DE FAMILIE HORSTMAN

VERSLAG VAN EEN STAMBOOMONDERZOEKER

door Jan Horstman

Hoe het begon Gebruikte methoden
Gemeentearchieven Het Internet
De kerkboeken De kerk en het kerkhof
Gevels Persoonlijke kontakten
Litteratuur Tot slot
Terug

 

HOE HET BEGON

In 1993 werd door mij een eerste stap gezet om de familie Horstman nader in kaart te brengen. Eerder al werden alle mogelijk relevante stukken verzameld, soms net op tijd, voordat deze werden weggegooid. Op deze manier is een redelijk kompleet archief ontstaan, waarin trouwboekjes, oude foto's, schooldiploma's, rouwkaarten en dergelijke voorkomen.

Gelukkig heb ik nog aan mijn vader Krijn Cornelis Horstman (* 23 december 1909) kunnen vragen wie de personen op de diverse foto's voorstelden, anders zouden die zonder waarde zijn geweest. Zo is er bijvoorbeeld een portret van een wild uitziende man, die volgens mijn vader zeeman bleek te zijn geweest.

Die eerste stap in 1993 hield in dat een brief werd geschreven aan Horstmannen uit de telefoonboeken van Den Haag en Rotterdam, alsmede uit het Rotary-ledenboek. Als bijlage werd een stamboom meegezonden die reikte tot circa 1850, met als oudst bekende voorvader een Johann Heinrich Christian die in Sachsen zou zijn geboren en die destijds als grasmaaier naar Nederland zou zijn gekomen. Als antwoord ontving ik de leukste reakties: mensen schreven mij dat mijn brief tijdens een verjaardagsvisite hét onderwerp van gesprek was geweest. Ook ontvingen wij bezoek en uitgebreide brieven met gegevens die echter meestal niet relevant waren. Hoewel de reacties zonder uitzondering zeer positief van aard waren, kwam er geen verdere aanknoping met onze familietak uit naar voren. Voorts bleek dat er in het algemeen weinig tot geen historisch besef is.

Mijn werkkring als direkteur van een stichting liet mij destijds echter te weinig tijd om het onderzoek te vervolgen en de resultaten bleven liggen totdat ik in het jaar 2000 op mijn 60ste gebruik kon maken van de regeling vervroegd uittreden. Eén van mijn voornemens was om het stamboomonderzoek te vervolgen.

 

GEBRUIKTE METHODEN

Op het gebied van stamboomonderzoek was ik een onbeschreven blad. De tot dan bekende gegevens had ik in een electronisch werkblad (spreadsheet) gezet, wat weliswaar overzichtelijk was maar dat al snel beperkingen had. Mijn neef Jan Lagendijk te Vlissingen, die zeer ver was in het onderzoek naar de oorsprong van de familie Lagendijk (mijn moeder) stelde mij zijn resultaten ter hand en gaf aan dat bij aanschaf van een genealogieprogramma uitwisselbaarheid met anderen belangrijk was.

Bij de Nederlandse Genealogische Vereniging schafte ik het computerprogramma GensData voor Windows versie 5.0 aan, dat bevredigend werkt. Bij het gebruiken hiervan en het invoeren van gegevens bleek mij dat vele begrippen mij onbekend waren. Gelukkig bleek dat door mij benaderde personen zonder uitzondering bereid en enthousiast waren om mij verder op het pad van de genealogie te helpen.

De gebruikte methoden worden hierna beschreven:

 

DE GEMEENTEARCHIEVEN

Het bezoeken van archieven was een eerste stap om meer gegevens te krijgen en daarvoor kwam als eerste het gemeentearchief van Oegstgeest in aanmerking waar mijn grootvader was geboren. Toen ik telefonisch informeerde naar de openingstijden kreeg ik de archivaris, mevrouw drs. De Glopper aan de lijn, die, toen zij hoorde dat ik uit Zeeland moest komen, aanbood alvast wat voor mij uit te zoeken. Toen zij mij terugbelde had zij interessante gegevens beschikbaar, waaruit onder meer bleek dat mijn nederlandse "stamvader" circa 1823 geboren was in Hahlen, Pruisen. Geen enkele encyclopedie of atlas gaf echter uitsluitsel waar die plaats te vinden zou zijn.

