Nachtrust-begeerte of Avondgebed
(het klinkt op ’t Saffische)
Nu is de dag vergaan met ure en stonden,
vermits de zon zinkt in der waat’ren gronden.
Maak ons nu, slaap, ter rust door God gezonden,
daags last ontbonden.
Kom, zoete slaap, reeds neigen onze ogen.
Dat boze dromen ons niet kwellen mogen,
dat zorg en angst de nachtrust niet vermogen
te doen zieltogen.
Kom, zoete slaap, dat toch uw macht niet fale,
en geen nachtspook versmoort ons ademhalen.
Waak gij, opdat in ’s vijands drasse dalen
wij niet verdwalen.
Dat bovenal Gij, Hoofd der Kerk, ons zende
uw eng’lenheir en alle onheil wende,
dat niet de hel uw schapen U ten ende
ontschake of schende.
Als dan door slaap verkwikt, o lieve Here,
wij morgen willig weder ’t werk hanteren,
help, dat al onze daden, U ter eren,
ten goede keren.
—
Vert. D.A. Tamminga
