NET-SCHRIFT

TUSSEN WAARHEID EN WAANZIN door Marcel Hulspas en Jan Willem Nienhuys Pseudo-wetenschap?

Eigenlijk is 'pseudo-wetenschap' een contradictie. Een theorie is wetenschappelijk 'bewezen' of zij is geen wetenschap. 'Pseudo' is dan pseudoniem met 'niet', 'namaak' of 'bedrieglijk'.

Toch pretenderen Marcel Hulspas en Jan Willem Nienhuys in hun lijvige boek Tussen waarheid & waanzin een bijna complete encyclopedie te hebben gemaakt van de pseudo-wetenschappen. Afgezien van het zgn. demarcatieprobleem (wanneer zijn de aanspraken van een theorie geldig?) is het een boeiende en leerzame uitgave geworden, niet in de laatste plaats door de uitdaging aan de lezer zijn meningen te toetsen en soms te herzien.

Beide auteurs zijn na hun studie (resp. sterrenkunde en wiskunde) actief in de Stichting Skepsis, die wetenschappelijk gefundeerd onderzoek verricht naar en voorlichting geeft over de pseudo- wetenschappen en het paranormale.

Zij gaan in hun woord vooraf ook in op dat demarcatieprobleem en komen tot de conclusie dat iemand een pseudo is als zijn uitspraken niet kloppen. De benaming 'charlatan' komt er dichtbij en sommigen zijn dat ook duidelijk. 'De pseudo heeft een persoonlijke overtuiging die hij wetenschappelijk wil funderen.' Maar de fundering rammelt, aldus de auteurs.

Het boek telt honderden lemma's over verschijnselen, geneeswijzen, overtuigingen enz., die met behulp van veel documentatie, gezond verstand en een heldere redeneertrant naar de schroothoop van de wetenschap worden verwezen.

Veel plaats nemen de 'populaire' pseudo's in: ontvoeringen door buitenaardse wezens, grafologie, Loch Ness, graancirkels, UFO's, spiritisme, enz. Minder bekende als piramide-krachten, levitatie (het zich op paranormale wijze verplaatsen door de lucht), het boek Urantia en vele andere bewijzen dat pseudo's van alle tijden en van alle culturen zijn.

Pseudo's zijn ontwikkeld door mensen. Vele bekende en een nog groter aantal onbekende personen krijgen een korte biografie met een uitleg van zijn/haar theorie.

Van Hitler en Teilhard de Chardin, tot Rudolf Steiner en Rosemary Brown, de Engelse huisvrouw die midden jaren '60 honderden composities van gestorven componisten 'doorkreeg'. Allemaal wetenschappelijke nep, soms onbedoelde charlatanerie, soms crimineel. De wonderdaden van Raspoetin worden even resoluut onderuit gehaald als de psychologisch onschuldige theorie van Carl Gustav Jung.

De meeste geleerden, wereldverbeteraars en halvegaren zijn goudeerlijk, 'hopeloos op zoek naar iets hogers dan de kennis zelf', aldus de achterflap.

Misschien zijn ook de auteurs wel op zoek naar iets hogers dan de kennis zelf, namelijk de ontmaskering van pseudo's, voorbijgaand aan de elementen van waarheid die erin kunnen zitten. In dat geval lijken zij op de Kretenzer die zei: Alle Kretenzers zijn leugenaars. Waar of niet waar?

Uitgeverij De Geus, 429 blz. 59,90.

Naar de eerste- , de tweede-, of de derde pagina van NET-SCHRIFT

Terug naar de Boekenrubriek