Zugzwang!                                                                            PZC 31-1-2003
 

De Duitse schaakterm ‘Zugzwang’ is in veel talen overgenomen, o.a. in het Russisch en Engels. Wij in Nederland noemen het gewoon ‘zetdwang’. Van zetdwang is sprake als er een situatie op het bord is ontstaan waarbij de speler die aan zet is, geen zet meer kan doen zonder onmiddellijk te verliezen. In het eindspel is dat vaak het geval. Soms er sprake van wederzijdse zetdwang. De partij die aan zet is verliest. Zeer zeldzaam is de zetwang in het middelspel. Men kan duizenden partijen naspelen, zonder een partij met een volledige zetdwang tegen te komen. Winnen door middel van zetwang is voor veel schakers een droom, die nooit in vervulling gaat.  Combineren, dat kan iedereen, maar iemand in zetdwang brengen is slechts aan weinigen gegund. De Bulgaarse topgrootmeester Veselin Topalov speelde in het Corustoernooi in Wijk aan Zee niet een van zijn beste wedstrijden, maar hij zal nog lang met bijzonder veel genoegen  aan de volgende partij terugdenken.  

Radjabov - Topalov. Wijk aan Zee 2003.

1.d4 Pf6 2.c4 e6 3.Pf3 d5 4.g3 Lb4+ 5.Ld2 Le7 6.Lg2 0-0 7.0-0 c6 8.Dc2 b6 9.Lf4 La6 10.Pbd2 Pbd7 11.Tfd1 Tc8 12.Tac1 Ph5 13.e4 Pxf4 14.gxf4 Pf6 15.Pe5 Ph5 16.Da4 Lxc4!! De inleiding tot een diepzinnig kwaliteitsoffer.

17.Pxc6 b5 18.Da6 Txc6 19.Dxc6 Pxf4 20.Pxc4 bxc4 21.exd5 exd5 22.Tc3 Lh4 23.Tg3 Te8 Of 23...Lxg3 24.hxg3 en de zwarte d-pion valt. 24.Tg4 Te6 25.Dc5 Pxg2 26.Txg2 a6 Zwart heeft slechts een pion voor de kwaliteit. Dat is meestal te weinig, maar de witte koningsstelling is ook erg zwak. In de volgende fase versterkt zwart langzaam maar zeker zijn stelling. Verrassend is, dat wit daar weinig tot niets aan kan doen. Opvallend is de machteloosheid van de witte torens. 27.Da3 g6 28.Dc3 De7 29.b3 Da3 30.Dc2 De7 31.Kf1 cxb3 32.Dxb3 Dd6 33.Dd3 Df4 34.Dd2 Df5 35.Dd3 Te4 36.Db3 Kg7 37.Dd3 h5 38.Db3 Fout is 38.Dxa6 wegens 38...Lxf2 39.Txf2 Dh3+ 40.Kg1 Dg4+ enz.

38...Lf6 39.Tg3 Tf4 40.De3 h4 41.Tg2 Tf3 42.De2 a5 43.Kg1 Tf4 44.Kh1 Te4 45.Df1 a4 46.Td2 Lxd4 47.Dd1 Le5 48.f3 Tb4 49.Td3 h3 50.Te2 d4 51.Tf2 Lf4 52.De2 Tb1+ 53.Td1 d3 54.Df1 Txd1 55.Dxd1 d2 56.Te2 Dd3 57.Tf2 Le3 58.Tf1 Ld4 59.a3 Kg8 60.f4 De4+ 61.Tf3 Lf2!!

 

Een schitterende slotstelling. Totale zetdwang. Wit kan geen zet meer doen en gaf het dus maar op. Het ligt natuurlijk ook aan de stijl van spelen of men er in slaagt de tegenstander in zetdwang te brengen. Combinatiespelers zullen het minder gauw op het bord krijgen dan bedachtzame positiespelers. Daarom is het extra bijzonder, dat een ‘wilde speler’ als Topalov het voor elkaar heeft gekregen.

 

De ‘onsterfelijke zetdwangpartij’  is de volgende.

