Back                                     Schaken als therapie                                   PZC 2006

 

De schaakcompetitie is bijna ten einde. Er resten nog de playoffs tussen vier teams van de meesterklasse om het kampioenschap van Nederland.

Voor de Zeeuwse schakers was het geen best jaar. Vooral het jubilerende Witte Paard uit Sas van Gent ging het niet voor de wind, want alle drie de teams, HWP 1, 2 en 3 degradeerden. Ook Middelburg 1 ging voor de bijl.

Daar stond tegenover dat Terneuzen na een prachtig seizoen kampioen werd en de plaats van HWP 2 en Middelburg 1 in de tweede klasse gaat innemen.

In de Zeeuwse competitie werd zeer verrassend Landau kampioen doordat Vlissingen in de laatste ronde van West Zeeuws Vlaanderen verloor. Een hard gelag voor de Vlissingers, die bijna de hele competitie aan kop van de ranglijst hebben gestaan.

 

Zelf was ik medeschuldig aan de degradatie van Middelburg. Beslissend was de verschrikkelijke nederlaag van 7-1 in de voorlaatste ronde tegen AAS in Aalsmeer. De slotwedstrijd werd weliswaar gewonnen van Rotterdam, maar dat was niet voldoende om in de tweede klas te blijven.

Er zijn ook weinig verzachtende factoren aan te voeren. Voor slecht spel is geen excuus. Vorig jaar speelden we mee in de top met ongeveer dezelfde spelers, nu  liep het uit op degradatie.

Mijn eigen partij in de laatste ronde was een illustratie van de neergaande lijn, zowel van mezelf als van de club. U kunt er in deze rubriek genieten! Waarom? Toen aan de Engelse grootmeester Raymond Keene eens werd gevraagd waarom hij zoveel van zijn eigen partijen in zijn boeken opnam, antwoordde hij dat het ijdelheid was.

Het is niet de gewoonte van schakers om openlijk kond te doen van hun falen. De enige uitzondering in vierhonderd jaar schaakschrijverij is waarschijnlijk grootmeester Vlastimil Hort, die in zijn boek Begegnungen am Schachbrett niet minder dan 24 verliespartijen heeft opgenomen! Maar misschien is deze zelfkastijding ook wel een vorm van ijdelheid. Pronken met je falen.

 

Het is in elk geval een soort masochisme en dat kan een prettig gevoel geven. Mijn partij is zo’n therapeutische partij. De opening is niet spectaculair, een echte oudemannenopening, maar zwart weet er toch niet goed raad mee en verliest al snel een pion. Daarna verandert zijn stelling ook positioneel in een ruïne en wit lijkt snel te gaan winnen. Hij wordt echter gemakzuchtig en dat is een dodelijke fout in het schaken. Dat had hij na 52 jaar competitieschaak toch moeten weten. De gruwelijke blunder die hij tenslotte uit zijn vingers laat glijden is een logisch gevolg.

