Retour                                   Het is al ijdelheid                                                         PZC 1997

Het is al ijdelheid, zei de Prediker al. En als hij had kunnen schaken, zou hij er zeker aan toegevoegd hebben: en voor schakers in het bijzonder! Raymond Keene, de Engelse grootmeester, publicist en zakenman(!) schreef eens in het voorwoord van een van zijn boeken: ‘Ik heb in het boek talrijke partijen van mezelf opgenomen. Andere auteurs die in hun werk ook hun eigen partijen bespreken, merken gewoonlijk op, dat een schaakspeler zijn eigen partijen beter kent en daarom ook beter aan anderen kan uitleggen. In mijn geval is de reden een andere: ijdelheid.’
Keene is bij sommige schakers in Engeland niet populair, maar in dit geval verdient hij een dikke pluim. Schakers, die niet ijdel zijn, moeten met een lantaarntje gezocht worden. Wie kent ze niet die ijdeltuiten, die boeken volschrijven met hun Beste Partijen en waarbij titels als Ich spiele auf Sieg niet eens meer opvallen?
Maar wat zijn het vaak heerlijke boeken vol avonturen en heldendaden! Ook als schakers onder elkaar zijn, is de ijdelheid niet ver. Hun conversaties lijken daarom ook vaak wederzijdse monologen over hun eigen partijen.

Simon Sanders - Cor Jansen. Middelburg, september 1997.
1. e4
Sanders speelt slechts af en toe deze zet. Hij houdt niet van ingewikkelde en combinatierijke partijen. Maar ook als je niet zo jong meer bent, Simon is 74, wil je af en toe toch wel eens wat anders. 1…e6 2. b3 Pf6 3. e5 Pd5 4. c4 Pb6 5. d4 d6 6. exd6 cxd6 7. Pf3 Pc6 8. d5 Geen goede zet, maar niet zo slecht als hij er uitziet. Wit had zwarts antwoord volkomen over het hoofd gezien, en poogde dat niet te laten blijken. Slechts aan de kleur van het gelaat was merkbaar, dat er iets onvoorziens gebeurd was.  8…Df6 9. dxc6 Dxa1 Na afloop dacht Sanders, dat hij hier meteen 10.Dc2 had moeten spelen. Dat is twijfelachtig, want de zwarte dame keert met 10… Df6 meteen terug in veilige haven. 10. cxb7 Lxb7 11. c5! Sterk gespeeld en wits enige kans op redding. Zwart moet nu heel voorzichtig zijn.  11…Pd7! Slaan op b1 is te gevaarlijk wegens Lb5+. 12. Dc2 Tc8 13. Le3 Pxc5 14. Ld4 Hier had wit op gerekend. De zwarte dame gaat onherroepelijk verloren. Helaas hoeft zwart zich dat niet aan te trekken.



14… Le4!
Dit redt zowel de pluspion als de kwaliteit. 15. Dxe4 Pxe4 16. Lxa1 Tc1+ 17. Ke2 Txb1 18. Ke3 Kd8 Pareert de dreiging 19… Lb5+. De rest is niet moeilijk meer. 19. Ld4 Pc5 20. Pg5 Ke7 21. g3 f6 22. Pf3 e5 23. Lc3 g6 24. Lg2 Txh1 25. Lxh1 Lh6+ 26. Ke2 Tc8 27. Lb4 Ke6 28. Pd2 d5 29. Pb1 e4 30. Lg2 Pd3 31. Lh3+ f5 32. Lc3 d4 33. Lxd4 Tc2+ 34. Kd1 Tc1+

En mat op de volgende zet.

De bestuurderen van Middelburg hadden een truc bedacht om op gemakkelijke wijze de punten voor hun teams in de wacht te slepen en waren uitgeweken naar het onder Middelburg ressorterende Sint Laurens in de hoop de tegenstanders op een dwaalspoor te leiden. Die hoop was ijdel. De Stukkenjagers uit Tilburg, die tegen Middelburg 1 moesten aantreden, kwamen weliswaar iets te laat in de mooie speelzaal, maar trokken meteen fel van leer. In de gezonde plattelandslucht werden de Middelburgers met 6-2 verpletterd. Slechts aan de borden twee en drie werden twee schamele puntjes gepakt. Johan de Wolf deed dat met zijn bekende zitvleestechniek, won een pionnetje en later nog een, waarna de tegenstander niet lang meer tegenspartelde. Mijn eigen partij was geen voorbeeld van gedegen oudemannenschaak, maar meer gok- dan schaakspel. Tenslotte rolde het balletje voor mij de goede kant op. Men is nooit te oud om met Vrouwe Fortuna te flirten.

