Introductie.

 

 

Omdat een mens van nature lui is, en dat dit bij mij  redelijk goed ontwikkeld is, heb ik besloten om een volledig automatische brouwinstallatie te gaan bouwen.

Wat hieraan vooraf is gegaan en wie ik ben wil ik zo "kort" als mogelijk is in deze introductie behandelen.

 

Het "kort" op schrijven van deze introductie die eigenlijk "de geschiedenis van het door amateurs vervaardigd  bier in Nederland" zou moeten heten, zal helaas voor de ongeduldige lezer een pittig verhaal worden, maar naar ik hoop niet minder interessant.

Bovendien was het niet mogelijk om deze tekst in de knop aan de linkerzijde te zetten vandaar kortweg introductie.

 

Mijn naam is Jan Schaap, ik woon in Oost-Souburg (gemeente Vlissingen) van de provincie Zeeland,  en mag mijzelf amateur bierbrouwer noemen van het allereerste uur.

Nog voor er boekjes e.d werden uitgegeven, hoe bier gebrouwen moet worden, ben ik begonnen met het brouwen van bier.

 

De aanleiding was een cursus wijnmaken, die mijn toenmalige zwager volgde bij Jan van Schaik, een leraar Engels op de MAVO in Vlissingen.

Van mijn toenmalige zwager kreeg ik een vruchtenwijntje dat hij vervaardigd had, niet slecht hoor maar ik was en ben nu eenmaal een bierdrinker (gulzig ben ik dus ook , omdat ik niet van kleine slokjes houd)

 

Mijn voorliefde voor bieren en zeker alle verschillende variëteiten die in België gebrouwen worden was reeds ontwikkeld.

Mijn lievelingsbier was en is nog steeds Liefmans kriek, niet dat ik Trappisten, Geuze e.d. minder lekker vindt, maar een Liefmans.........

 

Afijn, ik vroeg mijn zwager of deze cursusleider ook iets van bier wist en zo ja of hij mij kon vertellen hoe ik even een kriekenbier kon brouwen, omdat ik in mijn tuin 2 grote kersenbomen had staan die zoveel vruchten produceerden dat dit te veel was om zo te eten en de kersenjam me de oren uit kwam.

 

Op de lagere school kreeg ik ooit reclamemateriaal van Heineken bier uitgedeeld, een a4tje met hierop uitgebeeld het brouwproces.

Het leuke van dit a4tje was dat er met materialen werd gewerkt die iedereen toendertijd in de keuken had. Mijn grootmoeder bereidde nog af en toe met een hooikist het eten,  die o.a. ook op dit a4tje te zien was. 

(voor de lezer die dit a4tje heeft of weet hoe ik hier nog aan kan komen al was het maar een kleurenkopie is mijn eeuwige dankbaarheid op het minst zijn of haar deel)

 

In mijn gedachtegang kon het brouwen van bier dus in zijn geheel niet zo moeilijk zijn als je maar wist wanneer de kersen bij het brouwsel moesten.

Immers de Batavieren, ook wel bekend van het dobbelen en het drinken van bier, kenden het proces van het vergisten.

 

Via mijn zwager werd ik dan ook uitgenodigd om bij Jan van Schaik langs te komen.

Gewapend met een bos bloemen voor zijn vrouw Irma en 20 kg kersen, zodat hij hier wijn van kon maken maakte ik kennis met Jan van Schaik.

 

Toen ik de grote vraag stelde hoe je bier moest brouwen viel het antwoord mij een beetje tegen.

Jan gaf me een blik met de mededeling dat ik de inhoud moest mengen met water en dit even laten koken. en voor de rest de instructies van het blik maar moest opvolgen.

 

"Als het sapje afgekoeld was moest ik het zakje met gist er maar bij doen en zien wat er van kwam.

Nog een korte uitleg over een hyddrometer en hoe hier mee om te gaan en dat was het zo'n beetje.

Maar wanneer moeten de kersen er nu bij vroeg ik nog, het antwoord was ook al niet te moeilijk. Gewoon als de hoofdgisting bijna klaar is hevel je het jongbier over in een mandfles en laat de kersen nog enige tijd mee vergisten onder het waterslot"

 

Dit was toch niet wat ik begrepen had van het Heineken reclamemateriaal, maar het resultaat van mijn "eerste gebrouwen bier" was geweldig te noemen.

 

Door het regelmatige contact dat ik van nu af aan had met Jan van Schaik en de contacten die Jan op zijn beurt  had in Engeland met de wijn en bierbrouwers aldaar begon ik samen met Jan te brouwen zonder gebruik te maken van prefab biertjes uit blik.

 

Mout halen bij de bakker, de hooikist van mijn grootmoeder nagebouwd en een koffiemolen van de rommelmarkt, mayonaise-emmers en een stukje horrengaas waren de eerste attributen voor mijn brouwerij.

Het geklungel met deze brouwspullen en het gezeul met water en hete wort brachten mij al snel op het idee om ander artikelen en systemen te bedenken.

 

Achtereenvolgens  werden door mij ontwikkeld of aangewend voor het brouwen:

De thermo-lepel (een houten  lepel voorzien van in gefreesde  thermometer) waardoor roeren en de maisch temperatuur gelijktijdig konden worden afgelezen.

De koelspiraal om de wort zo snel mogelijk te koelen.

(spiraal geplaatst in het hete wort waarvan het principe is afgekeken van een geiser)

Biervaten om in te koken in plaats van een pan (vaten bleken een stuk goedkoper dan een originele rvs  pan.)

Een wasdompelaar t.b.v het op temperatuur brengen van de maisch en of het koken van het wort.

