Back                                          Schaken in de 19e eeuw                                            PZC 29-9-2003
 

Een interessante periode van de schaakgeschiedenis was het begin van de 19e eeuw. Het schaakspel begon zich langzaam te ontwikkelen van een caféspel tot een echte geestelijke krachtmeting. Kort na de Napoleontische periode was Frankrijk het belangrijkste schaakland van Europa. Toernooien, zoals wij die nu kennen bestonden nog niet, die kwamen pas in de tweede helft van de eeuw. Het waren tweekampen, die de aandacht opeisten. De beroemdste match was De Labourdonnais - MacDonnell uit 1834. De heren speelden zes afzonderlijke matches met in totaal 88 partijen. Zonder klokken. Alle partijen op drie na zijn bewaard gebleven. Dat klinkt niet erg bijzonder, maar is het wel. Het was in die tijd namelijk niet de gewoonte, dat de spelers de partijen opschreven. De schaakwereld is veel dank verschuldigd aan William Greenwood Parker, een vriend en dienaar van MacDonnell, die al die oneindige uren onbeweeglijk aan het bord heeft gezeten en alle zetten nauwgezet heeft vereeuwigd. Het was blijkbaar een zo belastende bezigheid geweest, dat hij kort daarna overleed. Er wordt tegenwoordig een beetje neergekeken op de schakers uit die tijd. Dat is ten onrechte. Natuurlijk was het peil van de partijen niet geweldig, maar ze moesten wel alles uitvinden, er waren geen platgetreden paden. Tegenwoordig bestaat het idee, dat men in die tijd slechts het riskante aanvalsspel kende en altijd met onverschrokken offers de vijandelijke koning te lijf ging. Dat is slechts zeer ten dele juist. Daar kan iedereen, die over een grote database beschikt met oude partijen uit die zogenaamde romantische periode, de 19e eeuw, zich van vergewissen. Neem de volgende partij.

Staunton - Von der Lasa. 1853

De zwartspeler was een van de grondleggers van het Duitse schaak. Zijn volledige naam was Tassilo von Heydebrand und der Lasa. Hij was oprichter van de Deutsche Schachzeitung, een schaakblad dat nog steeds bestaat, het oudste ter wereld. Het beroemde Handbuch des Schachspiels van Von Bilguer, is door hem, na de vroege dood van de schrijver, geheel bewerkt en heruitgegeven. De  'Bilguer' is honderd jaar een begrip geweest in de schaakwereld.  

1.e4 e5 2.Pf3 Pc6 3.Lb5 Pf6 4.De2 Ld6  Dit is een zet, die men tegenwoordig niet meer zou spelen. Maar is hij werkelijk zo slecht? Na 1.e4 c5 2.c3 Pc6 is 3.Ld3 tegenwoordig een 'normale' voortzetting.   5.c3 0-0 6.0-0 Te8 7.d3 h6 8.Ph4 Pe7 9.Lc4 c6 10.Df3 Lc7!  De zwarte stukken werken zeer harmonisch samen en de witte dreiging kan rustig genegeerd worden. Geen pionoffers of stukoffers. Een gewone opening van alledag! 11.Lxh6?! d5 12.Lb3 Lg4 13.Dg3 gxh6 14.h3 Kh7 15.hxg4 Tg8 16.Df3  Na 16.f3 Ph5 17.Df2 Pf4 heeft zwart mooi spel voor de pion. 16...Pxg4! 17.Dxf7+ Tg7 18.Df3 Dd7 19.De2 Tf8 20.Pd2 Pg6 21.Pxg6 Txg6  Zwart heeft nu sterke druk op de witte koningsvleugel.  22.Pf3 Tgf6  Het kwaliteitsoffer op f3 hangt nu in de lucht en wit kan niets anders doen, dan het over zich heen laten komen. 23.Ld1

 

 

23...Txf3!! 24.gxf3 Ph2!!  De pointe van het offer is een tweede offer. Er dreigt Dh3, gevolgd door Tg8 en mat. Daar is geen verweer tegen.  25.Kxh2 Tf4 26.Tg1  Of 26.Kg3 Dg7+ 27.Kh2 Dg5 en mat. 26...Th4+ 27.Kg2 Dh3 Mat. Geen superpartij, maar toch bijzonder aardig en voor beginnende schakers gemakkelijker te begrijpen en dus leerzamer, dat Kasparov - Anand, 2002! Ook de beroemdste schaker uit de 19e eeuw, Paul Morphy, was geen blind offerende aanvalsspeler. De basis van zijn succes was, dat hij het spel beter begreep dan zijn tegenstanders. De offers waren welberekende transacties. Bijvoorbeeld:  

Mc Connell - Morphy. New Orleans, 1850.