Het archief van de gemeente Oegstgeest blijkt zich te bevinden in een grote kluis in de kelder. Wanneer je wordt binnengelaten gaat achter je een grote zware kluisdeur dicht. Hier bracht ik op 15 maart 2001 een bezoek. Al snel bleek mij dat niet alleen de geboorte- en huwelijksregisters een bron vormen, maar dat eerder nog het bevolkingsregister veel informatie geeft. Daarin wordt namelijk per huisadres opgesomd wie er wonen, per en tot wanneer, geboortedata, relatie onderling, beroep, geloof enz. Hieronder een voorbeeld uit het bevolkingsregister van het Rotterdamse gemeentearchief:

Datum  Achter-
naam
Voornaam m/v
Geboorte-
datum
Geboorte-
plaats
Relatie Gehuwd  Beroep
8-12-99 Horstman Christiaan m 28-4-1879 Oegstgeest hoofd H

bloemist

Hardinxveld Cornelia W. v 19-5-1889 Rotterdam vrouw H kantoorbediende
Horstman Christiaan m 23-12-1909 Rotterdam zoon O kantoorbediende
Horstman Krijn Corn. m 23-12-1909

Rotterdam

zoon O
Horstman Cornelia v 4-9-1911 Rotterdam dochter O
Horstman Wilh.Wietske v 23-8-1913 Rotterdam dochter O
Horstman Eduard m 17-9-1916 Rotterdam zoon O

Een foto van dit gezin vindt u bovenaan. Rechts op de kruk zit mijn vader Krijn Cornelis, een identieke tweeling met zijn broer Christiaan (links). Dochter Wilhelmina Wietske is slechts 10 maanden oud geworden. De familie woonde achtereenvolgens aan: Bloemstraat 24, Goudschestraat 44, Zwaanshals 239a, Quintstraat 11d en Eben Haëzerstraat 126b te Rotterdam.

Een handicap is dat ingevolge de Wet Bescherming Persoonlijke Gegevens gegevens recenter dan 75 jaar niet openbaar zijn. De geraadpleegde bronnen liepen in het algemeen tot ongeveer 1938.

Zoals eerder vermeld, bleek uit een huwelijksakte van 1848 in Oegstgeest dat mijn "stamvader" in 1823 te Hahlen was geboren en dat zijn ouders Johann Heinrich Christian Horstmann en Anne Louise Dorothee Volkmann waren. Interessant zouden de bijlagen zijn die bij deze akte waren geweest: een geschreven toestemming van zijn vader en een stuk van de pruisische overheid (uittreksel geboorteregister?). Mevrouw De Glopper vertelde dat alle bijlagen werden bewaard in het Rijksarchief te Den Haag.

Na informatie aldaar kwam aan het licht dat juist die delen van de archieven waren verbrand als gevolg van een bombardement van de geallieerden op Den Haag tijdens Wereldoorlog II. De reden hiervan was dat de Duitse bezetters daar lanceerbases hadden opgesteld van waaruit men de V-I en V-II geleide wapens op Londen afvuurde!

Bij onderzoek geruime tijd later bleek dat deze stamvader voor de 2e keer was getrouwd, namelijk in 1875. Ook bij deze huwelijksakte zouden dezelfde bijlagen zijn geweest. Helaas bleken ook deze te zijn verbrand.

Na Oegstgeest bezocht ik de gemeentearchieven van Rotterdam, Delft en Leiden. Ofschoon per gemeente de wijze van ingang tot de archieven kan verschillen moet gezegd worden dat deze in het algemeen perfect toegankelijk zijn. Overal zijn er microfilm leesapparaten, fotokopieermachines en in Leiden is er zelfs een aantal computers ter beschikking.

