Retour                               Westerweele kan ook verdedigen                                     PZC 26-7-1996

 

Het verdedigen van moeilijke en slecht staande stellingen is zeer lastig. Slechts de allergrootsten, hebben daarin een zekere vorm van perfectie bereikt. Steinitz en Lasker moeten genoemd worden, terwijl later vooral Petrosjan, Kortsjnoi en Karpov (!) op dit specifieke onderdeel van het spel roem vergaarden. Toch staat verdedigen een beetje in een kwade reuk. In partijverzamelingen van grote schakers komt men slechts zelden partijen tegen, die gewonnen werden door nauwkeurige en hardnekkige verdediging.

Aanvallen spreekt duidelijk meer tot de verbeelding. Dat is toch een beetje jammer. Het lijkt wel voetbal! De oorzaak daarvan zal wel iets met de psyche van de mens te maken hebben, blijkbaar vindt men een aanvaller moediger dan een verdediger. En moed verdient beloning! Maar wat is moed in een schaakpartij? Neem de volgende openingszetten 1.e4 e5 2.f4, het konings­gambiet. Wat getuigt nu van meer dapperheid, het aannemen van het pionoffer met de consequentie van een moeilijke en langdurige verdediging, of het weigeren ervan met bijvoorbeeld 2.... Lc5? Of in het Morra-gambiet 1.e4 c5 2.d4 cxd4 3.c3, het pionoffer weigeren of aannemen?

Misschien heeft de waardering voor het offer iets te maken met de houding van de mens tegenover de materie. Vrijwillig afstand doen van eigen goed(eren) is goed en moedig, het (onrechtmatig) verkrijgen daarvan slecht en laf. Bij het schaken is het ook mogelijk om behalve materiaal ook andere dingen te offeren, ruimte bijvoorbeeld. Zo beschouwde Petrosjan de koningsindische verdediging als een opening waarin men ruimte offerde, een ruimte-gambiet dus! Zo'n offer kan riskanter zijn, dan een offer van materiaal. De Aljechin- verdediging (1.e4 Pf6 2.e5) is riskanter dan het Spaans! Een schaker, die zich van het begin af vrijwillig op een zeer klein gebied terugtrekt, dat is pas echt een dappere schaker! 

Zo'n schaker is Maarten Westerweele, wonend in Vlissingen, schakend voor Middelburg. Met wit speelt hij gambieten (Morra), met zwart soms zo passief mogelijk! De volgende partij is uit de ZSB-wedstrijd Middelburg II- SVWZV en werd gespeeld aan het eerste bord.

G.Ries (SVWZV)- M.Westerweele. Middelburg 1996.

1.d4 Pf6

De zwartspeler stuurt bijna altijd aan op het Grünfeld-indisch of iets wat daar op lijkt, een opening waarin men, zoals Petrosjan zei, ruimte cadeau doet.

2.Pf3 g6 3.g3 Lg7 4.Lg2 O‑O 5.O‑O d5

Het is duidelijk, dat zwart in deze partij niets weggeeft, geen ruimte, geen pion, niets. Hij kiest voor een solide, offerbestendige opstelling.

6.Pbd2 c6 7.c4 Pa6 8.Pe5 Pg4!

Na deze afwikkeling verliest wit zelfs de schijn van openingsvoordeel.

9.Pxg4 Lxg4 10.cxd5 cxd5 11.h3 Lc8!

Met de vooruitziende blik, dat de loper op a6 misschien later betere vooruitzichten heeft.

12.Pf3 Pc7 13.Db3 b6 14.Te1 Lb7 15.a4 Pe6 16.e3 a5!

Zonder sterke zetten wint men geen schaakpartij, tenzij de tegenstander meehelpt, wat hier, althans voorlopig, niet het geval is. De zwakte van b5 deert zwart niet.

17.Ld2 Tb8 18.Dd3 Dd6 19.Lc3 Pc7 20.Pd2 f5

Toch een beetje gewaagd. Veld e5 wordt aan wit geschonken.

21.Pf3 Pe8 22.Pe5 Pf6 23.Teb1?

