Liefde is oplaaien in onzichtbaar vuur,
pijnen aanvoelen als een leniging,
en onvoldaan zijn in bevrediging,
wegteren aan een verholen kwetsuur,
Alles of niets willen in rust noch duur
en eenzaam gaan tussen de velen in,
zich onverzadigbaar verspelen in
een roekeloos duizelend avontuur,
En willoos uitgeleverd willen zijn
aan de genade van een overwonnen
alleseisende die ons leven breekt.
Wat zal de liefde dan van onbezonnen
mensen maken die zo verschillend zijn,
waar ze zichzelf al zo fel tegenspreekt?
—
Vert. Dolf Verspoor