Aan de vermelde beroepen kan men zien dat de bevolking in het algemeen zich sterk heeft ontwikkeld. Begin 19e eeuw was er overwegend een eenvoudig of niet geschoolde bevolking (boeren, landarbeiders, werkvolk, dienstmeisjes e.d.) en een zeer kleine midden- en hogere klasse (ambachtslieden, onderwijzers, dokters enz.).

Geleidelijk aan heeft de middenklasse zich door een betere scholing sterker ontwikkeld en ziet men beroepen ontstaan als kantoorbediende, hoofdconducteur, procuratiehouder, aannemer.

 

HET INTERNET

Zo kwam ik tot een tweede belangrijke bron voor stamboomonderzoek en dat is het Internet. Het simpelweg intoetsen van de naam Horstman als adres of in zoekmachines leverde al een aantal kontakten op van wie ik noem de heer Michael Speh, die een uitgebreide stamboom op zijn website had staan. Na kontakt te hebben gelegd via E-mail was één van zijn eerste vragen wat onze godsdienst was. Deze in nederlandse oren enigszins opvallende vraag bleek achteraf heel functioneel te zijn. Zo zijn er al in de vroegere geschiedenis van vele families takken overgegaan tot de protestantse overtuiging (in Duitsland Evangelisch Luthers) en andere zijn rooms katholiek gebleven. Aldus maakt het simpele kenmerk van de geloofsrichting al duidelijk met welke familietakken men al dan niet verwantschap kan hebben. De familie Horstmann van de heer Speh kwam overigens uit Rheine. Hij én Nils Kanning te Petershagen zetten mij op het spoor van de meest gebruikte adressen op Internet. Daarin kwam het meest naar voren de site "Familysearch.org" van de Church of Jesus Christ of Latter-day Saints te Salt Lake City, Utah, USA (de "mormonen"). Nu heeft iedereen wel eens gehoord dat iedereen daar in de computer zou zitten, en dat bleek nog te kloppen ook. Mijn stamvader bleek daarin ook voor te komen. Hun archief is gebaseerd op de oude kerkboeken.

Via de website van de Latter-day Saints heb ik vele Individual Records gezocht en afgedrukt. Nadat ik hiermee een aantal hypotheses had opgesteld, kwam ik niet verder.

Wèl vond ik de website van het dorp Hahlen:  http://www.minden-hahlen.de, al was er niet veel meer op te zien dan het dorpsnieuws en het hiernaast afgebeelde gemeentewapen. Inmiddels is de site interessanter geworden.

De gemeente bleek te zijn ingelijfd bij de stad Minden, gelegen tussen Teutoburgerwoud en de Harz, aan de rand van het Weserbergland.

Voorts bleek uit het electronisch telefoonboek dat de streek werkelijk een bakermat van de Horstmannen moest zijn. Uit de plattegrond, eveneens vanaf de site van de gemeente Minden, kon afgelezen worden dat Hahlen nu een buitenwijk vomt van die stad.

Ook werd duidelijk dat de streek toeristisch heel aantrekkelijk is: niet alleen Minden heeft een informatieve site, ook bijvoorbeeld de rattenvangerstad Hameln, in dezelfde regio, heeft een site die interesse oproept.

Op dat moment hebben mijn echtgenote en ik het plan opgevat om een korte vakantie daar (deels) te besteden aan het onderzoek. Wij hebben in juni 2001 ongeveer 10 dagen in de streek vertoefd.

 Klik voor betere afbeelding

 

DE KERKBOEKEN

Zo kwam ik aan een derde bron die onmisbaar is, voornamelijk voor gegevens van vóór de Napoleontische tijd: de kerkboeken. Het bleek dat de burgerlijke administratie (gemeenten) pas in de loop van de 19e eeuw werd opgezet en dat daarvóór de kerk alle gegevens vastlegde. Voor onze familie bleken dat voornamelijk de kerkboeken van Hahlen en Hartum te zijn, die op microfilm zijn vastgelegd. Deze microfilms bevinden zich in het Evangelisches Kirchenamt te Bielefeld, dat ik daartoe heb bezocht.

