hebben we chocolade gegeven, dat hadden we gekregen om weg te geven, nu je kan begrijpen hè. Toen weer thee gedronken en gepraat hadden, er kwam bij die familie ook wel eens een juff. uit Terneuzen die een eindje verder als dienstbode werkt vertelde ze. Zijn we daar weer aangeloopen om 9 uur. Er kwam een aardig meisje naar voren +- 20 jaar in cimono. Die vertelde als dat de dienstbode al te bed lag. We zijn wee terug gegaan naar het kamp waar we nog een poosje hebben zitten kaarten en toen naar bed. Maandag 23 april opgestaan om 7.15 uur, ons gewasschen met water wat de NSB-ers in de vorige avond in van de Eng. Benzine bussen hadden gehaald. Even nog vermelden dat Oosters om 7.30 door zijn krib zakte. Daarna hebben we gegeten en hebben 15 boterhammen met boter en vleesch naar Jan gebracht. Ze waren er donders blij mee. Naar de schilder om verf om nog eenige letters en cijfers er op te zetten. Toen zijn we naar Dieren gegaan om het een en ander dat we noodig hadden te gaan halen bij de NBS spullen die uit NSB huizen afkomstig was. Vandaar naar de Edij fabrieken om 3 nieuwe emmers , 1 waterketel, 12 kroezen, 2 juslepels en nog het een en ander. ’s Middags zijn we met zijn 4 en naar Zutphen geweest. Daar woonde van Sante zijn schoonouders. Wat waren die menschen blij dat ze hun schoonzoon gezond en wel terug zagen. Zutphen heeft nogal geleden daar is veel gevochten. We hebben bij die fam. Nog het een en ander achter gelaten en zijn toen na wederzijdschen ervaringen verteld te hebben weer naar Ellekom terug gereden om ons avondmaal te gebruiken. ’s Avonds zijn we nog bij een paar fam op visite geweest. We gaan altijd met zijn vieren v. Riet, Bil, Romijn en ik en daarna weer naar het kamp. Ze hebben toen nog een poosje zitten kaarten en tegen 11 uur half 12 naar de kooi.

Dinsdag 24 april

‘K werd deze dag 45 jaar. De dokter heeft die dag samen met Dr Huisman al de NSB ers en moffen meiden onderzocht. ’s Middags hebben we een voetbalwedstrijd gespeeld tegen Team 28. We hebben met 4-1 verloren maar we waren steeds in de meerderheid. ’s Avonds was het om 8 uur dansen in een gebouw op het terrein georganiseerd door de Eng. Nu daar was niet veel aan. Enkel een piano. We zijn daar een poosje geweest en toen later met zijn 4 het dorp nog eens doorgewandeld.

Woensdag 25 april

Ik ben opgestaan en was ziek. Niet in ernstige mate enkel verkouden waar ik de gehelen dag beroerd van geweest ben. Ik ben toch nop de been gebleven en heb voor de dokter zijn auto beschermkappen gemaakt voor de verduistering bij de smid Berink in Ellekom. We zijn ’s middags naar Dieren geweest waar de meesten schoenen konden bekomen, die daar in beslag genomen waren. Ik had een paar mooie lage schoenen, een paar gimschoenen en een stukje leer voor het repareeren van 1 paar schoenen. Hebben in Dieren nog staan praten met van Dullemen een broer van Corrie uit de Matth. Smallegangeb. ’s Avonds weer eenige visites afgelegd en toen naar de kooi.

Donderdag 26 april

De wagens nagezien en toen om een uur of 10 zijn we met een Eng. Soldaat naar Nijmegen gegaan. Die moest worden opgenomen in het ziekenhuis aldaar. We kwamen daar aan net op etenstijd en daar we geen eten bij ons hadden heeft een Eng. B.K. soldaat, die met die zieke mee moest, er achter gezeten voor eten en jawel hoor het kwam er. Pap, 2 boterhammen, aardappelen met doperwten en vleesch. Vandaar zijn we naar den heer F van Riet geweest waar we een poos hebben zitten praten en toen naar het kamp. In dien tijd dat we nog waren met de Renault hebben de NSB ers de auto’s opgepoetst. ’s Avonds zijn we nog op visite geweest bij fam. Kloet die daar geëvacueerd zijn vanuit Zierikzee. Een kopje koffie hebben we daar gedronken en na de koffie nog 2 brandewijntjes omdat ik zoo verkouden was.

