Retour                           Mooi eindspel van Michael Wise        1-12-1990

In de schaakpartij onderscheidt men drie fasen, de opening, het middenspel en het eindspel. In de meeste gevallen wordt de partij beslist in het middenspel. Partijen, die hun einde vinden in het eindspel zijn veel zeldzamer. Vaak is de krachtsverhouding dan al zodanig verstoord, dat het slechts om een technische afwikkeling gaat, waarbij een materiële voorsprong tot winst wordt verdicht. Bijna uniek zijn partijen, waarin het evenwicht pas in het verre eindspel wordt verstoord. Dat zijn eigenlijk pas de echte eindspelpartijen.
De grote Emanuel Lasker, wereldkampioen van 1894 tot 1921, werd eens gevraagd naar het geheim van zijn succes. Hij antwoordde daarop, dat vooral in het eindspel het verschil in speelsterkte tot uitdrukking komt. Daarom speelde hij altijd met inzet van alle krachten door in eindspelstellingen, die zijn collega's al lang remise zouden hebben gegeven. Veel van zijn toernooioverwinningen zijn dan ook te danken aan zijn meesterlijke behandeling van ogenschijnlijk eenvoudige eindspelen.
Onder schakers, die niet tot de topklasse behoren zijn eindspelen nog zeldzamer. Het lijkt wel of er een zekere angst bestaat voor dit gedeelte van de partij. Waarschijnlijk komt dat omdat een juiste beoordeling van een eindspel vaak zeer moeilijk is. In deze rubriek een zeer  interessant Zeeuws eindspel.

J.Bastiaansen (Breda) M. Wise (Vlissingen), 1990.
l.e4 e6 2.d4 d5 3.Pd2 c5 4.Pgf3 cxd4 
Meestal speelt men hier 4 ...
Pc6, of 4 ... a6.  5.Pxd4 Pf6 6.Lb5+ Ld7 7.Lxd7+ Pbxd7 8. exd5 Pxd5  Na 8 ... exd5 blijft zwart met een z.g. geïsoleerde pion zitten, die wit een gering maar langdurig initiatief verschaft. 9.0-0 Ld6  Hier staat de loper een beetje onveilig. Beter is 9 ... Le7.  10.c4 P5f6 11. P2f3  Met de dreiging 12. Pxe6 en 13. Dxd6.  11 ... Pc5 12.Pb5 Le7 13.Dxd8+  Na 13. Lf4 redt zwart zich met 13 ... 0-0. De opening lijkt erg in het voordeel van wit te verlopen. Schijn bedriegt echter enigszins. 13 ... Lxd8! 14.Le3 b6 15.Pd6+ Ke7 16.Tfd1 Pce4  Ook na 16 ... Le7 17.Pb5 houdt het witte initiatief aan. Nu wordt tenminste het vervelende paard op d6 afgeruild.  17.Pxe4 Pxe4 18.Td4 Pf6 19.Pe5 Tc8 20.Tad1 Te8!  De enorme druk langs de d-lijn en de zwakte van veld e6 dwingen zwart tot uiterste voorzichtigheid. Hij probeert nu een kunstmatige rokade te realiseren.  21.g4 h6 22.h4 Kf8 23.g5 hxg5 24. hxg5 Lc7!  Verdedigen is een kunst! Op 25 ... Ph5 was 26.Td7 nagenoeg beslissend geweest. Wit had nu ook 25.Pc6 kunnen doen, maar na 5…Pg8 26.Pxa7 Ta8,27 Pb5 Le5! staat zwart bevredigend. Het kwaliteitsoffer 28 a3! lijkt dan wits beste kans.  25. f4 Lxe5. Natuurlijk! De manke loper wordt tegen het briesende paard afgeruild.  26 fxe5 Pg8.  Een kritieke stelling. Wit maakt nu een enorme beoordelingsfout, die hem de partij kost. 27 g6? Zeer voor de hand liggend maar fout. Zwart mag de pion niet slaan op straffe van stukverlies (Tfl+). Beter was 27.Ld2. Zwart staat dan voor een moeilijke keuze. Hoe staat het eindspel er voor na 27... Ted8 28.Lb4+ Ke8 29.Txd8+ Txd8 30.Txd8+ Kxd8 31.Lf8? Het pionneneindspel, dat dan na 31 ... g6 32. Kf2 Pe7 zou kunnen ontstaan is gewonnen voor wit (Ja?). En 31.... f6 32.g6! Pe7 33.Lxg7 fxe5 34.Lf6 Ke8 35.g7 Pg8 36 Lxe5 ziet er ook treurig uit. Waarschijnlijk doet zwart er het beste aan om de pion op g7 meteen op te offeren en 31 ... Kd7 32. Lxg7 Pe7 te spelen. Remise lijkt dan het meest waarschijnlijk. Deze variant toont aan hoe moeilijk het kan zijn om een oordeel te vormen over een eindspelstelling. Als zwart deze variant niet vertrouwde, had hij altijd nog 27 ... Pe7 kunnen spelen. Na 28 Lb4 Kg8! moet hij zich staande kunnen houden (Td7 Pc6).  27... Pe7! 28 gxf7 Kxf7 29. b3.  Een schamele zet in deze stelling, maar is er beter? De pion op c4 moest toch vroeg of laat gedekt worden.  29 ... Pc6 30.Td7+ Te7 31.Txe7+ Kxe7 32. Lg5+ Kf7 33. Lf4 Td8!  Als wit nu de torens ruilt, verliest hij vroeg of laat de e-pion en de partij, hoewel het nog een langdurige en lastige strijd had kunnen worden.  34.Tel Td4 35.Tf1 Kg6 36.Kg2 Td3  Zwart heeft het heft in handen genomen. 37.Tf2 Kh5 38.Lg3 Pe7!!   