Telefonisch werd een afspraak gemaakt met het Landeskirchenamt om het Kirchenbuch van Hahlen te raadplegen. De originele kerkboeken van de regio liggen daar in de kluizen, maar zijn toegankelijk gemaakt via microfilm.

Na DM 5,-- betaald te hebben kon ik mijn gang gaan. Alleen vanaf 1801 waren kerkboeken op microfilm gebracht, zodat dit mijn onderzoek beperkte tot de vader Johann Heinrich Christian Horstmann ( * 17-6-1801) van mijn stamvader.

De handschriften van de predikanten (Pfarrer) bleken zeer te verschillen en veelal zeer moeilijk leesbaar, mede gezien het gebezigde gotische schrift. Trouwen heette in het vroegere duits ook "trauen". Aardig was dat in de doopregisters ook de namen van de doopgetuigen zijn opgetekend, zodat zichtbaar is wie de favoriete vrienden of familieleden van de gelukkige ouders waren.

Rond 1800 en vroeger bleken ook de zeden net zo licht te zijn geweest als tegenwoordig. Dit in tegenstelling tot de meer verkrampte zeden verder in de 19e eeuw (het Victoriaanse tijdperk) en de eerste helft 20e eeuw, tot in de 50er jaren. Uit de kerkboeken is namelijk af te lezen dat men heel vaak gewoon pas trouwde als het meisje zwanger bleek, daar werd klaarblijkelijk niet geheimzinnig over gedaan. Ook onechtelijke of buitenechtelijke kinderen komen zeer regelmatig voor (de vermelding "uneheliches Kind").

Tot halverwege de 20e eeuw bestonden gezinnen uit veel kinderen, ook in Nederland, waar tot in de 50-er jaren in Brabant gezinnen van 14 tot 17 kinderen geen uitzondering waren. Mijn opa en oma Lagendijk hadden 9 kinderen! Eén van de redenen hiervan was de grote kindersterfte en ook dat is duidelijk zichtbaar bij het stamboomonderzoek. In bijna elk gezin waren wel een paar kinderen direct na de geboorte of binnen enkele jaren daarna gestorven. Een volgend kind kreeg ook dikwijls de naam van een eerder gestorven broertje of zusje. Deze voornamen werden meestal ontleend aan die van de ouders, grootouders of andere gewaardeerde familieleden. In onze familie komen vrijwel konstant de voornamen Johann Heinrich Christian (of enkele daarvan) terug.

Gedurende de Napoleontische bezetting hebben veel meisjesnamen een franse oorsprong, zoals Anne Dorothee Louise.

 

DE KERK EN HET KERKHOF

Op het eerste gezicht een minder voor de hand liggende plaats om te gaan zoeken naar gegevens. Maar hoe vaak hebben wij al niet gelopen over de grafzerken in de kerkvloeren? Ook staan op de grafzerken bijna zonder uitzondering geboorte- en overlijdensdata zodat daar vele gegevens voorhanden zijn.

De kapel te Hahlen

In Hahlen aangekomen was onze eerste gang naar de daar veronderstelde kerk. Daartoe hadden wij ons al voorzien van een via het Internet verkregen plattegrond. Het was echter een alleraardigste kleine kapel gelegen op een kleine hoogte temidden van het landelijke dorp. Eerst merkten wij door de vele bomen de kerk niet op, maar door een bescheiden bordje met de tekst "Kapellenweg" kwamen wij over een begroeid voetpad en enkele treden omhoog bij de kapel.
Alle deuren waren gesloten.

De kapel was volgens inscripties uit de 12 eeuw en naast de hoofdingang stonden twee grafstenen. Eén ervan was slecht leesbaar, maar daarop was toch de naam "Horstmann" waarneembaar, gevolgd door het woord "ge"- of "verstorben".