Nog even te vermelden over die voetbalwedstrijd. Daar bij dat kamp is een voetbalterrein en een sintelbaan. Nu was het gras van die wei in een poos niet gemaaid. Dat moest dus eerst gebeuren. Daar is iemand voor gekomen met een maaimachine en die heeft het afgemaaid. Daarna moest het gras er nog af. Ze hebben daarvoor die NSB ers genomen. Die hebben het met hun handen bij elkaar geharkt en zoo buiten het veld moeten brengen. Nu moest er nog gekalkt worden. Ook niet erg. De voormalige hoofdinspecteur van politie uit Arnhem werd daarvoor uitgekozen. Kalk mengen met zijn handen en daarna met zijn handen de lijnen voor het veld trekken.

Vrijdag 27 april

Vrijdagmorgen zijn we met de auto van dokter op stap gegaan om brandewijn vast te krijgen. Dat gelukte bij een firma en we kregen 3 fleschen brandewijn. Daar moesten we flessen voor hebben en ze verwezen ons naar een bessensap fabriek. Daar aangekomen geïnformeerd naar fleschen die we kregen en onderwijl nog geplost naar bessensap. We konden het gedaan krijgen om 50 fl. bessensap mee te krijgen, 25 rood en 25 zwart. Vandaar zijn we weer naar het kamp terug gereden, waar we de rest van de middag hebben doorgebracht. ’s Avonds om 6.30 moesten we gaan eten bij Kloet, dat hadden we de vorige dag afgesproken. Natuurlijk weer met zijn vieren. Het brood dat we in het kamp kregen hebben we meegenomen naar Kloet en daar gegeven en wij kregen in de plaats aardappelen, vleesch, witte bonen met snijbonen appelmoes na en daarna nog vla. Nu dat smaakte heel best. De rest van de avond hebben daar ook doorgebracht.

Zaterdag 28 april

Deze dag ging normaal voorbij. Alleen zijn we ’s avonds nog gaan dansen.

Zondag 29 april ging zonder eenige vermelding voorbij.

Maandag 30 april

Dit was de verjaardag van Prinses Juliana. Het was ’s avonds een groot bal, georganiseerd door de Hollanders, daar aanwezig op Avegoor. De zaal was feestelijk versierd met vlaggen en vlaggetjes, te leen gekregen van een buurtvereeniging uit Dieren. Groote schilderijen van Juliana, Bernard en Koningin Wilhelmina. Er waren ook 2 vaten bier aanwezig, beschikbaar gesteld door Militair Gezag waar we heerlijk van hebben gedronken. Er mochten die avond ook meisjes komen, die daar dan ook aanwezig waren uit Ellekom en Dieren. We hebben dien avond tot half een gedanst. Na het dansen hebben we nog een borreltje gedronken dat we een paar dagen geleden in Dieren hadden gekocht. Dien dag hebben we zelf ons eten moeten koken omdat het V.H.K. naar Harderwijk overgeplaatst werd.

Dinsdag 1 mei

Den geheelen dag is gewoon verloopen maar ’s nachts om kwart voor een kwamen er een paar heeren van de staf uit Breda die kwamen zeggen dat we nog een bijeenkomst hadden. Deze bijeen. Zou bij ons op zaal plaats hebben werd er voorgesteld. Dit was een vergadering voor de 2 Medische Teams die daar op Avegoor aanwezig waren, n.l. Team 26 en Team 28. We hebben ons direct aangekleed en een ½ uur later was heel de groep bij elkaar. Op deze vergadering werd besloten dat we van de Eng. linie door de Duitsche heen zouden gaan met toestemming van de D. Er werd daar nog heel wat besproken en veranderingen aangebracht. We moesten een hoop dingen die tegenstrijdig waren voor de D. achter laten. Dat spul dat we niet mee mochten nemen werd de volgende dag bij elkaar gezocht, in enveloppen gedaan en daarna werd het naar Roozendaal gebracht naar een kasteel waar familie van Pallant op woont. Het werd dus wachten op ons vertrek.

 

Het werd al W. en D nog niets dat er op leek dat we zouden vertrekken.

Het werd vrijdag dat we hoorden van de bevolking dat er door de D een onvoorwaardelijke capitulatie op komst was. Maar nog kwam het bevel niet dat we moesten vertrekken.

