Aan Ceres
Ceres, die ’s ochtends uwen rijken buit
Van versche bloemkool, jonge sla en gele
Peentjes, andijvie, roô rabarberstelen
Ter stede voert in Hollands zware schuit,
Voor u schittert in blanke ruit naast ruit
De zon en maakt uw vruchten tot juweelen,
Het is voor u dat duizend vogels kweelen
En dat aan ’t roer de jonge schipper fluit!
Geen mensch begroet, weldadige godin,
Met lach of lied uw schoone, rijpe vracht,
Geen klok luidt ooit uw blijden intocht in!
Slechts de oude huizen zien de kleurge gaarde
Van uwe schuiten glijden langs de gracht,
En uwen oogst die bloost van ’t bloed der aarde!
—
Jan van Nijlen (1884-1965)
Jan van Nijlen, Verzamelde gedichten, 1903-1964; G.A. van Oorschot, Amsterdam; ISBN 9028200444
