Godsdienst

Het grootse deel van het vikingtijdperk waren de vikingen heidenen en vereerde allerei goden en godinnen. De goden woonden in asgard, dat geloofde de vikingen tenminsten. Ook waren er drie Noren, heilige mannen die toekomst voorspelde, helemaal niemand kon aan hun voorspellingen aan ontsnappen. offers

odin Odin

Odin was de oppergod van de vikingen . Hij woonden in zijn paleis het Walhala . Daar berijden de gesneuvelde krijgers zich voor op een grote strijd, tegen het kwaad. Odin was de aller machtigste god van oorlog, de wijsheid, de kennis en de dichtkunst.

Thor

Odin mocht de oppergod zijn maar Thor had ook veel te vertellen. Odins zoon Thor was voorspelbarder en hij werd zeer vereerd door de vikingen. Thor was een goede krijger. Met zijn kolesale hamer joeg hij kwaadaardige wezens weg. De donder en de bliksem veroorzaakte Thor die met zijn hamer gooide. Toch was Thor een vriendelijke god, hij was altijd bereid om je te helpen.

kerk Christendom

Al vroeg in het vikingtijdperk trokken christenen naar ScandinaviŽ. Om de vikingen te vertelen over het christendom. ze werden meestal heel vriendelijk ontvangen. Maar uiteindelijk stuurde de vikingen hun toch weg. Ze hadden heel weinig succes, bij het verspreiden van hun geloof.