Het is al ijdelheid, zei de Prediker
al. En als hij had kunnen schaken, zou hij er zeker aan
toegevoegd hebben: en voor schakers in het bijzonder!
Raymond Keene, de Engelse grootmeester, publicist en
zakenman(!) schreef eens in het voorwoord van een van zijn
boeken: ‘Ik heb in het boek talrijke partijen van mezelf
opgenomen. Andere auteurs die in hun werk ook hun eigen
partijen bespreken, merken gewoonlijk op, dat een
schaakspeler zijn eigen partijen beter kent en daarom ook
beter aan anderen kan uitleggen. In mijn geval is de reden
een andere: ijdelheid.’
Keene is bij sommige schakers in Engeland niet populair,
maar in dit geval verdient hij een dikke pluim. Schakers,
die niet ijdel zijn, moeten met een lantaarntje gezocht
worden. Wie kent ze niet die ijdeltuiten, die boeken
volschrijven met hun Beste Partijen en waarbij titels
als Ich spiele auf Sieg niet eens meer opvallen?
Maar wat zijn het vaak heerlijke boeken vol avonturen en
heldendaden! Ook als schakers onder elkaar zijn, is de
ijdelheid niet ver. Hun conversaties lijken daarom ook vaak
wederzijdse monologen over hun eigen partijen.
Simon Sanders - Cor Jansen. Middelburg, september 1997.
1. e4
Sanders speelt slechts af en toe deze zet. Hij houdt niet
van ingewikkelde en combinatierijke partijen. Maar ook als
je niet zo jong meer bent, Simon is 74, wil je af en toe
toch wel eens wat anders.
1…e6 2. b3 Pf6 3. e5 Pd5 4. c4 Pb6 5. d4 d6 6. exd6 cxd6 7.
Pf3 Pc6 8. d5
Geen goede zet, maar niet zo slecht als hij er uitziet. Wit
had zwarts antwoord volkomen over het hoofd gezien, en
poogde dat niet te laten blijken. Slechts aan de kleur van
het gelaat was merkbaar, dat er iets onvoorziens gebeurd
was.
8…Df6 9. dxc6 Dxa1
Na afloop dacht Sanders, dat hij hier meteen 10.Dc2 had
moeten spelen. Dat is twijfelachtig, want de zwarte dame
keert met 10… Df6 meteen terug in veilige haven.
10. cxb7 Lxb7 11. c5!
Sterk gespeeld en wits enige kans op redding. Zwart moet nu
heel voorzichtig zijn.
11…Pd7!
Slaan op b1 is te gevaarlijk wegens Lb5+.
12. Dc2 Tc8 13. Le3 Pxc5 14.
Ld4
Hier had wit op gerekend. De zwarte dame gaat onherroepelijk
verloren. Helaas hoeft zwart zich dat niet aan te trekken.

14… Le4!
Dit redt zowel de pluspion als de kwaliteit.
15. Dxe4 Pxe4 16. Lxa1 Tc1+ 17.
Ke2 Txb1 18. Ke3 Kd8
Pareert de dreiging 19… Lb5+. De rest is niet moeilijk meer.
19. Ld4 Pc5 20. Pg5 Ke7 21. g3 f6 22.
Pf3 e5 23. Lc3 g6 24. Lg2 Txh1 25. Lxh1 Lh6+ 26. Ke2 Tc8 27.
Lb4 Ke6 28.
Pd2 d5 29. Pb1 e4 30.
Lg2 Pd3 31. Lh3+ f5 32. Lc3 d4 33. Lxd4 Tc2+ 34. Kd1 Tc1+
En mat op de volgende zet.
De bestuurderen van Middelburg hadden een truc bedacht om op
gemakkelijke wijze de punten voor hun teams in de wacht te
slepen en waren uitgeweken naar het onder Middelburg
ressorterende Sint Laurens in de hoop de tegenstanders op
een dwaalspoor te leiden. Die hoop was ijdel. De
Stukkenjagers uit Tilburg, die tegen Middelburg 1 moesten
aantreden, kwamen weliswaar iets te laat in de mooie
speelzaal, maar trokken meteen fel van leer. In de gezonde
plattelandslucht werden de Middelburgers met 6-2
verpletterd. Slechts aan de borden twee en drie werden twee
schamele puntjes gepakt. Johan de Wolf deed dat met zijn
bekende zitvleestechniek, won een pionnetje en later nog
een, waarna de tegenstander niet lang meer tegenspartelde.
