Home
betekenis van de naam
verspreiding van de naam
van den Neste voor 1630
Poortersboeken Aalst
Vanneste
Archieven te Lille
VandeNesse
Catharinadal
van Ness - Van Neste in America
Rijksarchief Middelburg
Geschiedenis
Artiest Vanneste
Familie foto's
Familiewapen
 
 
 
 
 
   
Catharinadal

 [NC318] Et Henrici de Neste et Arnoldi, fratris eius, qui legaverunt nobis undecim gr. ant. ann.

Ob. kan. en Ob. kap. Op 16 maart (voor 1451) jaargetijde van Arnoldus de Neste en zijn ouders (kan. 4 gr. vet., kap. 2 gr. vet.). Drossaers, Het archief, regest 497 en 684. In 1353 een Arnoud van Neste leenman van Breda, in 1371 schepen van de stad. GAB II 17 (Register H. Geesttafel) fol. 26. Voor 1415 was een cyns van 8 lopen rogge op goederen te Rijen afkomstig van Aert van Neste en Ghielys van Wingaerde. Drossaers, Het archief, regest 970. In 1410 was een Henric van den Neste betrokken bij een in beslagname van leengoederen

20B (maart)

[NC207] Commemoratio Elisabeth de Oosterzeel, quondam nostri conventus priorissae ante reformationem.

(EC356) p. 265. Op 17 oktober 1443 nog gewoon zuster. Idem, (EC359) p. 267. Op 23 maart 1444 priorin genoemd. (EC383) p. 282-283. Op 11 oktober 1449 laatste vermelding als priorin. (EC391) p. 286. Op 13 maart 1452 Mechtelt van Ryswyck priorin. Elisabeth stierf dus op 20 maart 1450 of 1451. A. Cath. Man. 1 fol. 100 en 100v. In het rekeningjaar 1457/1458 onkosten verantwoord voor diverse bedevaarten van 'joffrouwe Oesterzeel' o.a. naar Amersfoort.

[NC208] Et Avezoetae de Neste, quondam priorissae ante reformationem.

Van der Aura, Geschiedkundige bijdragen, p. 94. Deze auteur plaatst de priorin De Neste, die buiten de vermelding in het necrologium onbekend is, op basis van de dagvolgorde direkt na Elisabeth de Oesterzeel. Dit lijkt onwaarschijnlijk gezien de korte termijn - 2 jaar - tussen de dood van Elisabeth en de eerste vermelding van haar opvolgster Mechtelt van Ryswyck. In de bronnen (zie 27 april) kwam de familie De Neste vooral voor in Breda in de tweede helft van de veertiende eeuw. Avesoeta van Neste was waarschijnlijk priorin tussen Luytgaert van Goerle en Elisabeth van de Leck, want op 25 september 1395 werd een domicella Zoeta genoemd als priorin van Catharinadal (Erens, De oorkonden, p. 147). Dit zou betekenen dat de volgorde in het necrologium niet klopt en dat priorin Van Goerle al voor 1395 gestorven was. Verder geeft Van der Aura foutief bij Luytgaert van Goerle als jaar van overlijden 1406; dit moet in ieder geval voor 1395 zijn.

[NC209] Et Gertrudae Teunissen, benefactricis huius monasterii, matris sororis nostrae

 

Samenstelling en organisatie van het klooster

Aantal nonnen

De historische bronnen over Sint-Catharinadal bevatten betrekkelijk weinig informatie over de kloosterbewoners en de interne organisatie in de beginperiode (tot ca. 1450). Het is zelfs moeilijk om een indruk te krijgen hoeveel nonnen in deze periode in het klooster verbleven. Aanwijzingen over het aantal kloosterlingen zijn schaars en moeten indirect afgeleid worden.

In 1395 bijvoorbeeld kregen de nonnen achttien kussens ten geschenke en in 1427 vierentwintig kussens. (Oosterhout, archief St. Catharinadal, Charters nrs. 122 en 226). In laatstgenoemd jaar schonk Philips van der Lek het klooster deze kussens, die een witte kleur hadden en waarin zijn wapenschild was geweven. De vierentwintig kussens mochten alleen in het koor gebruikt worden op geschikte tijden ter ere van de H. Catharina, patrones van het klooster. (Oosterhout, archief St. Catharinadal, Charters nr. 226). Misschien kunnen we conclusies verbinden over het aantal zusters op basis van dit aantal kussens. Pas in 1463 is er een volledige opsomming van de koorzusters. Er verblijven dan 12 koorzusters in Sint-Catharinadal. Dat is weinig, in vergelijking met andere norbertinessenkloosters.
Het Generaal Kapittel bepaalde in 1231 dat het klooster Zennewijnen niet meer dan 24 zusters mocht hebben (Harenberg 1980). Het klooster Langwaden tussen Keulen en Dsseldorf kende in 1335 een numerus clausus van 27 koorzusters (Bitter 1969, p. 236). Het maximale aantal zusters in het klooster Sint-Gerlach werd in 1345 op 30 gesteld (Franquinet 1877, p. 44-45). Het klooster O.L.V. Besloten Hof in Herentals werd in 1410 gesticht voor 15 koorzusters en 5 lekezusters. In 1452 woonden er desondanks 28 koorzusters en 8 lekezusters (Van Spilbeeck 1892, p. 19-21 en 79-80).

Gegoede afkomst

Uit historische gegevens blijkt dat de nonnen van Sint- Catharinadal voor een belangrijk deel afkomstig zijn uit de gegoede burgerij van Breda. Het gaat om de families Van Bergen, Block, Van den Camere, Bynstroe, Van Loenhout, Van den Neste, Van Oekel, Van Oesterzeel, Van Rijswijk, Sterkens, Van der Sterre, Van Wijfliet en Van Ykel. Een enkeling was zelfs afkomstig uit de lokale adel (de geslachten Van Breda, Van der Lek, Van Polanen, Van Drongelen en Van Spout). Dat betekent overigens niet dat uitsluitend dames van stand in het klooster traden. Meestal vermelden de geschreven bronnen alleen de priorin of de zusters die betrokken waren bij eigendomstransacties met naam en toenaam. In beide gevallen ligt een gegoede afkomst voor de hand. De overige, niet bij naam bekende kloosterzusters kunnen ook uit andere lagen van de middeleeuwse samenleving afkomstig zijn. Dat de meeste nonnen afkomstig waren uit de gegoede burgerij of lage adel, lijkt echter wel voor de hand te liggen. Ook bij andere norbertinessenkloosters was dit namelijk het geval (zie Koch 1994).

   

Terug naar Informatie

 

 

                              

               

                            

 

 

                                                                                                               

 

 

 

 

 
   

Thanks to
Deze pagina kwam mede tot stand dankzij de medewerking van:

Erik van den Neste

Monique van den Neste

Rene van den Neste

Gabriel van den Neste

Rita van den Neste

Jan Vanneste

Yvo van Damme

Louis Pollet

Colleta Van Neste

Brigitte Van Neste