Retour                                      Ewoud van Hecke                                         PZC 5 maart 2005.

Vandaag, zaterdag 5 maart 2005, valt de beslissing in het Zeeuws kampioenschap. De strijd gaat tussen Ewoud van Hecke en Joey Grochal. Met nog twee partijen te spelen hebben beide spelers vijf punten uit zes partijen en een punt voorsprong op de achtervolgers. Het wordt een spannende strijd. ***

In de KNSB-wedstrijd Middelburg Overschie van vorige week stelde Van Hecke duidelijk zijn kandidatuur voor de Zeeuwse titel. Hij speelde een partij, die je in onze provincie niet zo vaak ziet. Hij ging met zuiver positionele middelen te werk, een beetje in de trant van de grote Petrosjan; kleine zetjes met grote gedachten. Zon partij winnen schenkt vaak nog meer bevrediging dan een ingewikkelde partij waar geen touw aan vast te knopen is. Daar staat tegenover dat het verlies ook hard kan aankomen. Je weet dan niet wat je fout gedaan hebt. Dat knaagt vaak meer aan je dan verlies door een grote blunder. Daarbij heb je tenminste nog het gevoel, dat het toeval een rol heeft gespeeld, of dat je pech hebt gehad. Dat excuus had de zwartspeler dus niet in de volgende partij.

 

E. van  Hecke - E. Brandenburg. Middelburg - Overschie, 2005

1.d4 d5 2.c4 c6 3.Pf3 Pf6 4.Pc3 dxc4 5.a4 Lf5 6.Pe5 e6 7.f3 c5   Het stukoffer 7...Lb4 8.e4 Lxe4 9.fxe4 Pxe4 is bekend en leidt tot grote verwikkelingen. De zet die zwart speelt heeft minder aanhangers. Nieuw is hij niet, want Bogoljoebov speelde hem al in 1929. 8.e4  In de bewuste partij Aljechin - Bogoljoebov uit match om het wereldkampioenschap in 1929 volgde 8.dxc5 Dxd1+ 9.Kxd1 Lxc5 waarna na lange strijd de partij remise werd. 8...cxd4 9.exf5 Pc6!? Voor de theoriekenners is deze vreemd aandoende zet niet helemaal verrassend. De laatste ontwikkelingen zijn echter niet gunstig zwart. Beter is toch 9...Lb4 10.Lxc4 dxc3 11.Dxd8+ Kxd8 en zwart staat niet veel slechter. 10.Pxc6 bxc6 11.fxe6 Van Hecke is doorgaans goed op de hoogste van de theorie. Hij laat zich niet verrassen. 11...fxe6 12.Lxc4! Natuurlijk de beste zet. Wit moet niet aan het stuk blijven 'hangen'. 12...dxc3 13.De2! Ook niet slecht was 13.bxc3 Da5 14.Dd3 Pd5 15.Ld2 maar wit kiest terecht voor de eenvoudige methode zonder al te grote verwikkelingen.

 

 

13...Lb4 14.Dxe6+ De7 15.Dxe7+ Kxe7 16.Ke2! Opnieuw sterk gespeeld. Wit bereidt zich al voor op het naderende eindspel. En daar hoort de koning in het midden. 16...Pd5 17.Lxd5! Wit geeft terecht het loperpaar op. In het resterende eindspel heeft hij de beste pionnenstelling  en staat zijn koning beter. Ook de witte loper blijkt veel betere vooruitzichten te hebben dan de zwarte. 17...cxb2 18.Lxb2 cxd5 19.g3  Slecht is natuurlijk 19.Lxg7? Thg8 en zwart komt in het voordeel. Het draaipunt in de stelling is veld d4, dat vast in handen is van wit. 19...The8 20.Tac1 Opnieuw was pion g7 onkwetsbaar.

20...g6 21.Kd3 Kd7 22.f4! Een zet, die bepaald niet voor de hand ligt. Veld e4 wordt weggegeven, maar hij wint er wel veld e5 voor terug. 22...Te4 Het is verbazingwekkend, hoe weinig echte tegenkansen zwart in het vervolg van de partij krijgt. 

23.Ld4  Pas nu blijkt, dat wit het goed getaxeerd heeft. Zijn loper staat op d4 onaantastbaar. Als zwart niets onderneemt, raakt hij ook nog de c-lijn kwijt.  23...a5  Kenners 'zien' hier dat deze pion nu op de verkeerde kleur staat en dus door de witte loper geslagen kan worden. 24.Tc2 Tc8 Gedwongen, ander speelt wit Thc1 en komt over de c-lijn binnen. 25.Txc8 Kxc8 26.Tf1!

Schaken is vooruitzien. Wie zou de toren niet met schaak op de c-lijn gezet hebben? Wit moet het in eerste instantie natuurlijk hebben van zijn pionnenmeerderheid op de koningsvleugel. De toren moet achter de vrijpion en kandidaatvrijpion staan. Dat hebben de beroemde theoretici Tarrasch en Kmoch al lang geleden aangetoond.

 

 

26...Kd7 27.f5! g5 Iets beter was 27...gxf5 Na 28.Txf5 Kd6 29.Th5 Te7 30.Th6+ Kc7 31.g4 komt wit echter ook langzaam maar zeker verder. 28.f6 Ke6 29.f7 Lf8 30.Tf6+ Ke7 31.Tf5 Ke6 32.Tf6+ Ke7 33.Ta6! Wit verovert nu de a-pion in ruil voor zijn f-pion. Zijn toren gaat als een razende tekeer. De zwarte toren staat er op het ijzersterke veld e4 maar schameltjes bij.

33...Kxf7 34.Txa5 Ke6 35.Ta8 La3 36.a5 Zwart staat verloren. De a-pion is onstuitbaar. 36...Kd6 37.a6 Lc5 38.Td8+

Zwart gaf het op.

Hij had natuurlijk al een paar uur gemerkt, dat zijn tegenstander niet voor een kleintje vervaard is. De teleurstelling, dat hij op zon keiharde manier weggeschoven is, zal groot geweest zijn. Na 38... Kc7 39.Txd5 moet zwart alle stukken afruilen om geen stuk te verliezen, waarna het pionneneindspel glad verloren is. Een topprestatie van Ewoud van Hecke. Zwart is kansloos weggeschoven. Een van de beste Zeeuwse partijen van de laatste jaren.

 

***Van Hecke veroverde inderdaad de Zeeuwse titel