Terug                    Timman en Sosonko winnen Hoogovens                     PZC 26 -2- 1991

 

De slotronde van het Hoogoven schaaktoernooi was buitengewoon enerverend. Timman moest van Andersson winnen om met Sosonko gelijk te komen. Insiders meenden, dat de vrienden Timman en Andersson elkaar geen zeer zouden doen. Dat liep wel even anders. In een geweldig gevecht dat de talrijke toeschouwers urenlang in de ban hield, slaagde Timman er in zijn Zweedse schaakmakker te verslaan. En dat op een wijze die men eigenlijk van Timman niet gewend is. Geen bloedstollende verwikkelingen, maar subtiel positiespel. Andersson werd met eigen wapens overwonnen! Deze partij bewijst, dat Timman een formidabel sportman is, maar dat wisten we al lang!
 
J. Timman-L. Andersson
1. d4 Pf6 2. c4 e6 3.
Pf3 b6
Dame-indisch. Wie had ooit gedacht, dat deze opening nog eens zo populair zou worden? 4.a3 Ook de klassieke voortzetting 4.g3, waarop zowel met 4.... Lb7 als met 4.... La6 geantwoord kan worden, wordt tegenwoordig veel gespeeld. 4.... Lb7 5. Pc3 Pe4 Misschien net helemaal verantwoord 6. Pe4: Le4: 7. e3 Le7 8. Ld3 Timman verklaarde voor de radio, dat hij meer uit de opening had kunnen halen. Het is interessant om te onderzoeken waar dat had moeten gebeuren. Was 8.d5 niet een sterke mogelijkheid? 5.... Ld3: 9. Dd3: d5  10. 0-0 0-0 11. e4 de4: 12. De4: Wit staat beter. 12.... Pd7 13. Dc6 Dit leidt tot. Dameruil. Overweging verdiende zeker 13.Lf4 om op 13 Pf6 14.De2 te spelen. Op die manier houdt wit zeker een initiatief, terwijl de stelling minder vervlakt is dan straks in de partij. 13.... Pf6! Een echt Anderssonse ressource! 14. Lf4 Dd7 De pointe. Als wit de pion op c7 verovert, stelt zwart zich op c4 schadeloos. 15.Dd7 Deze dameruil was niet te vermijden. Op 15.Db7 volgt eenvoudig 15.... Dc8! en wit is niets opgeschoten. 15...... Pd7: Onder normale omstandigheden zou de partij hier ongetwijfeld remise gegeven zijn, maar Timman moest winnen om met Sosonko gelijk te komen en gaat daarom door tot het bittere einde door. 16. Tad1 c6 17.Tfe1 Tfe8

 

 

18. d5 Wit kan deze opmars met verder voorbereiden. Betere plaatsen voor zijn stukken zijn niet te vinden. 18..... cd5: 19. cd5: ed5: 20. Td5: Pf8 21. Kf1 Lf6 22. Te8: Te8: 23. Pd4 Pg6 Hier had zwart 23.... Ld4: kunnen spelen. Ook in dat geval houdt wit een licht overwicht, omdat na 24.Td4: Pe6 25. Te4 de loper sterker is dan het paard. 24. Ld2 Pe5 25. b3 h6 26. h3 Tc8 27. Ke2 Pc6 28. Pc6: Tc6: 29. Td7. Wit heeft nu een toren op de zevende rij weten te krijgen, maar of dat in dit geval voldoende voor de winst zou zijn geweest, is hoogst onzeker. 29...a6 30. Kd3 Kf8 31. a4 Ke8 32. Tb7 Td6+ 33. Ke2 Ld4 34. Le3! ... Dit leidt tot afruil van de lopers. Het resterende toreneindspel is voordelig voor wit. Misschien had zwart er beter aan gedaan de lopers op het bord te houden b.v. met 33...Ld8. 34.... Te6 35.b4

 

 

35.... Le3: 36.fe3:  Is dit toreneindspel voor wit gewonnen? Daar zal het laatste woord nog wel niet over gezegd zijn.

36... h5 Nu komt de witte koning er door. Met 36.... Td6 kon zwart dat verhinderen. Mogelijk was dan 37.Ta7 b5 38. ab5: ab5: 39. Tb7 Td5 40. e4 Td4 41. Tb5: Te4: + en wie het weet mag het zeggen. 37. Kd3 h4 38. Ta7 b5 39. a5 Tc6 40. Kd4 Kf8 41. Kd5 Tg6 42. e4 Ke8 Slaan op g2 was te langzaam. 43.Kc5 Te6 44. Tb7! Te4: 45. Kb6! Kan zwart zich na deze krachtige inzet van de witte koning nog redden? Dat is hoogst onwaarschijnlijk. 45..... Tb4: Na 45...Pe6+ beslist 46. Ka7 en 47. Tb6. 46. Ka6: Tb2 47. Kb6 Tg2: Onvoldoende is ook 47...b4 wegens 48.a6 b3 49.a7 Ta2 50. Kc7! 48.a6 Ta2 49.a7 g5 50.Kc5 f5 51.Tb8+ Kf7 52.a8D Txa8 53.Txa8 g4 54.Kd4 gxh3 55.Th8 10

Zwart gaf het op. Wie van de lezers weet waar wit in de opening een kans op groot voordeel heeft laten liggen en waar zwart de beslissende fout heeft gemaakt?

 

Naspelen.