het begin is er maar is het ik het
zich laten ontbieden? dat de misoogst
van het u, is: ik? de misoogst van het
u: het ik? tegen je pleit ook dan dat
het schone: is: schoon: is: een -isme: is:
dit: is: dat: dood ga je toch: ruim voor de
dood een plaats in: begin alvast met omzien
naar voren, sterf af: wees: wezenlijk,
is: ideaal, is: een idealisme, is: wezenrijk. het
wezen is een idealisme, is: wezenlijk (realisme). rest
wat onspreekbaar is: dat het begin op niets terugvoert
dan dat, daarmee al teveel gezegd is, het, aanvankelijk,
aanvangt (zijn aanvankelijkheid) (dit: dat het werkelijke,
zijn bewijslast afwerpend, je doorstaat: omverplaatst:
bewijst)
de omstreek is ook dan niet sprekend opgevoerd of
toenmalig. de geboortestreek is niet ook beschamend
de eerste die je tegenkomt is de enige die je daarna
nog tegenkomt: de natuur, en je houdt haar staande:
dat je morgen er weer zult zijn, alvast gisteren
was je er vandaag, morgen ben je er
nu al. hoe waar achteraf gesproken hield je nadien het
onvolprezen
—
Kees Ouwens (1944-2004)
Kees Ouwens, Alle gedichten tot dusver; Meulenhoff, Amsterdam; ISBN 9029070900
Kees Ouwens, Alle romans tot dusver; Meulenhoff, Amsterdam; ISBN 9029073713
Hans Groenewegen, En gene schitterde op de rede. Over Kees Ouwens; Historische Uitgeverij, Groningen; ISBN 9065544321
