Voorwoord en gebruikte literatuur

De genealoog die een familie wil onderzoeken, zal feiten en omstandigheden moeten leren kennen. Daartoe verzamelt hij gegevens uit openbare archiefbewaarplaatsen, zo zijn in onze genealogie vele gegevens te vinden in de archieven van Hontenisse, Hulst en Assenede, en speurt hij in andere, toegankelijke bronnen. Wat hij op deze manier niet weet te vinden, zal hij proberen te ontdekken bijvoorbeeld door gesprekken met familieleden en het rondsturen van brieven vergezeld van een invulformulier, hopend dat dit formulier terug gezonden wordt.

Onderzoek in archiefbewaarplaatsen is onpersoonlijk. De doden verzetten zich niet tegen gesnuffel in hun vroegere doen en laten. Levenden daarentegen zijn soms zeer kritisch en kunnen, om uiteenlopende redenen, weinig gecharmeerd zijn van de nieuwsgierigheid van de genealoog. Zij weigeren soms botweg elke medewerking, sterker nog, zij eisen dat de genealoog elk onderzoek verder staakt. In extreme gevallen wensen zij niet in verband gebracht te worden met naamgenoten, en hun naam mag in geen enkele publicatie verschijnen. De indruk zou kunnen postvatten dat iemand die anoniem wenst te blijven en niet in een geschreven genealogie wenst voor te komen, sterke papieren heeft. Er bestaat immers een Wet Persoonsregistratie (WPR). Deze wet bepaalt dat degene die persoonsgegevens verzamelt en opslaat (de houder) er verantwoordelijk voor is dat deze gegevens niet in handen vallen van derden. Ook als hij deze gegevens ter beschikking stelt van iemand die iets met deze gegevens gaat doen (de bewerker), gaat de geheimhoudingsplicht over op de bewerker.

Het lijkt er dus op dat de Wet Persoonregistratie (WPR) een flinke bescherming biedt. Echter in artikel 2d zijn uitgezonderd de persoonsregistraties die berusten in een archiefbewaarplaats als bedoeld in de Archiefwet van 1962 (Stb.313). Verder zijn openbaar de registers van de burgerlijke stand, handelsregisters, kiezersregisters, het huwelijksgoederenregister, het voogdijregister, en het curatelenregister. Verder is alles openbaar wat in het Staatsblad en de Staatscourant wordt gepubliceerd. Dat houdt in dat de genealoog zonder meer de vrije beschikking heeft over alles wat hij via deze bronnen te weten is gekomen. De vraag is alleen: mag hij deze gegevens in geordende en/of bewerkte vorm, ook publiceren? Artikel 2c van de WPR geeft het antwoord en zegt hierover dat de wet niet van toepassing is op boeken en andere schriftelijke publicaties met persoonsgegevens, alsmede catalogiseringen daarvan.

De WPR is bedoeld om de burger te beschermen tegen een onrechtmatige inbreuk op zijn persoonlijke levenssfeer. In de tegenwoordige tijd komt iedere Nederlander in tientallen computerbestanden voor. Terwijl in de Tweede Wereldoorlog verzetsmensen nog administratief konden verdwijnen door een ‘simpele’ overval op een bevolkingsregister, is nu een onderduiken in de anonimiteit nagenoeg onmogelijk. Daaraan veranderen een geheim telefoonnummer of een postbusnummer niets. Wie de moeite zou nemen voor zichzelf een lijstje te maken in welke administraties hij, vaak met pasfoto (!), in de loop van zijn leven is opgenomen, bemerkt al spoedig dat dit een onbegonnen zaak is. Het enige waarop hij mag hopen is, dat de genealoog geen kans ziet toegang te krijgen tot al deze bestanden, en vervolgens een koppeling op naam tot stand brengt. Dat zou pas echt een schending van de privacy kunnen opleveren!

Ook zonder in te breken in computerbestanden kan een genealoog, door vrije nieuwsgaring, veel te weten komen. Een paar voorbeelden kunnen dit verduidelijken.