Mijn eigen partij was geen voorbeeld van gedegen
oudemannenschaak, maar meer gok- dan schaakspel. Tenslotte
rolde het balletje voor mij de goede kant op. Men is nooit
te oud om met Vrouwe Fortuna te flirten.
Van Dongen – Jansen.
Sint Laurens 1997.
1. d4 Pf6 2. c4 e6 3.
Pf3 b6
Sinds jaar en dag ben ik van plan om dit vreselijke
dame-indisch vaarwel te zeggen, maar iedere keer is er een
klein duiveltje in mij dat zegt: Speel het toch maar.
4. a3 Lb7 5. Pc3 d5 6.
Lg5 Le7 7. e3 Pbd7 8. cxd5 Pxd5 9. Lxe7 Dxe7 10. Pxd5 exd5
11.
Ld3 h6
Sommige spelers spelen in elke stelling deze zet. En als het
kan ook nog a6. Iemand noemde dat eens de strategie van de
lamme handjes.
12. 0-0 0-0 13. Tc1 c5
Veiliger was 13… c6 met een passieve maar tamelijk veilige
stelling.
14. Lf5 Pf6 15. Pe5 g6 16.
Ld3
Met 16.Lxg6 bereikt wit weliswaar een klein materieel
voordeeltje, maar de activiteit van de zwarte stukken weegt
daar ruimschoots tegenop.
16…Tac8 17. f4 Kg7
Zwart staat opeens moeilijk. Hij moet tegenspel zoeken op de
damevleugel.
18. f5 g5 19. Df3 Th8 20.
Tce1
Tot hiertoe had de jeugdige witspeler voortreffelijk
gespeeld. De aarzelende zet, die hij nu uit zijn vingers
liet glippen, gaf me echter weer wat moed en de kans om op
de damevleugel iets terug te doen.
21…c4 21. Lb1 c3 22. bxc3 Txc3
Schaakcomputer The King vond zelfs, dat zwart hier iets
betere stond. Dat oordeel wijzigde onmiddellijk na wits
volgende zet in iets beter voor wit!
23. h4! Tg8
Na 23… Dxa3 doet wit niet 24.hxg5 hxg5 25.Dg3 wegens 25…
Th5, maar meteen 24.Dg3! en de witte aanval is niet te
stoppen. Zwart dekt nu g5. Ook 23… gxh4 kwam in aanmerking.
24. hxg5 hxg5 25. Dg3 Kf8
De zwarte torens zijn nu van elkaar gescheiden. Dat lijkt
wit in de kaart te spelen. Na afloop ontstond een verhitte
discussie over de vraag waar wit de ‘gewonnen staande
partij’ wel had weggegeven. Kansrijk, maar zeker niet
beslissend was het stukoffer 26.Pg6+. De witspeler had er
geen seconde naar gekeken. Hij probeert het met meer
subtiele middelen.
26. Tc1 Dxa3 27. Txc3 Dxc3 28.
Pd3
Nu dreigt zowel Tc1 als Db8. Gelukkig heeft zwart nog een
tegenkans.
28…Pe4! 29. Db8+ Dc8 30.
Dxa7 Pg3
Deze zet kwam voor wit volkomen onverwacht. Aan zijn houding
was een licht gevoel van ergernis te onderkennen. Op zulke
momenten komt het erop aan zijn zinnen bij elkaar te houden.
Maar de hand is soms sterker dan de geest. .

31. Tf2??
Natuurlijk ging 31.Tc1 ook niet wegens Pe2, maar Tf3 of Te1
waren betere alternatieven. De stelling is dan een groot
raadsel.
31…Th8!!
Deze merkwaardige toren zorgt voor een ommekeer in de
partij. Er dreigt mat in een zet met Th1. Wit gebruikte nu
al zijn resterende bedenktijd om tot de conclusie te komen,
dat er geen redding meer mogelijk is.
32. Tc2 Th1+ 33. Kf2 Pe4+ 34.
Ke2 Dxf5 35. Pf4 Dg4+
En mat in twee zetten. Wit gaf het op.
Na afloop was de witspeler, samen met een clubgenoot, nog
lang in de weer om mij er van te overtuigen, dat hij een
gewonnen partij uit handen had gegeven. Donner heeft wel
eens gezegd, dat de overwinning des te zoeter smaakt,
naarmate ze dichter van voor de poorten van de hel is
weggesleept. Een waar woord. Ik heb tenslotte nog wat zout
in de wonden gestrooid door te zeggen, dat hij glad gewonnen
had gestaan.
Schaken is een wreed spel!