Terug                                                 Vrouwenschaak                                 PZC  31 mei 1980

Net als de mannen zijn ook de vrouwen bezig met hun strijd om het wereldkampioenschap. De pers besteedt daar tot woede van enkele vrouwelijke schakers niet de minste aandacht aan. Terecht natuurlijk, want vrouwenschaak staat op een zeer laag niveau. Als men blijft vasthouden aan de zeer domme en voor het spelpeil funeste gedachte, dat voor vrouwen speciale vrouwentoernooien moeten worden georganiseerd, zal dat wel altijd zo blijven. Schaken is toch een geestelijke activiteit? Waarom schaken de vrouwen niet gewoon met de mannen mee?

Dat doen ze niet, omdat ze dan hun bevoorrechte positie in de schaakwereld kwijtraken. Voor een vrouwelijke schaker met het peil van een onderbondskampioen ligt de wereld open en voor de nog minder sterken zijn er ongekende mogelijkheden. Dat realiseren de vrouwelijke schakers zich drommels goed. Nu kunnen ze met een ELO-rating van pakweg 1900 in internationale vrouwentoernooien meespelen, aan Olympiades in Columbia of Bulgarije meedoen en krijgen ze trainingsfaciliteiten waar een mannelijke schaker, die dezelfde speelsterkte heeft, alleen maar van kan dromen. Voor de vrouwen zijn zelfs speciale titels ontworpen. Vrouwelijke schaakmeester en grootmeester! Dat is te droevig voor woorden. Wanneer zullen de vrouwen dit zelf in gaan zien? Is dat dan geen eerloze gang van zaken?

De strijd om het wereldkampioenschap voor vrouwen is nog meer dan bij de mannen een volkomen Russische aangelegenheid. In de kandidatenmatches is af en toe natuurlijk toch wel wat aardigs te zien. In tactisch opzicht staan de dames hun mannetje, maar positioneel schort er nog veel aan. De enige, die daar wel wat kaas van heeft gegeten is de ex-wereldkampioene Nona Gaprindasjwili. In haar match met Nini Goerjeli gaf ze daar blijk van. Ze won die match met 6-3.

Een partij.

Goerjeli - Gaprindasjwili
1.d4 Pf6 2.c4 c5 3.d5 b5

Het Wolga-gambiet. Een zeer populaire opening tegenwoordig. Tien jaar geleden werd hij nog als volkomen onzinnig beschouwd, hoewel Bronstein er al in 1953 partijen mee won. Sommigen noemen de opening Benkö-gambiet naar de Hongaarse grootmeester Benkö, die veel aan de ontwikkeling van de opening heeft bijgedragen. Met evenveel recht kan men hem Bronstein-opening noemen. De neutrale naam Wolgagambiet wordt echter het meest gebruikt. De bedoeling van het pionoffer is niet in twee woorden uit te leggen. Het komt er op neer, dat zwart tracht positionele druk via de a-en b-lijn, die later open komen, te combineren met tactische pointes. 4.Pf3 g6 5.Dc2 Lg7 6.e4 d6 7.cb5 Wit aarzelde een tijdje met het aannemen van het offer, maar nu overwint ze haar schroom. 7... 0-0 8.Pc3 a6 Dit is de juiste manier om het stellingsprobleem aan te pakken. De diagonaal a6-f1 moet open. 9.a4  Een voor de hand liggende zet, die echter het veld b4 ernstig verzwakt.
9... ab5: 10.Lb5: Pa6 11.0-0 Pb4 12.Db3 La6 13.La6: Ta6: 
Zwart staat waarschijnlijk al iets beter, hoewel dat met varianten moeilijk te bewijzen is. De kracht van deze opening voor zwart is de eenvoud van de planning. Torens naar a-en b-lijn, drukken langs lange diagonaal, dreigen met e7-e6 en springen met de paarden.  14.Pd2 Dd7 15.Pc4 e6  Daar heb je het al. Het witte centrum wordt opgeblazen. 16.e5 Een pionoffer, dat het zwarte offensief slechts tijdelijk remt. Na 16.de6:fe6: staat zwart ook prima. 16...de5: 17.d6 Pfd5 185 18.Le3 Dc6 19.Pb5 e4 Daarmee krijgt zwart een steunpunt op d3.
20.Tfd1 Pd3 21.Ld2 Td8 22.Lc3 Taa8 23.Lg7: Kg7: 24.Dc2 f6 25.f3  Een verzwakking van de koningsvleugel, die snel bestraft wordt. 25.... P5f4 26.fe4: De4: 27.Te1 Dd5 28.Te3 e5 29.Td1 e4 30.g3  Een vreemde gang van zaken. Wit kan tweemaal achtereen Pc7 spelen. Ze ziet het niet, de zwartspeelster blijkbaar ook niet en de commentator van het Russische ‘64' evenmin. Bijvoorbeeld: 25.Pc7 Dd4 (gedwongen) 26.Pb5! Dd5 27.Pc7 remise. Minder goed is misschien 26.Pa8: Pd5! enz. Het is duidelijk, dat men ook in Rusland het damesschaak niet helemaal serieus neemt. De partijen van de heren worden doorgaans heel wat nauwkeuriger becommentarieerd.
30.... Ph3+ 31.Kg2 Df5 32.Tf1 Dg4 33.De2?

33..... Phf4+
Wit gaf het op.