Terug                                                       Botwinnik wereldkampioen                               PZC  12-6-1998      

Het wereldkampioenschap was oorspronkelijk een particulier bezit. Wilhelm Steinitz riep zichzelf in 1880 uit tot wereldkampioen en daagde iedereen uit hem te verslaan. Sindsdien bepaalde de wereldkampioen de voorwaarden waaraan een eventuele uitdager moest voldoen, hoeveel geld die op tafel moest leggen en waar en wanneer er zou worden gespeeld. De latere wereldkampioen Capablanca verscherpte de voorwaarden nog aanzienlijk. De schaker die er in slaagde om het geld bijeen te krijgen kon dus voor de wereldtitel strijden. Dat is ook de reden, dat een grote speler als Rubinstein nooit een match heeft kunnen spelen. Toen Aljechin in 1946 overleed was de wereldtitel vakant. Met de medewerking van de ex-wereldkampioen Dr.Euwe nam de FIDE, de wereldschaakbond, de organisatie over. Vijftig jaar geleden,  kwam een vijfkamp om de wereldtitel tot stand met als deelnemers Botwinnik, Euwe, Keres, Reshevsky en Smyslov.  Ook Fine was uitgenodigd, maar die trok zich terug. Het eerste deel van het toernooi, waarin de spelers elkaar vijf keer ontmoetten, werd in Den Haag, het tweede deel in Moskou gespeeld. Botwinnik won met overmacht de titel. Sindsdien was het wereldkampioenschap in handen van de FIDE. Dat bleef zo tot 1993, toen Kasparov en Short de PCA oprichtten. Sindsdien zijn er twee wereldkampioenen, de FIDE-kampioen (Karpov) en Kasparov. Kasparov beschouwt de titel weer als zijn persoonlijk eigendom. Hij heeft na het fiasco van de PCA weer een nieuwe bond opgericht de WCC, die in naam de strijd om de wereldtitel organiseert.  Het toernooi in 1948 was een grote teleurstelling voor onze landgenoot Euwe. Hij bleek veruit de zwakste deelnemer. Het klasseverschil was soms schrijnend, zowel tactisch en strategisch als op het gebied van de openingen.   Wie mocht denken, dat alleen tegenwoordig de openingstheorie van beslissende betekenis is, moet de volgende partij maar eens goed naspelen. 

Botvinnik- Euwe. 

1. d4 d5 2. Pf3 Pf6 3. c4 e6 4. Pc3 c6 5. e3 Pbd7 6. Ld3 dxc4 7. Lxc4 b5   De Meraner variant van het Slavisch.  8. Ld3 a6 9. e4 c5 10. e5   Veel spelers geven tegenwoordig de voorkeur aan 10.d5, maar dat is een kwestie van smaak en mode.  10…. cxd4 11. Pxb5   De Blumenfeld-aanval.  11…. axb5 12. exf6 Db6 13. fxg7 Lxg7 14. 0-0 Pc5 15. Lf4 Lb7 16. Te1 Td8 ?  Volgens de huidige theorie is 16… Pxd3 beter. De topspelers van tegenwoordig mijden de Meraner tegenwoordig. In het oerwoud van verraderlijke varianten verdwaalt men gemakkelijk.   17. Tc1 Td5 18. Le5 Lxe5   Nu moet de koning in het midden blijven. Euwe laat in het toernooiboek zien, dat 18….  0-0 19.Pg5! ook niet meer voldoende is.  19. Txe5 Txe5 20. Pxe5 Pxd3 21. Dxd3 f6   

     

Als het witte paard nu wijkt, krijgt zwart nog aardige tegenkansen.  22. Dg3!!   Met deze schitterende zet leidt wit een beslissende aanval in.  22…. fxe5 23. Dg7 Tf8 24. Tc7 Dxc7   Gedwongen. Het resterende eindspel wordt door Botwinnik sterk en krachtig tot winst gevoerd.  25. Dxc7 Ld5 26. Dxe5 d3 27. De3 Lc4 28. b3 Tf7 29. f3 Td7 30. Dd2 e5 31. bxc4 bxc4 32. Kf2 Kf7 33. Ke3 Ke6 34. Db4 Tc7 35. Kd2 Tc6 36. a4   Zwart gaf het op.   

Ook voor Keres en Reshevsky verliep het toernooi niet naar wens. Botwinnik was weliswaar de favoriet, maar dat het verschil zo groot zou zijn (3,5 punt) had niemand verwacht. Keres verloor met 4-1 van Botwinnik en Reshevsky met 3,5-1,5. Volkomen onverwacht legde de jonge Smyslov beslag op de tweede plaats. Hij verloor slechts met 3-2 van Botwinnik.  De eindstand was: 1.Botwinnik 14 (uit 20) 2.Smyslov 11 3.Keres en Reshevsky 10,5 5.Euwe 4.     

Botwinnik-Keres  1. d4 Pf6 2. c4 e6 3. Pc3 Lb4 4. e3 0-0 5. a3   Dit zou men tegenwoordig niet zo snel meer spelen. Men geeft de voorkeur aan Ld3, Pe2 of Pf3. Zolang er nog geen zwarte pion op d5 staat en de ruil cxd5 dus nog niet mogelijk is, blijft wit met een dubbelpion op de c-lijn zitten.  5… Lxc3+ 6. bxc3 Te8 7. Pe2 e5 8. Pg3 d6 9. Le2 Pbd7   Zwart speelt te passief. Met 9… e4! 10.f3 b6 had hij zich beter kunnen verweren. Ook 9…. c5  en 10… Pc6 is het overwegen waard.   10. 0-0 c5 11. f3 cxd4   Zo raakt wit zijn dubbelpion kwijt. Een ander nadeel is, dat na het open komen van de stelling het witte loperpaar beter tot zijn recht komt.  12. cxd4 Pb6   Keres was tegen Botwinnik zelden op zijn best, maar in deze partij was hij helemaal een schim van zichzelf. Boze stemmen hebben later beweerd, dat Keres van Botwinnik moest verliezen van de partijbonzen van de Sovjet-Unie. Bewijzen voor die stelling zijn er niet. Kortsjnoi, doorgaans niet te beroerd om communistische intriges aan de kaak te stellen, twijfelt niet aan de integriteit van Botwinnik.   13. Lb2 exd4 14. e4!   Sterk gespeeld. De pion op d4 moet pas geslagen worden, met de dame, als Pb6-a4 niet meer lastig is.  14…. Le6 15. Tc1 Te7   Een kleine kans op redding was nog 15… Tc8 16.Dxd4 Pa4 17.La1 Pc5 18.e5 met voordeel voor wit.  16. Dxd4 Dc7 ?  Nu gaat het zeer snel. Euwe geeft in het toernooiboek een beter systeem van verdediging aan: 16…. Tc8 17.Tfd1 Dc7 18.Dxd6 Dxd6 19.Txd6 Tec7 om c4 te veroveren.  17. c5!   Alle lijnen komen nu open en een nieuw stuk wordt in de aanval geworpen.  17…. dxc5 18. Txc5 Df4   Of 18…. Dd8 19.De3 en de zwarte stelling is niet te houden.  19. Lc1! Db8 20. Tg5! Pbd7   

   

21. Txg7+!!   Deze toren heeft een bliksemsnelle carriθre gemaakt.  21…. Kxg7 22. Ph5+ Kg6   Of 22…. Kf8 23.Pxf6 Pxf6 24.Dxf6 en het is uit.  23. De3 !!  Zwart gaf het op, want het mat op h6 of g5 is niet te verhinderen.