Zeer
God heeft geschapen alle menschen gelijk,
Maar d’een zeer arm, en d’ander zeer rijk,
D’een zeer scherpzinnig, en d’ander zeer bot,
D’een zeer klein, en d’ander zeer groot,
D’een zeer stout, en d’ander zeer blood,
D’een zeer wijs, en d’ander zeer zot;
Van al dit heb ik een onbeklagelijk lot;
Dan, omdat ik zonder zeer niet zou wezen alleen,
Zoo gaf mij de goede God een zeer been.
—
Roemer Visscher (1547-1620)