1.e4 e6 2.d4 d5 3.e5 c5 4.c3 Pc6 5.f4 Db6 6.Pf3 Ld7 7.a3 Ph6 8.b4 cxd4 9.cxd4 Tc8  Een stelling, die nu nog in de openingsboekjes staat!! 10.Lb2 Pf5 11.Dd3 Lxb4+ 12.axb4 Pxb4 13.Dd2 Tc2 14.Dd1 Pe3  Wit geeft het op!!

Ook Morphy heeft nooit aan een echt schaaktoernooi meegedaan. Zijn nalatenschap bestaat uit matchpartijen.

 

Een van de bekendste schaakmeesters uit het begin van de 19e eeuw was Kieseritzky. Zijn roem heeft een bizar trekje. Waarschijnlijk zou hij al lang vergeten zijn, als hij niet de ‘onsterfelijke partij’ van Anderssen had verloren:

 Anderssen- Kieseritzky, Londen 1851.

1.e4 e5 2.f4 exf4 3.Lc4 Dh4+ 4.Kf1 b5 5.Lxb5 Pf6 6.Pf3 Dh6 7.d3 Ph5 8.Ph4 Dg5 9.Pf5 c6 10.g4 Pf6 11.Tg1 cxb5 12.h4 Dg6 13.h5 Dg5 14.Df3 Pg8 15.Lxf4 Df6 16.Pc3 Lc5 17.Pd5 Dxb2 18.Ld6 Lxg1 19.e5 Dxa1+ 20.Ke2 Pa6 21.Pxg7+ Kd8 22.Df6+ Pxf6 23.Le7 mat.

 

Kieseritzky praktiseerde waarschijnlijk het bloeddorstigste schaak uit de geschiedenis. Hij was een der adepten van het totale romantische schaak. Een partij van hem.

Schulten- Kieseritzky.  Paris, 1844

1.e4 e5 2.f4 exf4 3.Lc4 Dh4+ 4.Kf1 b5 5.Lxb5 Pf6 6.Pc3 Pg4 7.Ph3 Pc6 8.Pd5 Pd4 9.Pxc7+ Kd8 10.Pxa8 f3 11.d3 f6 12.Lc4 d5 13.Lxd5 Ld6 14.De1 fxg2+ 15.Kxg2  

 

 

15...Dxh3+!!  Een schitterend dame-offer. 16.Kxh3 Pe3+ 17.Kh4 Pf3+ 18.Kh5 Lg4 mat.

Lionel Bagration Felix Kieseritzky (1806-1853) was van Poolse afkomst. Hij kwam in 1839 naar Parijs, waar hij zijn intrek nam in het beroemde Café de la Régence. Daar gaf hij lessen en speelde hij voor geld tegen iedereen, die het maar wilde. Een zeer schamel bestaan. Hij vond een drie - dimensionaal schaakspel uit, dat zo ingewikkeld was, dat hij alleen het begreep. Het geheim van zijn spel nam hij mee in het graf. Volgens zijn tijdgenoten had hij een afstotend uiterlijk en gedroeg hij zich vaak erg irritant. Een zeer moeilijk man om meer om te gaan. Hij stierf in grote armoede en eenzaamheid. Aan zijn graf, op de begraafplaats voor armlastigen, was niemand aanwezig. Niemand van zijn collega’s had de moeite genomen hem zijn laatste eer te bewijzen. Het lot van Kieseritsky is lang het schrikbeeld geweest van de schaker die van zijn geliefde spel zijn beroep wilde maken.