Subliem gespeeld. De witte toren wordt naar de damevleugel gelokt.  39.Tf7 Pf5 40.Lf2 g5!   De pointe van zwarts 38e zet. De damevleugel wordt in de steek gelaten, maar de g-pion krijgt vleugels.  41.Txa7 g4 42.Lxb6 Td2+ 43.Kg1 g3 44.Tf7 Kg4 45.Kf1 Kf3 46.Ke1 Te2+ 47.Kd1Txa2 48.c5 g2 49.c6 Tf2!   De beslissing. Zwart krijgt een nieuwe dame. 50.Lxf2 Kxf2 51.Tg7  Of 51. e7 glD+ 52. Kc2 Dg8 53.Td7 Dc8 en wint.  51 ... Pxg7 52.c7 glD+ 53. Kc2 Dg6+  Een indrukwekkende partij van Michael Wise. 

Bastiaansen J. - Wise M. KNSB, 1990.
1.e4 e6 2.d4 d5 3.Pd2 c5 4.Pgf3 cxd4 5.Pxd4 Pf6 6.Lb5+ Ld7 7.Lxd7+ Pbxd7 8.exd5 Pxd5 9.0–0 Ld6 10.c4 P5f6 11.P2f3 Pc5 12.Pb5 Le7 13.Dxd8+ Lxd8 14.Le3 b6 15.Pd6+ Ke7 16.Tfd1 Pce4 17.Pxe4 Pxe4 18.Td4 Pf6 19.Pe5 Tc8 20.Tad1 Te8 21.g4 h6 22.h4 Kf8 23.g5 hxg5 24.hxg5 Lc7 25.f4 Lxe5 26.fxe5 Pg8 27.g6 Pe7 28.gxf7 Kxf7 29.b3 Pc6 30.Td7+ Te7 31.Txe7+ Kxe7 32.Lg5+ Kf7 33.Lf4 Td8 34.Te1 Td4 35.Tf1 Kg6 36.Kg2 Td3 37.Tf2 Kh5 38.Lg3 Pe7 39.Tf7 Pf5 40.Lf2 g5 41.Txa7 g4 42.Lxb6 Td2+ 43.Kg1 g3 44.Tf7 Kg4 45.Kf1 Kf3 46.Ke1 Te2+ 47.Kd1 Txa2 48.c5 g2 49.c6 Tf2 50.Lxf2 Kxf2 51.Tg7 Pxg7 52.c7 g1D+ 53.Kc2 Dg6+ 0–1