Wanneer ik op mijn sterfbed lig
(Als ik op bed verscheiden moet),
Het uitgil als een slachthuisbig
En hoest en proest van ’t roetsjend bloed
Raak dan niet in de war alsof
Er iets verschrikkelijks geschiedt
Maar zie het juist als een dikke bof
Dat ik het tranendal ontvlied.
Negeer het nare sterflawaai,
Het zwaar gehik en gaar gekrijs,
Galm allemaal een psalm voor mij
En vort ben ik naar ’t paradijs.
—
Hendrik van Teylingen (1938-1998)
Hendrik van Teylingen, Bij de gratie van de dichtspier, De Bezige Bij, Amsterdam; ISBN 9023447611
Hendrik van Teylingen, Huis te vraag; De Bezige Bij, Amsterdam; ISBN 9023447859
