| |
PEFADO VARIANT
 |
|
| ZEILPLAN |
|
| ZIJAANZICHT |
|
| |
 |
| |
 |
| |
Dit
is een afgeleide van de doosvlieger en zeer zeker een vlieger waarmee je
zult opvallen. Met een goede kleurcombinatie kan dit een plaatje van een
vlieger worden. Hoewel de vorm doet vermoeden dat het hier om een
ingewikkeld model gaat is het bouwen ervan echt niet moeilijk. En ondanks
het feit dat er een houten frame in wordt verwerkt kan deze vlieger al
snel de lucht in (windbereik van 2½ tot 5 Bft).
MATERIAAL
4 m1 spinnakernylon 104 cm breed.
52 m1 spinnakerzoomband
1½ m heldere pcv slang Ø8 mm inw.
8 ramin staanders Ø8 mm, 1.25 m lang
16 ramin spanners Ø8 mm, ± 0.45 m lang
48 sleutelringen Ø20 mm
64 holnieten
16 nylon-einddoppen Ø8 mm inw.
dacron voor verstevigingshoekjes
ZEILEN
Om deze vlieger nauwkeurig te kunnen maken, moeten perfecte vierkanten
worden uitgeseald. Door de diagonalen van de vierkanten te meten, is
controle mogelijk. Deze afstanden moet gelijk zijn anders krijg je geen
haakse hoeken. Seal alle 16 grote en 32 kleine zeiltjes uit en voorzie ze
vervolgens van de verstevigingshoekjes. Daarna kan de randafwerking er
omheen. De basis-handelingen zijn nu klaar en we kunnen vervolgens de
tunnels gaan samenstellen. Teken met zacht potlood de twee lijnen waarover
we straks gaan stikken op de kleine zeiltjes. Deze stiksels moeten samen
de tunnel vormen. De onderlinge stikafstand is (Ø8 mm x π) : 2 = 13
mm, dit wordt dan 14 mm ( dus 7 mm uit de hartlijn ). Voordat we de
kleine zeiltjes op de grote leggen maken we met een strookje
spinnakerzoomband een bevestiging tussen de onderste en bovenste vierkant
en voor de opspanning van de staanders. Door de twee grote zeilen precies
met de punten tegen elkaar te leggen en hier in de lengte, van de nog te
maken tunnel, een strookje spinnakerzoomband van ± 8 cm lengte vast op te
stikken, koppelen we beide zeiltjes aan elkaar. De stroken
spinnakerzoomband die we voor de opspanning van de staanders gaan
gebruiken worden ook aan het zeil vastgenaaid (lengte ± 15 cm uitsteken).
Vervolgens kunnen we de kleine zeiltjes op de juiste plaats leggen en
vastspelden. Over de potloodstreep stikken en zo onstaat de tunnel.
naar boven
SAMENVOEGEN
V/D ZEILEN
Na deze handelingen hebben we een set zeiltjes, bestaande uit een
tweetal grote zeilen, die aan elkaar zijn verbonden met een strookje stof,
waarop aan een zijde de kleine zeiltjes zijn vastgestikt. Aan boven- en
onderzijde zit tevens een strookje stof.
naar boven
Nu
kunnen we beginnen met het samenvoegen van de zeilen. Daarvoor moeten we
eerst in de verstevigingshoekjes, van zowel de grote als de kleine zeiltjes,
holnieten slaan, waardoor de sleutelringen komen. Om de opspanning rondom
mogelijk te maken, gebruiken we en "facetopspanning", die we
samenstellen uit een sleutelring en een stukje slang van ±8 cm. In de slang
moet op 4 cm van een uiteinden twee gaatjes worden gemaakt waardoor de
sleutelring word gedraaid. Deze sleutelring wordt weer aan de hoekverbinding
bevestigd en het frame kan worden gemaakt.
naar boven
FRAME
De ramin staanders worden op lengte gemaakt en in de tunnels geschoven. Aan
beide uiteinden steekt de staander enkele centimeters uit de tunnel. De
strookjes spinnakerzoomband worden over de staanders gevouwen en de nylon
einddoppen worden gebruikt om de stof op te sluiten. Nu kunnen de spanners
worden gemaakt. Deze moeten allemaal van gelijke lengte zijn en dat is best
een lastig karwei. Door de lengte uit de tekening te meten is een
mogelijkheid die zeker tot teleurstelling zal leiden. Gebruik deze
lengtemaat met toevoeging van minstens 3 á 4 cm per spanner en maak een
achttal spanners van die lengte. Plaats deze vervolgens in de slangen en
meet bij de laatste, die ongetwijfeld te lang zal zijn, de overlengte. Deze
lengte moet door 8 worden gedeeld (acht spanners) en van de spanners worden
afgezaagd. Let wel, een beetje meerlengte geeft meer spanning op de
zeiltjes. Is de lengte van de spanners naar wens dan kan de volgende
"ring" ook worden voorzien van spanners.
naar boven
TOOM
Zoals
je vast is opgevallen staat er geen toom op de tekening. Op een hoekverbinding
is hier het aangrijpingspunt van de vliegerlijn gesitueerd. Dit is een
mogelijkheid, maar we willen je een andere manier van tomen niet onthouden.
Door een lijntje van ± 2 meter op twee aangrenzende staander
uiteinden vast te knopen en in het midden hiervan een toomring op te nemen,
heb je een pracht toom die wellicht bij meer wind beter voldoet. De
belasting word zodoende iets beter gespreid. De vlieger is nu klaar voor
zijn proefvlucht en zeker weten dat je bewonderende commentaren krijgt te
horen, als de omstanders horen dat je die vlieger zelf hebt gemaakt.
naar boven
|