Zaterdag 5 mei kregen wij te hooren via de Eng. op de dansavond, dat de D algehele capitulatie hadden aangeboden. We waren er dus op berekend dat we gauw zouden vertrekken.

De zondag en de maandag gingen gewoon voorbij en jawel hoor, maandagnacht om kwart voor twee kregen we bezoek op zaal van een Eng. man, die ons kwam vertellen dat we de andere morgen, dus dinsdag 8 mei om 10 uur zouden vertrekken.

We hadden dus een kleine hoop dat we die dag zouden vertrekken, na al hetgeen we van vertrekken al steeds gehoord hadden, zonder dat er iets van waar was.

Wij de volgende morgen natuurlijk weer aan het pakken en laden gaan; we waren daarmee op tijd klaar en nadat we toen nog 2 uur gewacht hadden konden we om 12 uur uit Ellekom vertrekken. Een half uur voor wij weg gingen vertrok er een collonne marechaussee’s er sterkte van ± 300 man. Wat waren wij allen blij dat we nu eindelijk met ons werk eens een aanvang konden nemen.

Van de Eng. kregen we de opdracht dat we naar Bilthoven moesten rijden. Er ging voor onze collonne een Schot in jeep, die ons vergezelde tot Wageningen, vanwaar wij dan alleen verder trokken. Dat was te doen omdat we anders niet door W. konden komen omdat dat de vorige dag pas bevrijd was. Wat we onderweg allemaal gezien hebben, nu dat is niet te beschrijven. Ontzettende verwoestingen van Arnhem tot Wageningen.

Vanaf W. trokken we alleen verder, dat wil zeggen met 4 teams, eerst 26, toen 28, toen 18 en daarna team 31. Het waren zoo ongeveer 25 auto’s.

Toen we dan eenmaal W. voorbij waren, wat niet zoo gemakkelijk ging, hebben we nog nooit zoo een prettige reis gehad en zoiets zullen we wel nooit meer meemaken ook.

Overal in ieder dorp was het volop feest. We werden overal met gejuich en bloemen ontvangen, waarvoor we zoo mee ingenomen waren, dat we onderweg heel wat sig. en biscuits en chocolade uitdeelden. Onderweg ontmoeten we heel veel D. die nog gewapend langs de wegen trokken. Er waren er ook nog bij die aan het zwaaien gingen toen onze wagens voorbij trokken. Op een ander punt stond een D schildwacht op wacht die strak in de houding ging staan toen wij passeerden. Zoo kwamen we dan in Bilthoven aan waar al een motor ordenans op ons stond te wachten en die ons vertelde dat we waren aangewezen om met deze 4 teams naar A.dam moesten optrekken en daar ons werk te beginnen.

Wij dus op weg naar A.dam waar we onderweg nog heel vriendelijk werden begroet en onthaald op bloemen. In Adam kwamen we aan in het ziekenhuis waar we een paar uren moesten wachten terwijl de dokter alles regelde, waar we naar toe zouden gaan. Om 9 uur was het voor elkaar en reden we naar het Binnengasthuis. Toen we voor dat andere ziekenhuis stonden hebben we nog uitdeeling gehouden. Je zou er van onder de voet geloopen worden zo een stroom van menschen daar op af kwam. Daar hebben we ook nog gezien dat er een juff kaal geknipt werd. Een paar lui uit de een of andere achterbuurten gingen de moffenmeiden aan huis opzoeken met het noodige publiek er achteraan. Ze belden aan dan kwam die juff naar voren een poosje praten en dan de schaar erop. Ze vroegen ook nog aan het publiek wie er een goede schaar had. Klanten genoeg met scharen. Als ze kaal geknipt was gingen ze nog een rondje met haar maken en zoo gingen ze dan weer naar een andere.

 

Woensdag 9 Mei

 

Donderdag 10 Mei

 

 

Vrijdag 11 Mei. Deze dag had ik huishoudelijk werk met v Sante. ’s Morgens bedden opmaken zaal dweilen water halen en pap koken. Wel een aardig werkje.

Zaterdag 12 Mei. Deze dag was voor mij en Romeijn bestemd voor ziekenhuisverpleging. ’s Morgens om 7 uur in de keuken om pap te gaan koken voor de zieken zoo ongeveer 200 liter. Daarna de pap distribueeren naar de patiënten. Omgewasschen en daarna hebben we nog geholpen op zaal bij de zusters. Als er iemand wat in bed had gedaan moesten we daarbij helpen om te verschoonen. Dames en heren op de steek zetten enz.