 

Alhoewel deze "uitvindingen" door mij het brouwen van bier iets gemakkelijker maakten en het bier dat ik brouwde in kwaliteit hierdoor steeds beter werd, was dit toch nog niet genoeg.

 

Ondertussen begon Jan aan het schrijven van zijn Groot zelf Bier brouwboek en tekende hij onze en van nog enige anderen ontdekkingsreizigers de ontdekte brouwervaringen op.

Samen met Jan van Schaik, Herman ter Beek en ikzelf richtten wij het Walchers Wijnmakers en Bierbrouwers-Gilde op.

Hieruit ontstond het Bierkeurmeesters-Gilde en was ik destijds één van de eerste 14 bierkeurmeesters van Nederland.

 

Mijn brouwattributen evolueerden zachtjes aan naar een brouwinstallatie doordat ik de hooikist verving door een geïsoleerd biervat met roer mechanisme die ik elektrisch verwarmde met  elementen uit een wasmachine.

Als zeef had ik een half biervat voorzien van een rvs gaas bodem en een kogelkraan.

De dubbele bodem die hieronder door ontstond vulde ik eerst met water voordat ik de maisch op de zeef stortte om dichtslaan van het filter te voorkomen.

Door enkele malen het wort af te tappen en dit zachtjes weer bovenop te schenken werd mijn wort snel helder.

Hierna spoelde ik uit met water uit mijn kookketel (rvs biervat) en ving het op in een bak.

Als mijn kookketel leeg was kon ik het wort in de kookketel doen en gaan koken.

 

Dit alles zorgde er voor dat ik enkele jaren achter elkaar clubkampioen was.

Ik deelde voor het Walchers Wijnmakers en Bierbrouwers Gilde veel van het door mij gemaakte bier uit op braderieën en ambachtsmarkten, waar ik ook de demonstraties verzorgde voor de club.

 

Op één van deze braderieën kwam ik Ronald Francois.tegen.

Ronald was lid van het Wijnmakers-Gilde Luctor et Fermento uit Goes.

Deze wilde het bierbrouwen promoten in zijn club, maar ondervond hierbij weinig medewerking in die tijd.

Samen besloten wij om in de omgeving van Goes een bierbrouw cursus op te zetten voor de liefhebbers aldaar.

Wederom brouwde ik liters bier op eigen kosten om de cursus te kunnen starten in Kapelle en 

huurden we een zaaltje.

 

Eigenlijk was het de bedoeling dat de cursisten konden kiezen of zij lid wilden worden van het Walchers Wijnmakers en Bierbrouwers Gilde of dat zij naar Luctor et Fermento zouden gaan aan het einde van de cursus om zo meer tegengewicht te kunnen geven aan de wijnmakers binnen beide verenigingen.

Ook dit nam weer een geheel eigen wending doordat aan het eind van de cursus een homogene groep was ontstaan die het liefst zelfstandig verder wou gaan als een bierbrouwers gilde.

 

Ik werd verzocht om nogmaals een brouwcursus te leiden om een bierbrouwers vereniging van de grond te krijgen, ik verleende hieraan mijn medewerking maar Roland had het wel gezien omdat hij eigenlijk door zijn vereniging met de nek werd aangekeken. ( Door de vele wijnmakers in deze vereniging, kregen de bierbrouws geen kans)

Een van de eerste cursisten was Ad Schoenmaker en hij wilde de nieuwe cursus wel samen met mij opzetten.

 

Ad brouwde op zijn kosten het bier voor deze cursus en regelde samen met zijn vrouw Corry  de rompslomp van administratie, zaal etc, etc.

Ad als beginnend brouwer moest wel telkens erg veel van mij weten en ging steeds dieper op de materie in.

Aan het eind van deze 2e cursus werden de Deltabrouwers opgericht en had Ad besloten de kleinste brouwerij van Europa te beginnen in de Hollandse hoeve te Goes.

Deze Minibrouwerij  heette "de Gans" en heeft ongeveer 13jaar bestaan.

 

Nogmaals maar nu als gewoon lid bij de Deltabrouwers verzorgden Ad en ik samen een brouw cursus voor de Deltabrouwers.

Ook deze cursus werd een succes en leverde voor de Deltabrouwers nieuwe leden op

 

Door persoonlijke omstandigheden ben ik omstreeks 1985 noodgedwongen gestopt met het uitoefenen van mijn hobby bierbrouwen en werd mij door zowel het Walchers Gilde als de Deltabrouwers nog een kosteloos lidmaatschap aangeboden voor de bewezen diensten voor beide verenigingen, maar ik kon hier geen gebruik van maken vanwege het feit dat het mij simpel aan tijd ontbrak om op verenigingsavonden te komen, ook wilde ik mijzelf niet verplichten om als tegenprestatie hiervoor nog meer cursussen te geven.

We waren inmiddels in de kinderen terecht gekomen die mijn aandacht nodig hadden en de ruimte opeiste van ons toenmalige huis.

 

Nu een kleine 20 jaar verder heb ik de ruimte en tijd om wederom mijn brouwhobby op te pakken, hiervoor ben ik op zoek gegaan op het internet naar wat er zo al te doen is over bier.

Na enige studie (veel dingen zijn veranderd, en amateur bieren ook) heb ik het plan opgevat om een  volledig automatische brouwinstallatie te ontwikkelen.

Weliswaar gebaseerd op bestaande systemen, maar mogelijk met enige duidelijke verbeteringen.

Om geïnteresseerden te laten snuffelen aan mijn nieuw te ontwikkelen  installatie heb ik mijn gedachtekindje maar op het net gezet.

 

22-10-2003

Eigenaar / Brouwer: Jan Schaap,

Zeeuwse Amateur Bierbrouwerij "de Schaepekop"