’k Verkeer in weelde tusschen de bloemen met wijn,
Maar ook in armoe: drinkend zonder vriend.
De opkomende maan, mij zoo verlaten ziend,
Wekt mijn schaduw, zoodat we met zijn drieën zijn.
—
J.J. Slauerhoff, in: Arie Pos, Cheng Shaogang en Nanneke Scheltens-Boerma, Dronken in de lente, Leiden, 1993; p. 58