Omhoog

Mierenleeuw, Euroleon nostras

Een zeldzame verschijning in onze contreien is zeker wel de juffer van de mierenleeuw. Soms wordt ook wel eens de larve van dit insect waargenomen. Deze mogen graag in rul zand verblijven daar dit rulle zand uitermate geschikt is om kleine insecten te vangen. Ze lijken geenszins op een leeuw maar de naam komt vermoedelijk doordat ze voornamelijk mieren op het menu hebben staan.

De eigenaardige levensloop begint in hartje zomer wanneer de mierenleeuwjuffer uit haar cocon is geslopen en op een gunstige plaats enkele eieren in het zand deponeert. De larve die hier uit komt graaft zich in en overwintert meestal twee keer. Op het einde van de lente in het derde jaar wordt een cocon gesponnen en circa een maand later sluipt er een nieuwe mierenleeuwjuffer uit de cocon. De cyclus is weer rond.

De larve van de mierenleeuw is een valkuilbewoner die altijd verdekt opgesteld zit op de bodem van de kuil, onzichtbaar voor eventuele prooi. De valkuil wordt gegraven door spiraalgewijs achteruit te kruipen en schroeft zo het achterlijf in het losse zand. De larve is kort en dik met een platte kop en lange uitspringende kaken welke een soort zandschepje vormen. Bij het ingraven wordt los zand met deze kaken schuin omhoog gegooid waardoor er een trechtervormige kuil ontstaat waarvan de helling door beroering van een prooi instort. Deze lawine van zandkorreltjes zorgt voor het signaal dat er een indringer aanwezig is en de larve begint met het 'zandschepje' nog meer zand op de indringer te gooien tot deze in het bereik is van de naar verhouding enorme kaken van de mierenleeuw. De indringer krijgt dan ook weinig kans en wanneer er weinig insecten zijn gaan ze in de pauze stand, ze kunnen lang zonder voedsel. 

Ze hebben actief rondlopende insecten en spinnen op het menu staan. De mierenleeuwjuffer leeft maar enkele weken in hartje zomer en vliegt traag en enigszins onbehendig met de vier netvormig geaderde vleugels. Ze behoren net als de gaasvliegen tot de Ordo Neuroptera, de netvleugeligen en de meeste soorten leven in warmere streken. 

Dhr. Joop Rijnders wist op 08-08-2004 te Hulst in een tuin gelegen aan de Zoutestraat een mierenleeuwjuffer te vangen en ondergetekende maakte een aantal foto's van dit bijzonder dier wat lijkt op een libellenjuffer, maar echter niet zo beweeglijk is door de andere vleugelconstructie.

De larve zuigt net als spinnen de bruikbare lichaamsappen uit de prooi en werpt daarna het overblijvende karkas over de rand van de valkuil. De valkuil bevindt zich meestal op een voor regen beschutte plaats om het droge zand optimaal te benutten.

Blijkbaar is de omgeving van de Zoutestraat te Hulst een zeer geschikte omgeving, volop zanderige grond, want op het erf  van boerderij van Eerdenburgh komt een vrij grote populatie van mierenleeuwen voor.  Ze hebben hun intrek genomen in het open maar overdekt wagenhuis (karrenkot) dat maar gedeeltelijk bestaat uit een verharde vloer. De open plekken zijn dan ook overvloedig bezaaid met valkuilen. Vastgesteld op 31 mei 2006.

 

   

                                        . valkuilen en vervaarlijk uitziende insecten .

 

Je kan als rondkruipend insect maar beter uit de buurt blijven van de naar verhouding enorme klauwen van deze leeuwen.

 

 

. een mier die de valkuil in sukkelt is ten dode opgeschreven

 

kogels ter grootte van een konijnenkeutel

De mierenleeuw zit in de verpoppingfase in een bolletje van spinsel gemengd met zand.

 

Vijfentwintig dagen later .

 

Een naar verhouding groot insect sluipt uit het bolletje.

 

 

Op de linker foto een exemplaar juist uit de pop geslopen, nog enigszins transparant. Rechts een uitgekleurd exemplaar, goed gecamoufleerd, tegen een droog stokje.

 

een nachtdier met zeer grote ogen

 

En met een grauwe- en n met een gelige kleur.

 

 

Ze zijn beide het luchtruim ingevlogen op 16-07-2006 ..

 

In Nederland komen twee soorten voor: Euroleon nostras (meest voorkomende soort) en Myrmeleon formicarius.

Eerste individu verpopping: 18-06-2006.  Tweede: 24-06-2006. (Na n dag het aangeboden eten niet meer genuttigd).

Eerste imago: 12-07-2006.   Tweede imago: 17-07-2006.

Met dank aan Willem Hogenes (uva) voor de determinatie.

 

 

Hulst, 18 juli  2006

Lucin Noens