Words,words,words

Samenspraak tot slot

Kritikus

Mijn vriend, uw versjes zijn niet goed.

Dichter

Dat kan mij weinig schelen.
Die maak ik niet om goed te doen,
Die maak ik om wat spelen.

Zó, als je een kind een zakdoek geeft,
Dan knoopt het er een kop aan;
Als de slippen dan lange kleren zijn,
Heit ’t kindje d’r een pop aan.

Dat kind doet best, al wou jij wel,
Dat het een andre keus deê,
En zijn zakdoek als ’n groot mens gebruikt:
Zo’n mens snuit er zijn neus meê.

Mijn zakdoek, dat ’s mijn kleine taal;
Daar kan ik je niets meê leren,
Dan hoe je met knoop en slippen maakt
Een kindjen in lange kleren.

Zeg jij nu: daar ’s de taal niet voor,
Die dient om je neus in te snuiten;–
Dan zeg ’k: ja, jij bent een groot mens,
En kunt daar dus niet buiten;

Maar ik ben een klein kindje en kan
Niet zonder spelletje zoet zijn....

Kritikus

Nu ja, dat ’s mooi en wel, maar ik
Zeg toch dat je versjes niet goed zijn.

Albert Verwey (1865-1937)

Albert Verwey, De forellenvisscher; Stichting Kunstuitleen Zeeland, Middelburg; ISBN 9063540604
Albert Verwey, Briefwisseling 1 juli 1885 tot 15 december 1888; Querido, Amsterdam; ISBN 9021485079

Top