Retour                        Marnix van der Zalm en het Zeeland Open.                                      PZC 18-7-1997
 

Een van de organisatoren van het Zeeland Open Schaaktoernooi kon vorig jaar al met trots zeggen: "We hebben Vlissingen op de kaart gezet!" Dit jaar was het succes van nog sprekender. Grootmeesters van internationale topklasse gaven het toernooi een glans en allure als nooit tevoren. Het Hogeschool Zeeland Schaaktoernooi, zoals het toernooi nu heet, is een sieraad voor de provincie. Schakers hebben over het algemeen niet veel nodig om hun spel te kunnen spelen, maar een aantrekkelijke omgeving en een prachtige speelzaal dragen wel bij om tot optimale prestaties te komen. De formule waarbij 's avonds wordt geschaakt en men overdag vrij is, blijkt een schot in de roos. Vlissingen is een mooie plaats om je vakantie door te brengen en nu zeker voor schakers. Tal van nevenactiviteiten (straattheater) dragen ook hun steentje bij om een schaakweek in Vlissingen tot een feest te maken. Maar voor de meeste deelnemers aan het toernooi telt toch vooral het schaken. Het is moeilijk om ten volle te kunnen genieten van een wandeling over de prachtige boulevard, als je je de ene partij na de andere verloren hebt. Schakers lijken allemaal een beetje op Aljechin, die ooit op een trip in een overweldigend berglandschap slechts oog had voor zijn zakschaakspelletje.

De Zeeuwse deelnemers hebben zich ook in dit toernooi weer aardig geweerd. Marnix van der Zalm sprokkelde van de Zeeuwse deelnemers de meeste punten bijeen. De oud-kampioen van Zeeland (1982) woont al jaren in Utrecht, maar is als speler van HWP nog zeer bij het Zeeuwse schaak betrokken. Marnix haalde 5 punten uit 7 partijen, maar was toch niet helemaal tevreden. Zijn doel was om op de FIDE ratinglijst te komen. Daartoe had hij drie internationale meesters moeten ontmoeten, maar het waren er slechts twee. Zeer tevreden was hij over de volgende twee partijen:

 

Van der Zalm-G. Marx

1.d4 Pf6 2.c4 e6 3.Pc3 c5 4.d5 exd5 5.cxd5 d6 6.e4 Le7  De loper hoort natuurlijk in deze opening op g7, om te drukken langs de diagonaal h8-a1 en veld e5 onder controle te houden. Vooral het laatste is van groot belang. 7.f4 Dc7 Zwart moest al rekening houden met e5. 8.Pf3 Lg4 9.Le2 Pbd7 10.O‑O O‑O 11.Le3 a6 12.h3 Lxf3 13.Lxf3 Tfe8 14.Dd2 Lf8 15.g4!  Maakt plaats voor de dame op g2 en pakt meteen groot ruimtevoordeel. 15… Pb6? 16.Dg2 Pc4 17.Lc1 b5 Meer een demonstratie van onmacht dan van strategie. Wit brengt een lawine op gang.  18.e5! Pd7 Slaan op e5 ging niet wegens d6! met materiaalwinst. 19.e6! Pdb6 20.b3 Pa5 21.f5 b4 22.Pe4 c4 23.f6!  

 

 

De triomfale opmars van de witte pionnen wordt voltooid.  23.... fxe6 24.dxe6 Txe6 25.f7+ Kh8 26.Pg5  Deze zet was ook op 25... Dxf7 gevolgd. Zwart gaf het op. Hij komt een toren achter. Natuurlijk is dit geen toppartij, daarvoor was de tegenstand te zwak, maar de wijze waarop wit de feilen in de zwarte stelling blootlegt, maakt een zeer esthetische indruk.
Schaken is de kunst om de voor de tegenstander meest onaangename zetten te doen. Dat hoeven niet altijd de beste te zijn.  

 

S. Horvath- Van der Zalm

1.e4 d6 2.d4 Pf6 3.Pc3 g6 4.Pf3  Van deze timide voortzetting hoeft zwart niet bang te zijn. Ambitieuzer is 4.f4. 4..... Lg7 5.Lf4 O‑O 6.Dd2 Pc6 7.O‑O‑O  Na 7.d5 is 7.... Pe5 mogelijk: 8.Pxe5 dxe5 9.Lxe5 Pxe4! met goed spel voor zwart. 7.... Lg4 8.Le2 Ph5 9.Lh6 e5 10.d5 Pb4 11.h3 Ld7 12.a3 Pa6 13.g4 Pf4  Een gedwongen pionoffer, dat in veel varianten van het koningsindisch ook voorkomt. Als compen­satie heeft zwart een mooie loper op g7. In dit speciale geval lijkt die compensatie aan de magere kant. 14.Lxf4 exf4 15.Lxa6 bxa6 16.Dxf4  Ik heb een pion en wie doet me wat?, zoals Karpov eens zei. 26..... Tb8  Twee paarden tegen twee lopers. Wit lijkt goed geboerd te hebben, te meer omdat de zwarte pionnenstelling ook geen schoonheidprijs verdient 17.Pd4 Tb6 18.De3 Db8 19.b3 a5 20.a4 Tb4  De druk op de witte stelling wordt vergroot. Maar schijn bedriegt in belangrijke mate en wit haalt  nu een positionele slag binnen. 21.Pc6! Lxc6 22.dxc6  Staat wit nu niet gewonnen?. De dreiging is Pd5, waarna de zwarte stelling een totale puinhoop is. 22..... Txb3 ?! Er zijn twee mogelijkheden. 1. Zwart dacht, dat het torenoffer won, maar dan heeft hij zich misrekend. 2. Hij speelde blufpoker omdat hij de stelling niet meer vertrouwde. We hebben het vermoeden dat het eerste het geval was. 23.cxb3 Dxb3 24.Td3 Tb8  

 

 

25.Pd1??  Beneveld door het prachtige weer (?) blundert wit ver­schrikkelijk, al moet gezegd worden, dat de weerlegging niet voor de hand lag.  Het lijkt onwaarschijnlijk, dat hij op de 25e zet al in tijdnood was. Niet goed was ook 25.Pb5 wegens 25.Db2+ Kd1 26.Db1 en zwart wint een toren terug en dat is voldoende voor winst, maar met 25.Kd2! had hij zwarts vermetele  combinatie kunnen weerleggen. Bijvoorbeeld 25..... Db2+ 26.Ke1! Dc2 27.Pd1en wit ontsnapt. Of 26.... Lxc3+ 27.Txc3 Da1+ 28.Tc1 en wit wint. 25..... Dc2!! Met de dodelijke dreiging 26.... Tb1 mat. Wit gaf het op. Ongetwijfeld had de zwartspeler meteen na de partij een vreselijke hekel aan Vlissingen! Maar spoedig zullen de emoties ongetwijfeld geluwd zijn, hoewel een nederlaag in de laatste ronde van een toernooi hard aankomt, en blijven de mooie herinneringen.


Naspelen.