Het doorvlooien van de openbare Staatscourant levert informatie over bijvoorbeeld echtscheidingen, faillissementen, verzoeken tot naamswijziging, en ondercuratelestelling. Op bepaalde plaatsen in Nederland circuleren lijsten met namen van wanbetalers. Dagbladen en weekbladen geven in de redactionele kolommen en op advertentiepagina’s een schat aan informatie. Voor de betrokken is dat niet altijd informatie in positieve zin. Het vermelden van initialen (vaak met leeftijd en beroep) in plaats van de volledige naam maakt hier weinig verschil, zeker als de betrokkene in een kleine plaats woont. En hopen op de vergeetachtigheid van de medeburger is eveneens zinloos. Veel van wat geschreven wordt, wordt vastgelegd in knipselverzamelingen of verdwijnt rechtstreeks het archief in. Het terugzoeken van die informatie kan zeer tijdrovend zijn, maar is in principe mogelijk.

Uiteindelijk dringt zich toch de vraag op of een genealoog al wat hij te weten is gekomen ook moet publiceren. Kan hij dat voor zijn geweten verantwoorden? Welk belang is er mee gediend te vermelden dat een nog levende naamgenoot herhaaldelijk is bekeurd wegens overtreding van de maximumsnelheid? Genealogisch niet relevant is de vraag of de kinderen wel de vader hebben die als zodanig staat geregistreerd, maar als de genealoog weet heeft van een slippertje, is het misschien toch beter die kennis niet aan de grote klok te hangen.

Het werk van een genealoog richt zich niet primair op het individu maar in bredere zin op de familiegeschiedenis als geheel, en dan nog gezien over een aantal eeuwen. Hoofddoel is het schrijven van een familiegeschiedenis die de opgang en neergang van een geslacht laat zien. De basis moet natuurlijk zijn een zo compleet mogelijke opsomming van alle familieleden in het juiste familieverband. Het streven is erop gericht, zeker van de oudste generaties, alle beschikbare informatie, die vaak met enorme inspanning is verzameld, te boek te stellen. Voor jongere generaties kunnen we minder uitgebreid zijn. De recente bronnen zijn rijker en relatief gemakkelijk toegankelijk. Nader onderzoek blijft in principe mogelijk. Archivalia kunnen verloren gaan door oorlogsgeweld of natuurgeweld, door brand of gewoon door de tand des tijd. Daarbij komt dat tegenwoordig vaak besloten wordt originele documenten, na verfilming of vastlegging op beeldplaat, te vernietigen. Gebrek aan opslagruimte is dikwijls het doorslaggevende argument. Onbekend is of een film of beeldplaat wel een even betrouwbare informatiedrager is als papier. En hoe gedraagt zich de afspeelapparatuur? Moeten we over driehonderd jaar naar een museum om onze oude banden af te spelen? Of moet elke tien jaar alle opgeslagen kennis worden overgespeeld op moderne informatiedragers?

Het in drukvorm laten verschijnen van een genealogie lijkt een bruikbare methode om, door verspreiding van kennis, die kennis voor de toekomst veilig te stellen. Vanuit dat oogpunt bezien wil de genealoog het liefst alles publiceren wat hij weet, inclusief de zwarte bladzijden van de familiegeschiedenis. Een steekpartij, een moord misschien, geeft kleur aan een genealogie, maar het maakt wel verschil of die plaatsvond in 1700 of 1980! Daarom is en blijft voorzichtigheid geboden. Op grond van al deze overwegingen lijkt het verstandig in een te verschijnen genealogie al die feiten waarvan publicatie pijnlijk of schadelijk zou kunnen zijn voor betrokkene of diens naaste verwanten, achterwege te laten. De inschatting welke feiten dat betreft, is uiteraard subjectief en dus aanvechtbaar. Om te bereiken dat latere generaties toch aanknopingspunten hebben voor verder onderzoek, kan er waar nodig verwezen worden naar relevante archiefbronnen. Waarbij we moeten hopen dat te zijner tijd die bronnen nog raadpleegbaar zijn!

