Gentse Perikelen


De teruggang van de economie van de stad Gent in het begin van de 16e eeuw ( de lakennijverheid die de stad groot had gemaakt bestond nog amper ) leidde in 1537 tot een politieke crisis . De landvoogdes , Maria van Hongarije , eiste van de drie steden Gent , Brugge en Ieper een subsidie van 1.200.000 gulden om een leger van 3000 man te onderhouden . Gent weigerde dit , evenals de andere steden .

Keizer Karel V ging zich ermee bemoeien en kwam in 1540 met een leger van 3000 duitse soldaten naar Gent en maakte van deze repressie een groot spektakel . Alle gentenaars moesten op hun knieŽn vergiffenis vragen en enkele prominenten moesten hem zelfs blootsvoets en in hun hemd en met een strop om hun hals om genade smeken .

Deze vernedering alsmede de economische achteruitgang maakte Gent tot een vruchtbare voedingsbodem voor het protestantisme . Philips II , de zoon en opvolger van Karel V zette de strenge vervolging van de protestanten , ook wel " geuzen " ( bedelaars ) genoemd , die door zijn vader was begonnen , voort . Tussen 1530 en 1566 werden er 56 protestanten te Gent geŽxecuteerd .

De calvinisten kregen steeds meer invloed in de stad . In deze periode traden te Gent twee volksmenners op de voorgrond : Jan van Hembyze en Frans van der Kethulle , heer van Ryhove . Toen de hertog van Aarschot door de Staten Generaal tot gouverneur van Vlaanderen benoemd werd , viel dat niet in de smaak bij de aanhangers van Willem van Oranje .
Hembyze en Ryhove lieten Aarschot uit zijn bed halen en gevangen zetten en installeerden een calvinistische raad van 18 leden naar Gents model. Er ontstond een calvinistische dictatuur die met wilde haat om zich heen sloeg naar alles wat katholiek was. Er vond in 1578 met de zegen van de "overheid" een tweede beeldenstorm plaats, nog erger dan die van 1566 .
Alles werd in de St.Salvatorkerk en in de St. Michielskerk , alsmede in de St.Baafs en in de St.Pieter kort en klein geslagen . Ryhove liet op 4 okt.1578 Hessels - een vroeger lid van de Bloedraad die o.a. het doodvonnis van Egmond en Hoorn had ondertekend - zonder enige vorm van proces aan een boom opknopen . Hij vertoonde zich daarna met de grijze baard van de ouderling op zijn hoed gestoken .

Plots veranderde Ryhove van politiek ; hij schaarde zich in het kamp van de gematigden en werd een trouw volgeling van Prins Willem van Oranje . Hembyze nam dit niet en greep in 1579 naar de macht te Gent . Hij verving het schepencollege en benoemde zichzelf tot eerste schepene . Oranje moest naar Gent komen om orde op zaken te stellen . Op 18 aug. 1579 deed hij zijn intrede en kort daarop werd Hembyze naar Duitsland verbannen .
Echter , na de " Franse Furie " te Antwerpen op 17 ja. 1583 verloor Ryhove elke autoriteit .
Hembyze werd uit ballingschap teruggeroepen .Toen hij echter Dendermonde , dat in handen was van Ryhove , wou gaan aanvallen werd hij beschuldigd van verraad en vervolgens op 15 mei 1584 gevangen genomen . Hij werd op 4 aug. onthoofd ; zijn hoofd werd op een piek geplaatst , doch viel naar beneden en verwondde een omstaander . Ryhove vluchtte naar Delft , waar hij enkele dagen voor de moord op Willem van Oranje aankwam .
Gent , inmiddels veroverd door de spanjaarden ( 17 sept. 1884 ) was een ruÔne geworden ; de kerken en kloosters stonden vol koeien ; de stad was verschrikkelijk vuil en stonk . De calvinisten kregen twee jaar om zich te bekeren of om de stad te verlaten .

Deze " Gentse Perikelen " hebben de verschillende families Goethals te Gent niet onberoerd gelaten . Op 28 oct.1577 wordt Judocus Goethals , ( zie no. XXI-b , hoofdtak Goethals ) een " godvruchtigen en vreedzamen poorter der stad Gend , zynen godsdienst en zynen koning getrouw zynde " , door bendes van Hembyze en Ryhove , omdat hij weigerde toe te treden tot de Calvinistische Raad van 18 , gevangen genomen , mishandeld en de oren afgesneden , hetgeen tevens het leven kostte van zijn huisvrouw Cathelyne van de Guchte en zijn oudste kind Marie , die " beyde van verdriet en weedom stierven " .
Zijn broer daarentegen , Lieven Goethals , ( zie no. XXI-a , hoofdtak Goethals ) gehuwd met Lieve Damman , was een vriend en " luitenant " van Jan van Hembyze en moest noodgedwongen , na dienst dood op 4 aug. 1584 , vluchten naar de Noordelijke Nederlanden .
Zij kwamen uiteindelijk terecht in Hoorn waar zij een geslacht nalieten waarin verschillende calvinistische domineeīs voorkwamen . Zijn kleinzoon , Johannes George Goethals , werd zelfs predikant aan het hof van Prins Frederik Hendrik , ( zie de " Goethals Hall of Fame " ) .

Bronnen:
Een compilatie van het artikel " Stropdragers en Brekers " uit " De Muntklapper " , april 1997 .
Goethals-Kronyksken van T.A.L. Schellinck

Terug naar de Goethals Historie