In fijne vingertoppen leeft
een innerlijk en diep gebaar,
een angst, een ongeduld dat beeft
voor anderen als voor gevaar.
Een talmen eerst en een weerhouden
een afstand en een vlucht alstoen
want dat zij enkel schaden zouden
en dat zij niet dan afbreuk doen.
Een veelbeteekenend gedrag
van tegenzin en licht bedenken,
geheime reden liggen mag
in aarzelend zich weg te schenken.
De huivrende verbintenis
van andrer en van eigen aard
een weigeren en een willen is
gegeven, tegelijk bewaard.
—
J.H. Leopold (1865-1925)
J.H. Leopold, Verzamelde verzen 1886-1925; Athenaeum - Polak & Van Gennep, Amsterdam; ISBN 9025331564