Blijkbaar met de bedoeling b2-b4 te spelen. Beter was 23.f3, waarna 23..... Pd7 24.Pxd7 Dxd7 25.f4 tot een volkomen gelijke (dode) stelling leidt. Met de zet die hij doet, ziet wit af vaneen gemakkelij­ke en snelle remise en speelt op winst. Dat is dapper, maar niet helemaal gerechtvaardigd. Grootmee­sters zouden hier waarschijnlijk al remise hebben geven.

23.... Pe4! 24.Lxe4

Het is ineens mis met de witte stelling. Er dreigde pionverlies met 24.... Pxc3. Na de beschieden terugtocht 24.Pf3, pakt zwart met 24.... g5! het initiatief. Toch had wit dat beter kunnen doen, want nu krijgt hij pas echt last. Een schaker moet zich altijd weer afvragen of het tijd is om op de verdediging over te schakelen en elke gedachte aan winst uit te bannen. Dat is niet allen technisch, maar vooral psychologisch zeer lastig. Voor alle categorieën schakers!

24.... fxe4 25.De2 De6!

In deze fase van de partij speelt zwart op zijn best. Met subtiele zetten wordt de witte stelling uit elkaar getrokken.

26.g4

Verzwakkend, maar wat anders?  Het veld f3 is dodelijk zwak en vormt een springplank voor de zwarte torens.

26.... Tbc8!

Een slimme zet. Met 26.... Lxe5 27.dxe5 Tf3 was de witte stelling ook snel te slopen, maar hij hoopte dat wit deze mogelijkheid met de volgende zet voorgoed onmogelijk zou willen maken.

27.f4 exf3ep 28.Pxf3

 

 

De witte stelling ziet er niet prettig meer uit. Zijn torens staan zeer slecht, terwijl de zwarte optimaal werken. Bovendien zijn de zwakke plekken in het witte kamp bijna niet meer te tellen. Geen wonder, dat zwart een mokerslag tot zijn beschikking heeft.

28..... La6!!

Dat had zwart bij de 26e zet achter de hand gehouden. De loper offert zich op zijn ideaalveld. Meteen slaan, 29.Dxa6, leidt na 29.Dxe3+ tot een onmiddellijke catastrofe voor wit.

29.Pg5

Misschien heeft wit een beetje op deze zet gerekend. Het is natuurlijk ook mogelijk, ja zelfs waarschijnlijk, dat hij 28.... La6!! over het hoofd heeft gezien.

29..... Df6!

Nu volgt een gedwongen afwikkeling waarbij zwart zijn voordeel vergroot.

30.Dxa6 Dxg5 31.De2 Lh6 32.e4

Nu gaat het snel, maar ook na 32.Te1 Tf7! mocht wit weinig meer hopen. Zijn koningsstelling is te zeer verzwakt en zijn torens komen er niet meer op tijd bij. Bijvoorbeeld: 33.e4 Tcf8 34.exd5 Dh4! met een winnende aanval voor zwart.

32..... De3+ 33.Dxe3 Lxe3+ 34.Kg2

Na 34.Kh1 slaat zwart eenvoudig de pion op e4. Dat was nu ook wel mogelijk, 34.... dxe4 35.Te1 Tf3, maar wat zwart speelt is nog sterker.

34..... Tf2+ 35.Kh1 Tcf8 36.Te1 T8f3!

Het is uit. Met prachtig spel heeft zwart de partij naar zich toegetrokken. Wit verliest beslissend materiaal. Na 37.exd5 Tc2 dreigt 38.Th3 mat, zodat wit toch de kwaliteit moet geven. Daarom doet hij het maar meteen.

37.Txe3 Txe3

Wit had nu zonder gewetenswroeging kunnen opgeven, maar in een teamwedstrijd wil je wel eens wat langer doorgaan.

38.exd5 Txh3+ 39.Kg1 Tc2 40.Te1 Tg3+ 41.Kf1 Kf7 42.Te6 Txg4 43.Txb6 h5 44.d6 exd6 45.Txd6 h4 46.d5 Txa4 47.Tf6+ Ke7 48.Txg6 Ta1+

Wit geeft het op. Na 49.Le1 is 49.... h3 het eenvoudigste. Een uitstekende partij van zwart. Voor de club mocht het niet baten, want de schakers uit West Zeeuws Vlaanderen wonnen met 6-2, waarmee ze, zo bleek achteraf, hun verblijf in de Zeeuwse hoofdklasse veilig stelden.