Words,words,words

 

Hondsdagen, huilende van waanzin, slaan
vlammen het veld in, hitte in oogsten, krampen
de landen langs, dompelen volk in rampen
en trillen hels uit het verzengde graan.

Zeeoppervlak in vlammen opgegaan
walmt om de zon in wilde waterdampen
en in het lichaam is het bloed gaan stampen
en koortst en flitst tegen zijn wanden aan.

Dorstende dagen: zonder mededogen
slurpen ze lach en klank uit beek en stromen
en schroeien leeg der bronnen fonkeling –

om enkel voor mijn niet te stelpen ogen
hun schrille dorst eindelijk in te tomen.
Alsof ze wisten dat je henenging.

Vert. Dolf Verspoor

 

Top