Ef Leonard

PoŽzie:
Merde alors
Judith
Pas nu je weg bent
Knusse kist
Proza:
Acceleratie


Merde alors

Doodzonde is het van mijn Frans,
ik sprak het zo verzorgd en vloeiend.
Zelfs voor Fransen was het boeiend
te luisteren naar mijn zinscadans.

Ja, vroeger was ik heel wat mans.
Een juniroos was minder bloeiend
dan ik die heel mijn leven stoeiend
doorbracht. Maar vooral, mijn Frans!

Nu zit ik hier, mijn mond verstomt,
mijn lamme benen op een krukje.
Mijn god, dit is het laatste stukje rukje.
Wat zonde van mijn Frans, verdomd!
Ik mummel nog, maar het dringt niet door:
Je vais mourir, ah ... merde alors!

Ef Leonard


Judith

Nooit heb ik haar teruggezien,
heeft hij na vijftig jaar gezegd.
Ik hield van haar vermoeide ogen,
het roze sjaaltje rond haar hals
en rechte bruine benen.

Opeens was ze verdwenen.
Ik had de dag ervoor nog clandestien
aan haar gevraagd of ze een plek wist
waar ze heen kon gaan.

Ze is toen even blijven staan
en heeft me naar zich toe getrokken,
een vinger luchtig langs mijn
lippen laten glijden en gezegd:
Het valt wel mee misschien.

Nooit heb ik haar teruggezien.

Ef Leonard


Pas nu je weg bent

sla ik een arm om je heen,
leg ik je hoofd aan mijn hals,
kijk ik je gezicht in een boom,
zie ik de groef naast je mond,
slaap ik de nacht naast je in,
spreek ik je toe in een droom,
zwerf je me weg van een boek,
zie ik hoe breekbaar je bent,

loop ik achter je schaduw aan,
draag ik je mee als een kind,
fiets ik naast je op de weg,
zie ik hoe koud je het hebt,

hoor ik geen zwaluwen meer,
voel ik hoe herfstig het wordt,
zie ik hoe triestig je kijkt,
vind ik het woord dat ik zocht.

Pas nu je weg bent.

Ef Leonard


Knusse kist

Niets is er knusser dan een kist.
Ik hoor de schepjes zand al vallen
en denk: verrek maar jullie allen
die nu nog leven in de mist.
Ik weet, ik heb me niet vergist,
het zal me hier heel goed bevallen.
Ik hoor de schepjes zand al vallen.
Niets is er knusser dan een kist.
0, als Heleen dat nu eens wist,
dat niets je dood meer kan vergallen,
je hier zo makkelijk af kunt vallen,
dan had ze mij mijn plaats betwist.
Niets is er knusser dan een kist.

Ef Leonard


Bovenstaande gedichten zijn afkomstig uit de bundel "Haar hand verlicht de angst", in 1994 uitgegeven door De Beuk / Amsterdam.

Ef Leonard - Acceleratie

'Die reclamejongens,' zei John Putteroy.'Maken die spots over het algemeen veel te zoetig. Stemmen ze af op waspoedermevrouwen. Blawa's zijn mannelijk, vereisen gespierde spots die mannen aanspreken. Beetje geweld, beetje wilde seks. Benieuwd wat Rufus er nou van gemaakt heeft.'
'Laten we er het beste van hopen, John,' zeiden wij en hielpen hem in zijn autojas.
Buiten deed ik het portier van zijn donkergele Blawa voor hem open en ik kreeg nog net de tijd om naast hem te springen voordat hij zijn mannelijkheid weg liet spuiten. Blawa's accelereren geweldig, en om dat tot uiting te laten komen, was de bedoeling van de spot die we gingen keuren.
John is onze chef marketing, fijne kerel, keihard, haalt het beste uit de mens te voorschijn. Zandkleurig haar, diepliggende grijze ogen.
Rufus deed zelf de deur voor ons open, gromde wat in zijn baard en trok een gezicht.
'En?' vroeg John Putteroy.
'Voor mekaar,' zei Rufus en gaf ons een knipoog.
De vorige keer had hij ons teleurgesteld met een tam spotje over een snel optrekkende Blawa die uit een wachtende file te voorschijn spoot, te voorschijn spoot, te voorschijn spoot, terwijl menselijke stembanden, die op een claxon aangesloten schenen, luid BLAWA, BLAWA toeterden.
'Goedkoop trucje,' hadden we gezegd toen we het gezicht van Rufus weer zagen opduiken.
'Mja,' had John eraan toegevoegd.'Ik mis iets. Als een man zoiets ziet, moet hij spanning in zijn broek voelen en ik heb niks gevoeld.'
En nu zaten we opnieuw in Rufus' zaaltje.
De ruimte versmalde zich tot een rechthoekige lichtvlek. Een donkerogig jongetje huppelde over zonnige straattegels en bleef staan voor een zebrapad. Heel in de verte startte een blauwe Blawa. Het donkerogige jongetje keek naar links, keek naar rechts en stak het zebrapad over. Zijn kleine schaduw rekte zich teder uit over de strepen en viel al over de stoeprand aan de overkant, toen de blauwe Blawa hem greep en nijdig opzij wierp. Het rood van zijn bloed was prachtig helderrood en spoot hem uit neus en oren.
'Blawawawa, wat een accelera-atie,' zong een hemels koortje op de achtergrond, waarna het licht weer aanfloepte.
'En?' vroeg Rufus.'Heb je de acceleratie in je broek gevoeld?' vroeg Rufus.
'Mja,' zei John Putteroy.

Terug naar Pennenvruchten
Terug naar Clara's Boekenrubriek