Linkshanders
opgelet! Hier volgt het verhaal van een sportmateriaal dat u volledig
links laat liggen. De hockeystick. Eén mal. Eén vorm. Voor
iemand die links is, is geen linkshandige stick voor handen. De minderheid
in het hockey moet zich maar aanpassen. Van hockeysticks zijn alleen maar
rechtshandige exemplaren op de markt. ‘Het is op zich niet lastig,
denk ik’, vertelt Minke Booij. ‘Hoewel ik zelf alles rechts
doe. Maar iemand die links is leert dus vanaf het allereerste begin al
rechts te hockeyen. Ik zie in elk geval geen verschil tussen links- en
rechtshandige hockeyers. Iedereen stuurt met rechts en beweegt met links.’
Misschien is het iets voor bondscoach Marc Lammers om toch een linkshandige
stick te ontwikkelen. Wellicht helpt het. Hij is in elk geval wel een
innovatieve coach. Zo kwam hij een paar jaar geleden met een zogenaamde
sinterklaasstick, zo genoemd omdat de krul van de stick leek op de staf
van de goedheiligman. ‘Die was speciaal gemaakt voor de strafcorner.
Je kon de bal als het ware in de krul leggen en hem wegslingeren. Gewoon
hockeyen kon er niet mee. Daarvoor was hij te dun. Dat is namelijk een
van de eigenschappen van de krul van een stick. Hoe dunner en lichter,
hoe beter hij is om mee te pushen. Is hij dikker en zwaarder, kun je er
beter mee slaan. Als verdediger heb ik dus die laatste.’
Een paar jaar jater kwam de Fransman Frédéric Soyez met
een vergelijkbaar product waarbij de stick ook nog eens krommer was. Die
was vooral handig voor de sleeppush, waarvan bijvoorbeeld Taeke Taekema
en Ageeth Boomgaardt veel gebruik maken. Soyez rekende echter een hoge
prijs voor het gebruik van de stick en alle landen weigerden hem te gebruiken.
‘De kromming van de stick is ook van belang. Als je vaak een sleeppush
gebruikt, wil je een zo krom mogelijke stick. Je kan dan vanuit een push
heel hoog slaan en de bal ook weer de bovenkant van het doel inslingeren.’
Maar de hockeybonden zijn niet zo blij met dit soort veranderingen. De
stick mag tegenwoordig een maximale amplitude hebben van vijf centimeter,
en bal van vijf centimeter kan er dan precies onderdoor rollen als de
stick op de grond ligt. Vanaf 1 januari is internationaal zelfs nog maar
tweeënhalve centimeter toegestaan. De sticks van Lammers en Soyez
zijn door de regelgeving al eerder verboden en bovendien mag je ook niet
meer van stick wisselen tijdens de wedstrijd. Tenzij die kapot is natuurlijk.
Maar kapotgaan doet een stick, tussen 340 en 794 gram, tegenwoordig bijna
niet meer. Hij is niet meer, zoals in de oudheid, van het sleetse bamboe
of aluminium. ‘Ik heb zelfs nog wel gezien dat iemand speelde met
een aluminium steel, waarin dan een houten krul was gedraaid. Gevaarlijk
natuurlijk, want het hout kon er zo uit vliegen.’ Tegenwoordig zijn
de sticks van hout of kunststof, hoewel in de houten stick ook wel kunststof
als glasfiber zit verwerkt. ‘In de topsport gebruikt volgens mij
tachtig procent al wel kunststof sticks. Hout raakt uit. Dat is ook omdat
een kunststof stick altijd hetzelfde is. Hout is nooit precies gelijk.
En met het perfectioneren van de techniek van de spelers is dat natuurlijk
wel belangrijk.’
Techniek is belangrijk in hockey, want al sinds de eerste opstelling van
de regels in 1886 mocht maar met een kant van de stick worden gespeeld,
de kant die al sinds jaar en dag plat is. Wie dit in de oudheid van het
hockey ooit heeft bedacht is onbekend. Wat wel waarschijnlijk is, is dat
het geen linkshander was.
© Pieter
van Klinken 2005
Terug
Pieter
van Klinken, Karel Doormanstraat 21, 4461 GN Goes, Tel.: (+31)628673281.

|
|