Van Dongen – Jansen. Sint Laurens 1997.
1. d4 Pf6 2. c4 e6 3.
Pf3 b6
Sinds jaar en dag ben ik van plan om dit vreselijke dame-indisch vaarwel te zeggen, maar iedere keer is er een klein duiveltje in mij dat zegt: Speel het toch maar.  4. a3 Lb7 5. Pc3 d5 6. Lg5 Le7 7. e3 Pbd7 8. cxd5 Pxd5 9. Lxe7 Dxe7 10. Pxd5 exd5 11. Ld3 h6 Sommige spelers spelen in elke stelling deze zet. En als het kan ook nog a6. Iemand noemde dat eens de strategie van de lamme handjes. 12. 0-0 0-0 13. Tc1 c5 Veiliger was 13… c6 met een passieve maar tamelijk veilige stelling. 14. Lf5 Pf6 15. Pe5 g6 16. Ld3  Met 16.Lxg6 bereikt wit weliswaar een klein materieel voordeeltje, maar de activiteit van de zwarte stukken weegt daar ruimschoots tegenop. 16…Tac8 17. f4 Kg7 Zwart staat opeens moeilijk. Hij moet tegenspel zoeken op de damevleugel. 18. f5 g5 19. Df3 Th8 20. Tce1 Tot hiertoe had de jeugdige witspeler voortreffelijk gespeeld. De aarzelende zet, die hij nu uit zijn vingers liet glippen, gaf me echter weer wat moed en de kans om op de damevleugel iets terug te doen. 21…c4 21. Lb1 c3 22. bxc3 Txc3 Schaakcomputer The King vond zelfs, dat zwart hier iets betere stond. Dat oordeel wijzigde onmiddellijk na wits volgende zet in iets beter voor wit! 23. h4! Tg8 Na 23… Dxa3 doet wit niet 24.hxg5 hxg5 25.Dg3 wegens 25… Th5, maar meteen 24.Dg3! en de witte aanval is niet te stoppen. Zwart dekt nu g5. Ook 23… gxh4 kwam in aanmerking. 24. hxg5 hxg5 25. Dg3 Kf8  De zwarte torens zijn nu van elkaar gescheiden. Dat lijkt wit in de kaart te spelen. Na afloop ontstond een verhitte discussie over de vraag waar wit de ‘gewonnen staande partij’ wel had weggegeven. Kansrijk, maar zeker niet beslissend was het stukoffer 26.Pg6+. De witspeler had er geen seconde naar gekeken. Hij probeert het met meer subtiele middelen. 26. Tc1 Dxa3 27. Txc3 Dxc3 28. Pd3 Nu dreigt zowel Tc1 als Db8. Gelukkig heeft zwart nog een tegenkans.  28…Pe4! 29. Db8+ Dc8 30. Dxa7 Pg3 Deze zet kwam voor wit volkomen onverwacht. Aan zijn houding was een licht gevoel van ergernis te onderkennen. Op zulke momenten komt het erop aan zijn zinnen bij elkaar te houden. Maar de hand is soms sterker dan de geest. .

31. Tf2??  Natuurlijk ging 31.Tc1 ook niet wegens Pe2, maar Tf3 of Te1 waren betere alternatieven. De stelling is dan een groot raadsel. 31…Th8!! Deze merkwaardige toren zorgt voor een ommekeer in de partij. Er dreigt mat in een zet met Th1. Wit gebruikte nu al zijn resterende bedenktijd om tot de conclusie te komen, dat er geen redding meer mogelijk is.
32. Tc2 Th1+ 33. Kf2 Pe4+ 34. Ke2 Dxf5 35. Pf4 Dg4+ En mat in twee zetten. Wit gaf het op.

Na afloop was de witspeler, samen met een clubgenoot, nog lang in de weer om mij er van te overtuigen, dat hij een gewonnen partij uit handen had gegeven. Donner heeft wel eens gezegd, dat de overwinning des te zoeter smaakt, naarmate ze dichter van voor de poorten van de hel is weggesleept. Een waar woord. Ik heb tenslotte nog wat zout in de wonden gestrooid door te zeggen, dat hij glad gewonnen had gestaan.
Schaken is een wreed spel!