Saemisch - Nimzowitsch, Copenhagen, 1923

1.d4 Pf6 2.c4 e6 3.Pf3 b6 4.g3 Lb7 5.Lg2 Le7 6.Pc3 0-0 7.0-0 d5 8.Pe5 c6 9.cxd5 De opening wordt volgens de huidige maatstaven wat primitief gespeeld. Beter was 9.e4 9...cxd5 10.Lf4 a6 11.Tc1 b5 12.Db3 Pc6 13.Pxc6 Lxc6 14.h3  Een onnozele zet. Wit speelt zonder plan. Men zegt wel eens 'beter is een slecht plan, dan geen plan'. Maar is er hier wel een plan mogelijk? Zomaar wat schuiven zonder de stelling te verzwakken is een kunst, die Sämisch duidelijk niet verstond. 14...Dd7 15.Kh2 Ph5 16.Ld2 f5 17.Dd1 b4 18.Pb1 Lb5 19.Tg1 Ld6 20.e4 fxe4!  Een noodzakelijk stukoffer, dat natuurlijk al lang door zwart was voorzien.  21.Dxh5 Txf2 22.Dg5 Taf8 23.Kh1 T8f5 24.De3 Ld3 25.Tce1 h6!!
 

 

Een van de beroemdste slotstellingen uit de schaakhistorie. Wit gaf het op, want hij is in totale zetdwang. Elke zet leidt tot een onmiddellijke nederlaag. Bijvoorbeeld: a. 26.Lc1 Lxb1 met stukwinst; b. 26.Tc1 Te2 met damewinst; c. 26.Kh2 T5f3 ook damewinst; d. 26.g4 T5f3 27.Lxf3 Th2 mat. Het is geen vraag welke partij hoger aangeschreven moet worden, Topalovs kunststukje of de partij van Nimzowitsch. Het spel van Nimzowitsch’ tegenstander Sämisch was onder de maat en zeker van minder kwaliteit dan van Radjabov. Dus: ook op het gebied van de zetdwang is de vooruitgang onmiskenbaar.

 

Tylor – Lasker,Nottingham, 1936

Wereldkampioen Emanuel Lasker (1868–1941) was volgens Robert Fischer een koffiehuisschaker. Van zo'n speler verwacht je geen zetdwangpartijen. Pas op 69-jarige leeftijd slaagde hij erin zo'n partij op het bord te krijgen. Het was in het beroemde toernooi van Nottingham 1936, dat gewonnen werd door Capablanca en Botwinnik voor o.a. de wereldkampioenen Euwe, Aljechin en Lasker. 

1.e4 e5 2.Pf3 Pc6 3.Pc3 Pf6 4.Lb5 Lb4 5.0–0 0–0 6.d3 d6 7.Lg5 Pe7 8.Ph4 c6 9.Lc4 Kh8 10.f4 exf4 11.Lxf6 gxf6 12.Txf4 Pg6 13.Pxg6+ fxg6 14.Lb3 De7 15.Pe2 La5 16.c3 Ld7 17.Pg3 Lc7 18.Tf2 Kg7 19.De2 Tae8 20.Taf1 Le6 21.Dc2 Lb6 22.d4 Lc7 23.Kh1 h5 24.Te1 Df7 25.Tfe2 Lxb3 26.axb3 Dd7 27.Pf1 Te7 28.Dd3 Tfe8 29.Pd2 d5 30.exd5 Txe2 31.Txe2 Txe2 32.Dxe2 Dxd5 33.De7+ Df7 Zwart werkt steeds met de dreiging de dames af te ruilen omdat het resterende eindspel zonder dames zeer gunstig voor hem staat.  34.De4 Dd7 35.Pf3 Kf7 36.c4 De6 37.Dd3 Lf4 38.g3 De3! 39.Dc3 Lh6 40.c5 Df2 41.Dc4+ Kg7 42.Dd3 Le3 43.Dd1 a5!!  

 

 

Zetdwang. Minder spectaculair dan de vorige partijen, maar toch aardig. Wit had nu op moeten geven. 44.b4 axb4 45.b3 Kh6 0–1