Op gewiekte visschen in Amerika
Men ziet, daar ’t daglicht, hoog gerezen in zijn vlucht,
De kringen brandt en blaakt, neervallen uit de lucht
Oprechte visschen, die, de gulzigheid ontvlogen
Van roofziek zeegedrocht, en, zwakjes van vermogen,
Hun bloode wieken als een toevlucht in den nood
Die hun aan ’t leven dreigt gebruikende, in den schoot
Van ’t pijnhout, vlug ter zeil, van alle kanten regenen,
En met hun zilvren glans de zwarte dennen zegenen.
—
Heiman Dullaert (1636-1684)
