Een slaap verzegelde mijn ziel,
Deed sterflijke’ angst vergaan;
Zij scheen een ding, dat gans ontviel
Den greep van ’t aards bestaan.
Zij hoort niet meer, zij ziet noch roert,
Bevangen in dien droom,
In aardes omloop meegevoerd
Met rots, en steen, en boom.
—
Vert. J.C. Bloem
