Retour                                    Zeeland Open Schaaktoernooi                              PZC 21-7-1995

 

Het eerste Zeeland Open schaaktoernooi was een groot succes. De organisatoren, verenigd in de Initiatiefgroep Schaak Walcheren, verdienen een pluim. Zij hebben tenslotte voor elkaar gekregen, waar het Zeeuwse schaak al jarenlang met smart op wachtte, een internationaal schaaktoernooi. Zeeland is een prachtig vakantieland, waar rust en schoonheid nog niet helemaal verdwenen zijn. Een schaaktoernooi van allure hoort daar bij! Natuurlijk (gelukkig!) komen er geen grote drommen toeristen op af, maar het geeft wel een extra culturele uitstraling. Vlissingen heeft beroemde voorgangers zoals Hastings, San Sebastian, San Remo, Karlsbad, Oostende, Baden Baden, Nice, Wijk aan Zee en tientallen andere. Namen, die in de annalen van de schaakkunst met gouden letters worden geschreven. Vlissingen is bij uitstek geschikt voor een dergelijk evenement. Natuurlijk is het (nog) met van het niveau en de aard van de die illustere voorgangers, maar is het vooral gericht op de schaaktoeristen uit binnen- en buitenland en de schakers uit de eigen provincie. Gecombineerd met toernooien in Sas van Gent, Gent en Antwerpen kan een aantrekkelijk circuit tot stand komen. Een goed georganiseerd, internationaal toernooi is een sieraad voor de provincie en verdient de volle steun van overheid en bedrijfsleven. De toernooi-organisatie en de wedstrijdleiding hebben met het eerst toernooi getoond, dat ze er klaar voor zijn.Dat is een van de mooie momenten van 1995! De Zeeuwse spelers hebben over het algemeen sterk en overtuigend partij gegeven. In deze rubriek alvast twee interessante partijen.

De eerste is van Johan de Wolf uit Middelburg, die een goed toernooi speelde en een paar keer het geweldige schaaktalent dat in hem sluimert tot volle ontplooiing liet komen.

Geert van der Stricht (Belgie)-Johan de Wolf.

1.e4 d5 Vasthoudend en gelaten heeft Johan de spotterijen over zijn liefde voor deze volgens velen dubieuze opening langs zich heen laten gaan. En hij lijkt gelijk te zullen krijgen. Het Scandinavisch begint zich meer en meer als een volwaardige opening te manifesteren. 2. exd5 Pf6 3. d4 Pxd5 4. c4 Pb6 5 Pc3? e5!! Dit stond na een paar tellen op het bord. Wit bleek, ondanks het feit dat De Wolf de laatste jaren bijna naast hem in het eerste van Het Witte Paard heeft gespeeld, niet op de hoogte van diens openingsvoorkeur. Een fatale nalatigheid, die hem lang zal heugen. 6. dxe5 Niet nemen heeft natuurlijk ook zijn bezwaren.

6 ... Dxd1+ 7. Kxd1 Pc6 8. Lf4 Wit probeert zich in arren moede maar aan zijn materiele voordeeltje vast te klampen, maar het moet iedereen duidelijk zijn, dat de witte stelling al zeer bedenkelijk is. Zijn koning kan geen kant op, terwijl de zwarte stukken als op haaien op zijn bloed uit zijn. 8 ... Le6 9. Pf3 0-0-0! Zwart speelt met de stormwind in de rug. 10. Kc1 h6!!

Uit zulke subtiele zetjes blijkt de kracht van een schaker. Hij had op c4 zijn gegambieteerde pion weer terug te kunnen pakken, maar dan was zijn voordeel tot een minimum gereduceerd. De gespeelde zet, die de witte stukken het veld g5 ontneemt en tegelijkertijd g5 in de stelling brengt, is van grootmeesterlijk kaliber! 11. Pd2 g512. Lg3 Lg7 Inzicht is veel belangrijker dan kennis. Zwart ziet, dat deze loper niet op de diagonaal van f8 naar a3 thuis hoort, maar op g7! Wat zei Capablanca ooit? 'Jullie rekenen en rekenen maar, maar ik hoef niet te rekenen, ik weet het!' 13 c5 Wit moet toch iets doen.
13 ... Pd7 14. Lb5 Pdxe5.  De val van de witte pluspion op e5 is veel meer dan een simpel terugwinnen van een geofferde pion, het opent de hemelsluizen boven de witte stelling, die nu door een kolkende watermassa wordt weggespoeld, waarbij wit met zijn volgende zet nog een handje helpt.

