De rozen van Saadi
Ik wilde U wat rozen brengen dezen morgen,
maar zóóveel had ik er in mijn gewaad geborgen,
zóó stijf geperst, dat slip na slip er los van ging,
mijn gordel opensprong. De rozen, opgenomen
door wuften wind, zijn alle zeewaarts meegenomen.
Zij dreven deinend af, elk een verloren ding.
De golven werden rood en leken als te branden.
’t Is avond, en nňg geuren mijn gewaad en handen.
– Dat ’k U bedwelmen mocht met deez’ erinnering –
—
Vert. Johan de Molenaar