’s Nachts had ik nachtdienst samen met zuster …Nu dien nacht hebben we het druk gehad dat beloof ik je. De meeste menschen hadden diaree en daar is wat van op te knappen. We hebben die nacht nog het een en ander gegeten en gedronken.

Om 4 uur kwam er een verpleegster van beneden die assisteerde bij onze zuster om de patiënten te wasschen. In dien tijd heb ik nog wat geschreven. Daar moesten al die flesschen opgehaald worden en leeg gemaakt in potten. Dat was voor onderzoek in het lab. Na de flesschen te hebben geledigd, de hoeveelheid opgenomen van een heele nacht en daarna de urine weggegooid. Om 7 uur kwamen de dag zuster weer dat is dus

Zondag 13 Mei

Weer pap gekookt en rondgedeeld en daarna ben ik zelf gaan eten. Na het eten ben ik gaan slapen. Moe was ik iet zoo zeer. Maar toen ik te bed lag, het was half 10, was ik gauw ingeslapen. Het is dan ook een hele dag geweest van zaterdagmorgen 7 uur tot zondagmorgen half 10. Om 1 uur werd ik wakker en kon zoo aan tafel om te eten.

’s Avonds zijn we Adam in geweest om een glaasje bier te koopen. We zaten in een cafe op de Nieuwendijk . Daar hebben we nog sig. uitgeruild en nadien vroegen we aan de kelner of hij soms een flesch jenever te koop had. Na veel wikken en wegen kregen we een flesch te pakken voor 31 domino en Wood Dine. We waren daar met v Riet en meisje van Team 18 uit Eindhoven en een Adamsch meisje die bij ons in de keuken werkt. Daar hebben we ’s avonds op de gang bij de piano nog wat van gedronken.

Maandag 14 Mei had ik dienst op de ambulance wagen. Patienten ophalen. Nu dat is ook een karwei hoor om die menschen van de tweede en derde verdieping te halen langs al die smalle trappen. De meeste menschen die we ophaalden lagen zoo maar op de grond op een matras, de ledikanten hadden ze deze winter opgestookt en helemaal bevuild onder het ongedierte. De plinten en lijsten van de muren waren ook al in de kachel verdwenen en stoelen hadden ze ook niet meer. Als je bij die menschen boven kwam dan had je in sommige gevallen wel een gasmasker nodig zoo erg was het.

De hierop volgende dagen en weken gingen normaal voorbij. 1e dag keukendienst, 2e en 3e dag ambulancedienst, 4e en 5e dag badkamerdienst. Dat ging zoo door tot 2 juni. Vanaf dat tijdstip hadden we geen keukendienst meer. En vanaf 6 juni namen we geen patiënten meer op.

Op vrijdag 10 juni zijn v Riet en ik naar Volendam en Marken geweest met 2 dames en 1 heer van Team 18. Nu dat was een mooi reisje hoor. En die Volendammer klederdracht dat was interessant. Alle mannen en vrouwen enz zoo in die dracht te zien loopen. We gingen er eigenlijk heen om paling te kopen. Maar toen we in Volendam waren werd er besloten om met een visschersboot naa Marken te zeilen. Nu daar waren we niet tegen, dat begrijp je. Er stond een behoorlijk windje dat was fijn hoor schommelen als ik weet niet wat. We waren een eindje op de Gouwzee toen die Volendammer stuurman het roer een beetje te ver omgooide. Daar kreeg v Riet me een schep water in zijn nek, nu dat was niet mooi meer. Helemaal nat. Zoo belandden we na heel wat geschommeld en gedobbert te hebben de haven van Marken binnen. Een drukte van jewelste.  We zijn daar aan wal gestapt en hebben nog een paar van die woningen bezocht. Wat is het daar prachtig en verschillende costumes hebben we daar nog bewonderd. ‘k heb zelf nog een trouwcostuum aangehad. Het was een costuum voor een vrouw. Wat hebben ze daar om gelachen. Toen zijn we het dorp op zichzelf gaan bekijken. Wat staan die huisjes kris en kras door elkaar en straten nog geen meter breed. En de meeste van die huisjes zijn van hout. Je treft maar een paar huizen aan die van steen opgetrokken zijn.

 

 

 
  Reageer