Amerikanen zouden hier met "rubbing" wonderen kunnen verrichten. Dit is, zoals wellicht bekend, de manier om met een groot papier en houtskool cq. krijt door wrijven een leesbare afdruk te maken. Dat hebben wij allemaal als kind wel eens in het klein gedaan.

Aangezien alle deuren gesloten waren maakte mijn echtgenote door één van de glas-in-loodramen een foto van het interieur. In gedachten stelden wij ons voor hoe mijn stamvader daar door zijn trotse ouders ten doop werd gehouden.....

Rondom de hoogte van de kapel lagen enkele boerderijen, de "Dorfschenke" en de oude "Dorfschule".

Het Friedhof van Hahlen lag iets verderop, aan de overkant van de grote Königstrasse, verscholen in het groen. Wij besloten om er een kijkje te gaan nemen in de gedachte dat er altijd wel iets te vinden zou zijn.

Daar kwamen wij in kontakt met de heer Bernd Wiesenborn, de bewaarder van het kerkhof, die ons zelfs een origineel register toonde waarin vanaf circa 1890 minutieus alle gegevens van de overledenen waren opgetekend. In een oud koekblikje werd nog een schriftje met eveneens oude gegevens bewaard.

Het is buitengewoon dat zulke oude gegevens nog op zo'n voor de hand liggende wijze beschikbaar zijn! 
Hij wees ons ook het familiegraf van onze tak van Horstman aan. Helaas was er geen grafsteen, wat wel het geval was bij de meeste familiegraven. Wij zagen meerdere stenen van families Horstmann, zelfs enkele van families Petersen (de familienaam van mijn echtgenote). Voor mijn verdere onderzoek verwees de bewaarder mij naar de heer Eberhard Brandhorst die aan de Molkereiweg woonde. Dit was volgens hem een autoriteit op geschiedkundig gebied. 
Toen wij het aangegeven adres bezochten, bleek deze niet thuis te zijn. Hierna wilden wij de kerk van Hartum bekijken, een dorpje slechts 3 kilometer verderop gelegen. Dat is minder dan één uur gaans, een afstand die vroeger gemakkelijk te voet werd afgelegd. Dichtbij genoeg ook om de meisjes van het naburige dorp te leren kennen.... 

De kerk van Hartum bleek nieuw te zijn, althans van circa 1900, want hij was opgetrokken in een romantische nieuw-gotische stijl. Er omheen lopend probeerden wij alle deuren, die echter hermetisch gesloten waren.

 

GEVELS VAN HUIZEN EN BOERDERIJEN

In de streek die wij in Duitsland bezochten is een oude traditie zichtbaar, namelijk één waarbij men op de gevel de namen vermeldt van degenen die het huis of de boederij hebben laten bouwen en het bewonen. Deze gegevens zijn dan meestal in gothisch schrift uitgesneden in de balken van het vakwerk op een prominente plaats in de gevel. Ook wordt heel vaak een tekst met een moraal of met een religieuze strekking aangetroffen. Dat dit niet alleen in Duitsland voorkomt bewijst de tekst in de ramen van de Kapelse raadzaal: "Er is maat in alle dingen".

Bij boerderijen werd de tekst ook vaak gezien boven de toegangspoort tot de deel. Vlakbij de kapel van Hahlen was de Hahnenfeldstrasse. Op nummer 29 zagen wij een interessante tekst boven de toegangspoort van een boerenhoeve.

De uitgesneden tekst luidde:

JOHAN HENRICH CHRISTIAN HORSTMAN UND ANNA DORTEA ELISABETH BOHNEN
DIE HABEN DIESES HAUS LASSEN BAUEN DURCH DEN MEISTER JH.WILHELM WEDEKING
DEN 27TEN                                                                                                                    APRIL
ANNO                                                                                                                               1799
NRO                                                                                                                                      46

Vaak zagen wij ook nog teksten die oproepen tot inkeer of bezinning. Er blijkt uit dat het geloof een belangrijke plaats innam in een mensenleven. Hier nog een ander voorbeeld van dergelijke teksten, op de hoeve van Frederking:

