Toernooi Vlissingen 1990                                       PZC 7-10-1990

Het meest tot de verbeelding spreekt de partij van de gewone schaker, die boven zichzelf uitstijgt en een niveau bereikt, dat in normale gevallen niet voor hem is weggelegd. Hoe diep een schaker op een gegeven ogenblik in de put mag zitten, hoe vaak hij ook in het stof moet bijten, hoeveel blunders hij ook mag maken, de herinnering aan zijn grootste uur houdt hem op de been. Deze week twee bijzondere partijen uit het toernooi van de schaakclub Vlissingen. De eerste is een prestigegevecht tussen een oude en de nieuwe Zeeuwse kampioen.

 

Kees Nieuwelink - Ren้ Tiggelman

1.e4 e6 2.Pf3 d5 3.e5 Ld7 4.d4 Zo ontstaat de normale doorschuifvariant van het Frans. Volgens de huidige theorie is hij met geschikt om het zwart echt lastig te maken. Maar omdat een partij niet alleen uit een opening bestaat, is dat geen enkele reden om de variant niet toe te passen.  

4. ... c5 5.c3 Db6 6.Le2 Lb5 Alles bekend. Zwart ruilt zijn 'slechte' loper af en stuurt aan op het eindspel.  

7. 0-0.  Te overwegen is hier 7. c4. B.v.: 7. .... Lxc4 8. Lxc4 dxc4 9. d5 exd510. Dxd5 Pe7 11. De4 enz.

7. .... Lxe2 8.Dxe2 Da6 9.De3 In de boekjes staat, dat 9. Dd1 beter is. De stelling is dan ongeveer gelijk.  

9. .... Pd7 10. Pg5.  Nieuwelink is een aanvalsspeler. Hij wil zijn stukken zo snel mogelijk in de richting van de vijandelijke koning brengen. De gespeelde zet lijkt niet zo'n beste keus.  

10..... Le7 11.f4 Ph6 12.Dh3 0–0–0 13.b3 cxd4 14.cxd4 Lxg5 De witte pionnenstelling wordt uit zijn voegen gelicht. De verzwakking van f7 neemt zwart op de koop toe.  

15.fxg5 Pf5 16.Dc3+ Kb8 17.g4 Tc8 18.Dd2 Geen mooie plaats voor de dame, maar Db2 is niet beter.

18. .... Ph4 19.La3.  Slaan op f7 komt niet in aanmerking. Zwart speelt Tcf8, verovert de f-lijn en wint in de aanval.  

19. ... h5!  Goed gespeeld. De h-lijn komt open en wit krijgt het zwaar te verduren.

20.gxh6ep Txh6 21.Ld6+.  Na 21..... Txfl is 21.... Pf6!! met de dreiging Pf3+ erg vervelend.  

21.Ka8 22.a4!  Wit probeert een tegenaanval op gang te brengen. Het beste wat hij doen kan.  

22..... f6 23.Pa3 fxe5 24.Pb5 e4!  De dreigende vork op c7 leek zwart in moeilijkheden te hebben gebracht. De tekstzet brengt Pf3+ in de stelling.  

25.Tac1 Thh8 26.Db4.  Wit speelt op alles of niets. Na 26. Pc7+ Txc7 27. Lxc7 Pf3+ 28. Txf3 exf3 staat zwart weliswaar een pion voor, maar zijn winstkansen zijn miniem.  

26. .... Pf3+ 27.Kf2. Hoe merkwaardig het ook mag lijken, 27. Kh1 was beter. Op 27..... e5 met de dreiging Th2 mat, volgt 28. Lxe5!! Zie de volgende zet.

27..... e5!!

 

 

28. Pc7+?  Dit verliest meteen. Wit had 28.Lxe5 moeten spelen. Bijvoorbeeld: 28..... Pdxe5?? 29.Txc8+ Txc8 30.Pc7+!! met mat op f8 of damewinst. Beter is 28. .... Pfxe5 29.Txc8+ Txc8 30.dxe5 en nu niet 30. .... Pxe5 wegens 31. Pc7+!!, maar 30. .... Dh6! en zwart wint nog wel, maar moet zeer goed uitkijken, zoals de volgende variant laat zien: 31. Kg1 Tc2? 32. Df8+!! Pb8 33. Df2!! en de dubbele dreiging Dxa7 mat en Dxc2 leidt tot winst, omdat ook 33. .... Db6 niet helpt. In plaats van 31. .... Tc2 moet zwart 31. .... De3+ doen. Hij heeft dan na 32. Tf2 Tf8 33. Dd4 goede winstkansen in het eindspel. Met in de diagramstelling de koning op hl had wit zich wel kunnen redden.  

28. ... Txc7 29.Txc7 Txh2+ 30. Kg3 Th3+ !! Zulke mogelijkheden moet je de Zeeuwse kampioen niet toespelen. want dan ga je onherroepelijk de boot in.  

31.Kg2.  Na 31. Kf2 wint 31. .... e3+!!  

31… De2+ 32.Tf2 Th2+

Wit geeft op.

 

Een aardige partij is ook de volgende waarbij de witspeler een heldendaad verricht door een veel sterker geachte tegenstander op opzienbarende manier te verpletteren.

Van Dijke-Groffen.

1.e4 e6 2.d4 d5 3.Pd2 c5 4.exd5 Dxd5 5.Pb3 c4 6.Pd2 Dxd4 7.Lxc4 Ld7 8.De2 Lc6 9.Pgf3 Db6

In de volgende fase speelt zwart te terughoudend, terwijl wit met gezonde zetten een machtige stelling opbouwt.  10.0-0 Pd7.  Zwart had op de korte rokade moeten aansturen met 10..... Pf6 of 10.... Le7.  

11.Pg5 Le7 12.Pb3 Pf8.  Zwart wil een voorbeeld stellen van de 'heroische verdediging' van Nimzowitsch. Het loopt een beetje anders dan hij zich zal hebber voorgesteld.  

13.Ld2 Dc7.  Er dreigde damewinst.  

14.Pd4 a6 15. Tad1 Ld7.  Hier schijnt de zwartspeler gezegd te hebben: "Nog vijf zetten en dan heb ik de stelling op het bord, die ik tien zetten geleden had willen hebben." Jammer voor hem, dat wit ook niet stil heeft gezeten.  

16.Tfe1 Tc8 17.Lb3 Dc5

 

 

18.Pxf7!!  Met dit fraaie offer wordt de zwarte stelling volledig uit elkaar geslagen.  

18… Kxf7 19.Pxe6 Pxe6 20.Lxe6+ Lxe6 21.Dxe6+ Kf8. Op 21. .... Ke8 volgt eenvoudig 22. Lxg7.  22.Lb4! Dxb4 23.Dxc8+ Kf7 24.De6+ Ke8.  Of 24. .... Kf8 25. Td8+ Lxd8 26. De8 mat.  

25.Te4! De toren dreigt via c4 naar c8 te gaan. Zwart is verloren.  

25.... Dxe4 26.Dxe4 Kf7 27.Dxb7 Pf6 28.Tel Te8 29.Dxa6.  Zwart gaf het op.  

Naspelen beide partijen. (34 en 35)