 

 

15. Lxc6 Als er geen goede zetten meer zijn, volgt er noodzakelijkerwijze een slechte. 15 ... Pd3+ 16. Kc2 Pb4+ Even, heel even, een kat en muisspelletje. 17. Kc1 bxc6 18. Td1 Lf5! Voor wit een stelling als in een nachtmerrie. De dreiging Pd3+ is dodelijk. 19. Pce4 Lxe4! 20 Pxe4 f5 Wit gaf het op. Een komische noot tot slot. Als het paard wijkt volgt f4 met stukwinst. Een pareltje deze partij, eentje waar een grootmeester trots op zou zijn.  
 

In een toernooi met open inschrijving zijn de krachtsverschillen soms onvermijdelijk groot. Dat heeft minder negatieve gevolgen voor de kwaliteit van de partijen, dan men zou denken. Vaak kan men een hele reeks zwakke zetten doen zonder direct de partij in gevaar te brengen. De volgende partij is daar een aardig voorbeeld van.

P. Saalheim-Hans Groffen

1. d4 e6 2.c4 b6 Een spelletje, dat Groffen al geruime tijd op zijn repertoire heeft staan. Zo won hij er o.a. zijn beroemde dame-offer-partij met Hans Welten mee! (Vlissingen 1994). 3. Pf3 Pf6 4. Pc3 Lb4 De partij gaat nu over in een normale variant van het nimzo-indisch. 5. Ld2 Lb7 6. e3 Lxc3. Door wits slappe opzet (5 Ld2) ziet zwart kans het initiatief te grijpen.

7. Lxc3 Pe4 8. Lb4 Degelijke zetten zal men echt sterke spelers zelden zien doen. Natuurlijk en beter is 8. Tcl om een eventuele dubbelpion op c3 te vermijden. 8 ... d6 9. d5 Consequent gespeeld, maar wel wordt veld c5 aan de tegenstander overgelaten. 9 ... 0-0 10. Dd4 f5! Ook tegen minder sterke schakers moet je goede zetten doen om te kunnen winnen. Onmogelijk is nu 11 fxe6 wegens 11 c5 met stukwinst. 11. Dd3 e5 12 g3 Deze partij is bepaald geen voorbeeld van doelgerichte strategie van de zijde van de witspeler. 12 ... Df6 13. Lg2 Pa6 Deze zet wint een belangrijk tempo. Nog een nadeel van 8 Lb4. Hiermee wordt de witte stelling, die al ernstige tekenen van verval begint te vertonen, voorlopig gestut.

14 ... Pec5 15 Dc2 e4! Goed berekend. Zwart heeft gezien, dat het geen kwaad kan om het witte paard naar e6 te laten komen. 16 Lc3 Dg6 17 Pd4 Pd3+  Sinds een partij Karpov-Kasparov uit hun tweede match om de wereldtitel wordt een zwart paard, dat op d3 stevig gedekt de vijandelijke stelling belaagt een octopus genoemd. 18 Ke2 Tae8, 19 Pe6 Txe6.

Zwart moet doorbijten anders krijgt wit een aanneembare stelling, maar dat heft hij al bij 15 e4! gezien. 20.dxe6 f4!!

De pointe van het zwarte spel. 21. f3? Wit valt in zijn eigen zwaard. Veel beter was 21 exf4! Bijvoorbeeld: A. 21 ... Pxf2, 22 Thf1 (Kxf2? e3+, damewinst) Pd3 en zwart zal de oogst wel binnenhalen, maar moet er nog hard voor werken. B. 21 ... Pxf4+ 22 gxf4 Dxg2 23 Tag1 Df3+ 24 Ke1 g6 25 De2! Dxf4 26 De3 en wit mag niet mopperen! 21 ... exf3+ 22 Lxf3 Lxf3+ 23. Kf1 Lxh1, 24 e7 Te8, 25 exf4 Pxf4, 26 Da4 Wit vergeet op te geven en wordt mat gezet. 26 ... Dd3+ 27 Kg1 De3+ 28 Kxh1 Df3+ 29 Kg1 Dg2 Mat.