In de loop van de geschiedenis zijn er heel wat dingen veranderd, als we zien dat voor 1795 er alleen kerkelijke huwelijken waren of er werd gehuwd voor de Schepenbank. Vanaf de 16e eeuw kende Nederland naast de katholieke kerk, de gereformeerde kerk (Calvinistisch) en de lutherse en doopsgezindte kerkgenootschappen. Later volgden de remonstranten, oud katholieken en twee soorten joodse kerkgenootschappen. Elk genootschap hield zijn eigen ledenregisters bij. De kerkelijke doop, trouw en begraafboeken lijken het meest op de Burgerlijke Stand van nu. Wat men vaak bij namen terugziet is de vernoeming. Vooral onder invloed van het Christendom en plaatselijke tradities vond deze meer plaats volgens vaste patronen. De oudste zoon werd vernoemd naar de vader van de vader, de tweede zoon naar de vader van de moeder, de oudste dochter naar de moeder van de vader, de tweede dochter naar de moeder van de moeder en volgende zoons en dochters naar respectievelijk broers en zusters van de vader of moeder. Als de grootouders al waren overleden, dan gingen zij voor bij de benoeming. Jong overleden kinderen werden op die manier direct vernoemd bij een volgend kind. Dit is ook bij de gegevens van onze familie te zien.

Omdat de geschiedenis zich voor het overgrote deel in het land van Hulst en omstreken afspeelt, wordt begonnen met een opsomming van gebeurtenissen, die daar vanaf de tachtig jarige oorlog plaatsvonden. Hierdoor krijgen we enigszins een indruk van de omstandigheden, waarmee onze voorouders moesten leven. De historische gegevens zijn verkregen uit de ons bekende streekboeken en krantenartikelen, welke ons veel informatie verstrekken, zoals;

Literatuur;

Hulst door de eeuwen heen, van J.Adriaanse.

Geschiedenis van Hontenisse, van pater A.Fruytier.

De geschiedenis der kerk in Boschkapelle 1695 - 1925, van pastoor G.Bongenaar.

De geschiedenis van Hontenisse, uit het rijke verleden van het Hulster ambacht, van A .Fruytier.

Oost Zeeuws Vlaanderen, toen en nu, van J. de Vries.

Het spookte in Zeeuws Vlaanderen, van J. de Vries.

Op zoek naar onze voorouders, van het Centraal Bureau voor Genealogie.

Overzicht van de verzamelingen, van het Centraal Bureau voor Genealogie.

Tussen afsluitdammen en Deltadijken van M.H. Wilderon

De hofsteden van Axel, van P. van Cruyningen.

Ons erfgoed, van uitgeverij Alvo.

Over den vier ambachten, van uitgevrij P. Durinck.

Boerderijen in het land van Hulst, van de Stichting Boerderijenonderzoek in het land van Hulst.

Boedelinventarissen en akten van uitkoop in Hulster, ambacht, door V.J.M. Blieck.

Documentatiemateriaal;

Genealogie Alphonsus de Maat, door F. Kroes.

Genealogie familie Buysrogge, door C. Buysrogge

Genealogie familie de Maat, door W. Pauw

Genealogie familie Gelderland, door F. Gelderland

Onuitgegeven bronnen;

Artikelen uit Versteend Verleden, in Dagblad ‘de Stem’.

Van toen en nu, in de Provinciale Zeeuwse Courant.

Archief van de gemeente Hontenisse

Archief van de gemeente Hulst.

Archief van de gemeente Axel

Archief van de gemeente Terneuzen.

Archief van de gemeente Sas van Gent.

Archief van de gemeente Rotterdam.

Archief van de gemeente Amsterdam.

Archief van de gemeente Breda.

Archief van het Hulster Ambacht

Archief van het Axel Ambacht.

Archief van het Asseneder Ambacht.

Rijksarchief van de Provincie Zeeland te Middelburg.

Genealogisch centrum van het CBG te ’s-Gravenhage.

Zeeuws Archief (ISIS)

Genlias en nog vele andere website’s op het gebied van computergenealogie

Terneuzen, 22-10-2002

Hubert de Maat.