Words,words,words

 

Nu komt de zoete lent vernieuwen ons den tijd
De winter met zijn kouw, ijs, regen, sneeuw, moet wijken.
Allerlei groene kruid komt uit het aardrijk kijken,
’t Zoet westwindeken waait den noorden tot een spijt.
Het vroege morgenrood de lange nachten slijt.
Het nachtegaalken klaagt zijn lied aan alle wijken,
En met zijn droefheids zang doet droefheid van ons strijken.
Lucht, land, zee, mensch en vee, ’t schijnt al te zijn verblijd.

Mars en Cupido zijn op wegen en in velden,
D’een neemt jong minnaars aan, en d’ander strijdbaar helden,
En elk te storten poogt, d’een tranen, d’ander bloed,
Cupido met zijn boog en Mars met blote zweerden;
Volg’ Mars wie wil, ik hou Cupido’s krijg in weerden,
Daar blijft men zelden dood en ’t sterven is nog zoet.

Simon van Beaumont (1573-1654)

 

Top