Words,words,words

 

k Hoor, hoe met gouden lijst de schilderij
onhoorbaar zegt, terwijl ik sta te kijken:
‘Ik hang in ’t niets, zelf niets dan schijn van eiken,
van weiden en van wolken, zee en hei;

Brahmans gedachte heeft bereikt in mij,
wat in uw werklijkheid hij wou bereiken.
Met kosmisch Zelfgevoel zal ’k u verrijken;
zink door mijn schijn in ’t Wezen en word vrij.’

Maar ’t panorama – ergernis voor wijding
geeft mij zijn sluwe en spokige misleiding:
’t liegt mij de straat op, wrev’lig en beklemd,

waar, diep genot om eerlijkheid verscherpend,
rumoerig klikkend, knallend, klinglend, snerpend,
het leven rent en motort, fietst en tramt.

J.A. dèr Mouw (1863-1919)

J.A. dèr Mouw, Volledig dichtwerk; G.A. van Oorschot, Amsterdam; ISBN 9028205500

Top