Uut de PZC van den elfden oktober 2000

 

 

Dialectproject op West-Vlaamse scholen

 

Door Marco Evenhuis

 

 

In West-Vlaanderen liep vorig jaar een vakoverschrijdend taal- en informaticaproject voor middelbare scholieren rond het thema streektaal. Achttien scholen gingen aan de slag met het thema, deden een verplicht stukje onderzoek naar dialect in hun dorp of streek en konden zich vervolgens uitleven in een vrije opdracht rond het thema. Een flink deel van die vrije opdrachten zijn in de vorm van een presentatie op internet te bekijken.

Leerlingen van het VTI uit Brugge maakten bijvoorbeeld een bijzonder eigentijds vormgegeven presentatie met onder meer een alfabet met Brugse woorden en uitdrukkingen, een dialectquiz, strips in Brugs dialect en het volkslied van Brugge (‘Zie j’ van Brugge’). Het Heilig Hartinstituut uit Harelbeke houdt het bij een opsomming van onderzoeksresultaten. Een aantal kleurig uitgevoerde grafieken leert ons dat 96% van de Harelbekenaren boven de 55 dialect spreekt of sprak met hun ouders, dat 92% dat nog doet met de kinderen, maar dat ‘maar’ 80% dat met de kleinkinderen doet. Van de Harelbekenaren onder de dertig, spreekt 80% dialect met hun ouders, 76% doet dat ook met leeftijdgenoten en slechts 60% spreekt nog dialect met jongere kinderen. Ook in het zo dialectvaste West-Vlaanderen is de streektaal dus op z’n retour, zij het lichtjes.

De vrije opdrachten zijn beoordeeld door een jury. En die benoemde het Sint Fransiscusinstituut uit Poperinge terecht als winnaar. Leerlingen van het instituut richtten zich op het nabije Frans-Vlaanderen en spraken met mensen die zich op cultureel vlak inzetten voor de taal van die streek. Op de site van het instituut zijn interviews te lezen met een Frans-Vlaamse troubadour, een dichter en een toneelschrijver/-regisseur. Bovendien, en dat maakt het werkstuk van de Poperingse school zo interessant, zijn fragmenten te beluisteren uit het werk van die drie Frans-Vlamingen. Zo draagt de dichter Nol Ternynck op stemmige muziek voor uit eigen werk en zijn fragmenten te beluisteren uit een toneelstuk van toneelman Roland Delannoy. Van de ook in ons land niet onbekende volksmuzikant Raymond De Clerck (‘Klerktje’) zijn een aantal liedjes te horen n na te lezen. En ervan is ‘Oven’ (de spelling is ietwat aangepast aan hoe we hier in Zeeland gewend zijn dialect te schrijven:

 

Deur de kracht van nuuzen oven
krieg je de gezondeid were
vo degene die 't gelovn
zie zien vrie van smart en zere

Komt al’ier, al’ier, al’ier
we gaon judder verbakn in d'n oven
Komt alhier, alhier, alhier
en vrest noch vlamme noch vier.

Komt al’ier mee kromme benn,
’ge schoeren, schve knien,
en ok ongezonde leedn
komt al ‘ier mee grieze ‘aorn
zonder tands in juddre mond
of zie gie ‘onderd jaorn
je ziet verbakt joenk en gezond.

Komt alhier ...

je-gie j'n orn verloorn
zie je-gie j'n ogn kwiet
of zie je-gie mismaokt geboorn
weet je nie wie da je ziet
Komt joenkheids en joenge dochters
die zien bevresd vor ‘t bedrog
Kom je-gie mee een bult te trouwn
steekt ‘m maor in nuuzen trog.

Komt alhier...

 

Zo op papier lijkt het Frans-Vlaams al aardig op Zeeuws(-Vlaams), als je het lied hrt sta je helemaal versteld over de gelijkenissen tussen de dialecten van hier en gunter in Frankriek. De dialectsite van het Sint Fransiscusinstituut uit Poperinge maakt het mogelijk.