De Efteling
waarom ik er zo graag naar toe ga: soms moet je lang wachten en is het toch niet erg
nietlangwachten

Het is een aantal jaar geleden en nazomer. De bossen beginnen al een beetje te kleuren, het sprookjesbos is op zijn mooist. Ik ben vrijwillig reisbegeleider voor De Bonnefooi, een reisorganisatie voor verstandelijk gehandicapten. We rijden met twee busjes vanuit Sevenum in het oosten naar Kaatsheuvel. 

In de Efteling verdelen we ons in twee groepen. De "spannende groep" en de "sprookjesgroep". Voor wie het allemaal niet zo spannend hoeft. Voor mijzelf is éénmaal in mijn leven in de piranha ook meer dan genoeg en ik sluit me dus aan bij de heksen en reuzen. Droomvlucht lijkt een goed begin van de dag want het is topseizoen. Helaas pindakaas staat er om half elf 's ochtends al een rij van pakweg drie kwartier. Maar de Efteling zou de Efteling niet zijn als ze daar iets op gevonden hebben: een rijdende disco. En dat is iets wat onze doelgroep bijzonder aanspreekt. Bij de ingang van de Droomvlucht ontstaat een klein feestje. Want disco is muziek en muziek is beweging. En die beweging is onweerstaanbaar. We swingen ons naar de gondeltjes en nemen in die sfeer het ongenoegen bij heel wat bezoekers weg. Als je dan toch moet wachten, dan maar gezellig.

Deze herinnering roept weer een andere op: toen je nog niet via internet een kaartje kon kopen. Het is zomer en warm. Als ik steeds schrijf dat het heet is denken jullie dat ik niet tegen de hitte kan. Dat is ook zo. Erger nog, met de jaren groei ik door - in de breedte - en dat maakt dat ik er steeds minder goed tegen kan. In ieder geval, lange reis naar Kaatsheuvel, lange rijen voor de kassa. Voor mij in de rij een drie plussertje. Na de zomer naar de basisschool schat ik in. Een lekker vet aangezet verklede en geschminkte Efteling medewerkster wandelt mijn kant op. Ze vangt professioneel mijn blik. "Das nou toch ook wat....", begint ze. "Wat is er aan de hand?" speel ik er op in want iedere afleiding is welkom. Het meisje kijkt omhoog naar ons. Moeder glimlacht naar ons.

Efteling dametje gaat verder: "nou is toch alle erwtensoep op!". "Nee toch," schrik ik. "En daar had ik nou net zo'n zin in. Maar er is toch nog wel zuurkool met rookworst? Of  capucijners met spek? Of lekkere warme chocomel?". "Nee, daar gaat het juist over, alles is op!". En wij jeremieren nog een poosje door. Als je ooit in je leven een kind hebt ZIEN denken "die zijn hartstikke knettergek" dan had je dat kind moeten zien.

Ik denk dat zij bij een bezoek aan de Efteling denkt: "de mussen vielen van het dak en zij hadden het over erwtensoep. Zou ik die gekke wijven ooit nog wel eens terugzien?".

Ga terug naar huiswerkopdracht week 2: Huiswerkopdracht 2 AdV