Zwarte hoofden
Ik houd zoo van die lage palissaden,
die van de kust de groote zee ingaan,
alsof veel menschen van den oever traden
en tot hun schouders in het water staan.
De zee, het strand, de lucht, alles is wijd
en breedgebouwd en krachtiglijk grootmoedig,
maar zij alleen leven in nederigheid
en praten niet, maar waken, trouw en goedig.
Dronken van stervensroode zonnepracht,
ijdel met luister dien zij roofden,
eischen de golven luid hun oppermacht.
Maar ervoor staan hùn zwarte hoofden,
en houden wacht.
—
Jan Prins (1876-1948)
