De Efteling
waarom ik er zo graag naar toe ga: Glühwein is fijn
sneeuwpop

Het is een paar jaar geleden en het is winter. Koud, niet ijskoud en een laagje sneeuw. Zeurpietenweer. De Winterefteling. Kan niet zo leuk zijn als in de zomer. Toch hoor je enthousiaste verhalen.  Zullen we dan maar een keer.... we zullen en we gaan. We zijn er en kijken rond. Hm... de Efteling maar dan niet zo groot, niet alles is open en ik mis de zon, het is gewoon de Efteling maar dan koud. Nepsneeuw op de bomen maar met die kou ga je niet in de bootjes. Droomvlucht is mooi, maar daarna weer dat snottebellenweer. Mijn jarenlange Eftelingliefde krijgt een deukje.

Het gaat maar door, tot een uur of vier. Heb het wel gehad. Kan geen bobslee meer zien. Wil nooit meer in de pagode. En loop naar de uitgang.

Wat hoor ik daar? Een melige songfestivalkwis over de Sound of Music. Hm. Ongein. Jodelmuziek. Aanmoedigingen van het publiek. Mijn neus vertelt me iets. Ik ruik Glühwein. Ik wil Glühwein. En dan... het wonder gebeurt. Ik ben weer terug in mijn Efteling! Het is warm, het is gezellig. Ik moedig de kandidaten aan. Ik doe net of ik kan jodelen. We zijn met de trein dus hoppakkee nog een glas. De winter wordt zomer.

En iedere keer als ik bij de slijter een fles Glühwein zie staan denk ik: "Jodelahiti!!! Glühwein is fijn!".

Ga terug naar huiswerkopdracht week 2: Huiswerkopdracht 2 AdV