HET LEVEN VAN TOEN..


Een ge´nteresseerd familielid schreef mij eens toen hem een zeer voorlopige vorm van de Looise-genealogie onder ogen kwam, het volgende: "Kortom, die hele stamboom is een boeiend gegeven waarbij je je fantasie vrijelijk de loop kunt laten. Jammer dat we van niemand een fotootje of geschrift hebben. Zou het een lijdzaam volkje geweest zijn daar in Buyenskerke, wat kregen ze te horen in de preek en wat gebeurde er in de bedstee om maar eens wat te noemen?" Wat 't laatste betreft kunnen we slechts verwijzen naar de grootte van de gezinnen waar we soms vijftien of meer kinderen tellen waarvan een groot aantal een zeer kort leven was beschoren. Ook de ouders werden vaak niet veel ouder dan ruim veertig jaar! Er was daardoor een aanzienlijk aantal wezen. De ongelukkigen die geen verzorging bij familie vonden kwamen in weeshuizen terecht die door de regenten en kooplieden in de steden werden bestuurd. Het was dan ook normaal dat een weesjongen op kosten van het huis een kist met kleding kreeg toegewezen en als scheepsmaatje meevoer naar Oost-IndiŰ of een enkele reis maakte naar Texel vanwaar 's lands vloot uitvoer om de handelsroutes te beschermen. Het waren tenslotte woelige tijden! Dit soort wetenswaardigheden haalden we uit de notulen van de bestuursvergaderingen van de weeshuizen. Men moet goed onderscheid maken tussen weeshuizen waar de wezen werden ondergebracht en opgevoed en de 'Weeskamers'. De weeskamer vindt zijn oorsprong in de middeleeuwen en men trof ze aan in steden en ambachten in Holland en Zeeland. Hun taak was het waarborgen van een verantwoord beheer van de bezittingen van weeskinderen. Juist de actes van de 'Weeskamers' waarin de benoeming van voogden werd vastgelegd leveren nu veel gegevens voor ons genealogisch onderzoek. Om wat zicht te krijgen op de overige leefomstandigheden kan het volgende citaat dienen, het is een sfeertekening van H.A.Lunshof in zijn boek over Michiel Adriaensz de Ruyter (1607 - 1676). We moeten ons realiseren dat onze stamvader Willen Pieters Looys een tijgenoot was van deze beroemdheid. Wellicht geldt de volgende omschrijving ook voor ons voorgeslacht: "De voorvaderen waren boeren; soms werden zij door het geweld dier dagen soldaten. Altijd bleven zij arm en leefden zij karig. De oogst werd dikwijls vertreden door de legers, die over het land golfden. Een rokende boerenhoeve met een dood beest er voor was alles wat van klein, menselijk geluk overbleef. Denk niet alleen aan een oorlog, gelijk onze tachtigjarige, als een hero´eke strijd, waardoor wij ons de weg naar de vrijheid baanden. Gedenk ook het leed op deze weg geleden en weet, dat voor elke wapperende vaan van de opstand broos geluk in scherven viel of ergens een kind schreide. Her en derwaarts werden de boeren verdreven; sommigen werden opgenomen in grote legers en zwierven als landsknechten over Europa. Een hard, kort gebouwd geslacht, met zwarte haren, donkere ogen en een vaste wil. Waarop is de wil van mannen als deze gericht? Achter de ploeg lopen, zaaien en oogsten en op eigen veld het koren zien rijpen tot het golvend en geel is; de beesten op stal zien gedijen, als de kinderen in het huis, en 's winters bij een warme kachel zitten en in het spel der vlammen van nog beter koren en nog vettere beesten dromen. Maar ergens op de wereld klopt het niet. Koningen en keizers doen hun werk en ook zij willen zaaien en oogsten. Legers stoten op elkaar en er is iets wat geen boer op het veld, wat geen kleine man ooit zal begrijpen: Het waarom...."

verder>>

klik hier voor index