 

PERSOONLIJKE KONTAKTEN

Behalve de eerder genoemde personen was ik zo fortuinlijk om de heer Heinrich von Behren te ontmoeten. Dat kwam zo: Op de website van de Latter-day Saints had ik gezien dat ook vele Horstmannen in Hartum voorkwamen. Dus nadat ik Hahlen had bezocht was het logisch om ook nog even in Hartum rond te kijken. Toen mijn vrouw en ik rond de Lutherse kerk liepen en aan de deuren voelden of er één open was, werden wij aangesproken door een man die iets verderop voor zijn huis bezig was. Hij vroeg ons wat wij zochten, of hij ons misschien kon helpen. Dit was de heer Von Behren, die bleek te beschikken over een grote kennis van de geslachten in de omgeving, maar ook zeer veel wist van de streekgeschiedenis in het algemeen.

Na van het doel van onze reis gehoord te hebben nodigde hij ons uit bij hem binnen te komen. Nu hoorde ik van dichtbij hoe de dorpen ontstonden, hij vertelde ons over de geschiedenis van de streek, hoe de trek naar Holland in het begin van de 19e eeuw is ontstaan. De buitengewone armoede in Niedersachsen bleek de grootste oorzaak, terwijl Nederland relatief rijk was, mede door haar koloniën. De jaarlijkse trek naar Holland was seizoensgebonden en beliep wel zo'n 30.000 personen per jaar! Dit verschijnsel staat bekend als de "Hollandgängerei". Mijn stamvader heeft daarvan ook deel uitgemaakt, hij is er echter gebleven!

De heer Von Behren vertelde ook hoe men de verschillende takken van de families kon onderscheiden. Daarvoor had iedere familietak een bijnaam die generaties lang bij hen bleef. Zo heeft onze tak de bijnamen "Schniets" en later "Viets" gehad. Dit werd aardig gedemonstreerd toen wij de volgende dag in Hahlen in gesprek raakten met een boerin. Zij wees ons waar in de Hahnenfeldstrasse een jonge Wilhelm Horstmann "Viets" woonde.

De heer Von Behren heeft werkelijk heel veel betekend voor mijn onderzoek!

 

LITTERATUUR

Veel boeken stonden niet tot mijn beschikking. De litteratuur werd tijdens mijn onderzoek bijeengebracht. Zeer verbaasd was ik dat er zoveel geschreven was over de plaatselijke geschiedenis. Het is duidelijk dat deze liefde voor vastlegging voortkomt uit de verbondenheid met de geboortestreek, iets wat vooral op het platteland nog merkbaar is. Zeeland is hier eveneens een goed voorbeeld van! Een litteratuurlijst is opgenomen.

Bij de heer Von Behren raadpleegden wij zijn familienaslagwerken, de zogenaamde "Sippenbücher" in 3 delen, geschreven door Heinz Riechmann en uitgegeven door de eerdergenoemde Mindener Stadtarchivamtmann Eberhard Brandhorst! De titels laten niets te raden over:

"Die Familien der Kirchengemeinde Hartum 1661 - 1760", idem deel 2 periode 1761 - 1825 en deel 3 voor de periode 1826 -1875.

In deze waardevolle handboeken is de inhoud opgenomen van de kerkboeken, die terugreiken tot 1661. Voor de periode daarvóór ontbreken verdere bronnen.

Bij navraag bleek dat er bij de heer Brandhorst nog exemplaren beschikbaar waren, waarna ik deze door de vriendelijke bemiddeling van de heer Von Behren kon aanschaffen.