C. Jansen - M. Schroeder

1.Pf3 Pf6 2.g3 d5 3.Lg2 g6 4.0-0 Lg7 5.c4 dxc4 6.Da4+ c6 7.Dxc4 0-0 8.Pc3 Le6 9.Da4 Pd5 10.Pg5 Pxc3 11.dxc3 Lf5 12.Le3 h6 13.Pf3 b5 14.Dd1 Dc8  Na 14...Dxd1 15.Tfxd1 staat wit veel ook veel beter. Nu gaat bijna geforceerd een pion verloren. 15.Dc1 Kh7 16.a4 Lh3 17.Lxh3 Dxh3 18.axb5 cxb5 19.Txa7 Txa7 20.Lxa7 Pc6 21.Lc5 f5 22.De3 f4 23.De4 fxg3 24.hxg3 Tf6 25.Dh4 Df5 26.Ld4 e5 27.Le3 Td6 28.Pg5+ Kg8 29.Pe4 Td7 30.f3 g5 31.Dh5 Td8 32.Ta1 Pe7 33.Ta7 De6 34.Lc5 Pf5 35.Dg4? Winnend was hier al 35.g4! Ph4 36.Pxg5 hxg5 37.Txg7+ Kxg7 38.Dxg5+ Pg6 39.Dxd8. Ik had deze variant wel gezien en wilde hem ook spelen, maar op het laatste moment zag ik, dat zwart een tussenschaak op d1 kon geven. Door tien seconden langer na te denken had ik gezien, dat Td8 de onderste rij niet mocht verlaten wegens de mogelijkheid Ta8+. 35...Lf8 36.Lf2 Dg6 37.Tb7 b4 38.Tb6 Ld6 39.Pxd6 Pxd6 40.Txb4 Ook niet slecht was 40.Dxb4 en zwart kan opgeven. 40...h5 41.Dh3 e4 42.Td4 g4 43.fxg4 hxg4 44.Dg2 Eenvoudig winnend was 44.Dh4 Te8 45.Txd6 Dxd6 46.Dxg4+ Kf7 47.Ld4 Maar waarom zou je offeren als je al gewonnen staat? 44...Ta8 45.Td1 Ta2 46.Lc5 Pf7 47.La3 Pg5 Zwart heeft warempel voor wat dreiging gezorgd, maar zijn toren wel buitenspel gezet. Gemakzucht doet wit nu de das om. 48.Df1 Db6+ 49.Kg2 Pf3!! 50.Td6 Er zijn wel tien zetten die tot winst leiden, zelfs slaan op e3. 50...De3
 

 


51.Df2??
Van alle goede geesten verlaten produceert wit deze verschrikkelijke zet. Er waren genoeg mogelijkheden om de winst te forceren. Het eenvoudigste was 51.Dd1! Ph4+ 52.Kf1 en de dreiging Dd5+ maakt aan alles een eind. Direct nadat ik mijn dame had losgelaten zag ik wat ik had aangericht. Toen mijn tegenstander erg lang ging zitten nadenken, kreeg ik nog hoop, dat hij het niet zou zien. Helaas. 51...Ph4+ !! Een donderslag bij heldere hemel waarna wit zijn koning omlegde! Het giechelende lachje van mijn tegenstander zal mij nog lang heugen. Ik kon de moed niet opbrengen om vriendelijk lachend als heer van stand (Donner) op te geven, maar maakte na ruim 5½ uur spelen als de bliksem dat ik thuis kwam.

 

Gelukkig gaat het ook wel eens goed. Zeker als je tegenstander een slechte dag heeft. Daar houden we ons maar aan vast.

Cor Jansen - René Tiggelman. Middelburg, 2006

1.Pf3 d5 2.g3 Pf6 3.Lg2 Lf5 4.0-0 c6 5.d3 h6 6.Pbd2 e6 7.e3 Pbd7 8.De2 Le7 9.e4 dxe4 10.dxe4 Lh7 11.e5 Pd5 12.Pe4 Dc7 13.c4 Pb4 14.a3 Pa6 De opening is voor zwart in een fiasco geëindigd. Hij is positioneel overspeeld. 15.b4! Pab8 16.Lb2 Lxe4 17.Dxe4 a5 18.Lc3 0-0 19.Pd2 Pb6 20.Dc2 axb4 21.axb4 Txa1 22.Txa1 P8d7 23.De4 Ta8 24.Txa8+ Pxa8 25.c5 Pb8 26.Pc4 b6 27.Pd6  Een paard met mammoetkracht. Afruil is voor zwart ook geen optie. De loper van c3 wordt een reus en tegen de opmars van de witte pionnen op de koningsvleugel is nauwelijks kruid gewassen. 27...bxc5 28.bxc5 Da7 29.Ld4 Lf8 30.Lf1 Pc7 Op 30...g6 komt 31.h4. Hardnekkiger was 30...Da3 hoewel dat ook niet redt, b.v.: 31.Ld3 g6 32.Df3 enz. 31.Ld3 g6
 

 

32.Pxf7! Niet moeilijk meer. 32...Lxc5 33.Dxg6+ Kf8 34.Pd6! 1-0