Een vogel
Een vogel floot en deze stoorde
Stilte met zijn ongehoorde
Tintelende fluit.
Die vogel floot voor zich alleen
Uit hart en keel ten hemel heen
Zijn hoog geluid.
Een vogel kent geen roem of loon,
IJdelheid niet. Dus fluit hij schoon
Uit eigen lust.
Als vogels zóó fluit ik, een dichter,
Maak het duister leven lichter,
Rustloos hart gerust.
—
Jacob Israël de Haan (1881-1924)