 

Ook was ik zo gelukkig om van hem te kunnen overnemen een alleraardigste kroniek van een jongensleven rond 1870:

Frappant is dat de schrijver Christian Frederking, geboren in 1860, hierin als voorbeeld beschrijft hoe de herkomst van zijn familie is. Daaruit blijkt dat ook daarbij de familie Horstmann betrokken is. Ik citeer en vertaal een fragment van bladzijde 89:

 

"Als voorbeeld van een familiestamboom kunnen de geslachten van de Culshoeve Nr. 23 in Hahlen zonder de zijtakken hier worden opgevoerd. Met het jaar 1661 begint het Hartumer kerkboek, gevoerd door pastor Johan Daniel Weddige, wiens zoon Peter Daniel zich Weddigen noemt. In die tijd zijn Henrich Horstmann Culs, op 13-jarige leeftijd (kerkelijk) bevestigd in 1662, dus geboren in 1649, en zijn vrouw Anneke geb. Schonebohm, geb. 1650, de bezitters van de Kulshoeve. Dan volgen de schoonzoon Cordt Meyer Culs en zijn echtgenote geb. Horstmann Culs. Daar zij geen erven hebben, wordt de hoeve aan een verwante van Frau Anneke, Anne Ilsche Röthemeier (1697 - 1772) overgedragen. Begin 1716 wordt Johan Daniel Frederking (1691 - 1762), het petekind van pastor Weddige met Ann Ilsche Röthemeier uit Hahlen in de echt verbonden.... enz."

Hieruit blijkt dat min of meer door toeval de familie Frederking in het bezit komt van de Culshoeve.

Om een beeld van de streek en van de bevolking in vroeger tijden te krijgen is de volgende litteratuur interessant:

  • Jos Kaldenbach: "Hollandgänger aus dem Norddeutschen Raum" – Minden Historical Society,
  • Wilhelm Brandhorst: "Heuerlinge und Heuerlingshäuser in Hartum" – Minden Historical Society,
  • Hormann: "Die Siedlungsentwicklung im Mindener Nordbördegebiet" – Minden Historical Society
  • Eberhard Brandhorst u.A.: „700 Jahre Hahlen", Heft 1- 4 – Minden-Hahlen 1996 – Gemeinschaft Hahler Vereine
  • Heinz Wahler und Eberhard Brandhorst: „Hahlen – Lebendiger Ort mit alter Geschichte" – Stadt Minden 1990
  • Eberhard Brandhorst und Reiner Tesche: „100 Jahre Pfarrkirche Hartum" – Hartum 1992 - Ev.-Luth. Kirchengemeinde.

 

DE STAMBOOM

In deze website kan de stamboom (parenteel) worden geraadpleegd, met beperkte gegevens. Nadere gegevens zoals bijvoorbeeld de adressen waar men woonde en de gegevens over huwelijken zijn te vinden op de persoonskaarten in mijn archief. Daarin bevindt zich ook de geraadpleegde litteratuur.

De eerste stamboom toont de wortels van de duitse familie, vanaf circa 1630, tot aan de nederlandse "stamvader" en Hollandgänger (1823). Ter wille van de overzichtelijkheid werden hier kinderen, die jong gestorven zijn, weggelaten.

De tweede stamboom geeft de nederlandse tak vanaf Oegstgeest tot heden weer.

 

TOT SLOT

Met het schrijven van dit verslag heb ik vooral beoogd iets neer te leggen voor latere geslachten die mogelijk in hun herkomst geïnteresseerd zullen zijn. Daarvoor is het nodig dat deze informatie opgeschreven en zo breed mogelijk verspreid wordt. Ik hoop dan ook dat op een gegeven moment een nakomeling de draad weer eens oppakt en verder weeft.

Ik dank de heer Heinrich von Behren voor zijn belangrijke inbreng, voor zijn wil om zijn kennis te delen en voor al de informatie die hij ter beschikking stelde.

Op dit moment konstateer ik dat ik aan Hahlen en Hartum en aan de mensen die wij daar ontmoetten, plezierige herinneringen bewaar. Het was opvallend dat mijn vrouw Loes tijdens de reis steeds enthousiaster werd en een grote stimulans was bij het leggen van de kontakten.

 

3e herziene uitgave 14 januari 2002


     Jan Horstman
      9 april 1940

Home Naar boven