Terug                             Is Timman sterker dan Capablanca?                                         PZC 28-12-1994

Wordt er tegenwoordig sterker geschaakt dan vroeger? Is Timman een betere speler dan Capablanca? Volgens Larsen leven de tien beste spelers aller tijden nog allemaal! Het is twijfelachtig of dat waar is. Natuurlijk weet men tegenwoordig meer van de openingen en van bepaalde middenspelsituaties, maar dat wil nog niet zeggen, dat men ook beter speelt. En hoe zit het met het eindspel? Speelt Kramnik het eindspel beter dan Rubinstein? Binnen afzienbare tijd kan men die vraag voorleggen aan de schaakcomputer. Die kan men dan niet alleen vragen een waardeoordeel te geven over een bepaalde zet, maar over een zettenreeks of een hele partij. Dat zou wel eens verrassende resultaten kunnen opleveren. Af en toe gebeurt er iets dat het niveau van de huidige grootmeestergarde in het juiste perspectief plaatst. Dat was het geval toen onderstaande partij uit het Siciliaanse thematoernooi In Buenos Aires werd gespeeld.


Salov-Ljubojevic.
Buenos Aires 1994.

1.e4 c5 2.Pf3 d6 3.d4 cxd4 4.Pxd4 Hier vond een vermakelijk voorval plaats, dat door toedoen van Ljubojevíc een onverkwikkelijk staartje kreeg. Salov speelde 4.Dxd4 maar werd erop gewezen, dat 4.Pxd4 voorgeschreven was (het was een thematoernooi). Hij had het contract niet goed gelezen en zich verkeerd voorbereid. Ljubojevíc beschuldigde Salov na afloop ervan de illegale zet opzettelijk gedaan te hebben om hem uit zijn concentratie te halen en dat ging hij ook nog overal in de toernooizaal rondbazuinen. Ljubojevic is niet bekend om zijn grote sportiviteit. De problemen met hem op dat gebied zijn talrijk en met het klimmen der jaren is het er blijkbaar niet beter op geworden. 4.... Pf6 5.f3 Deze ongewone zet had Salov ook geprepareerd. 5..... e5 6.Lb5+ Ld7? Over deze zet, die geforceerd tot een slechte stelling leidt, dacht Ljubojevic een half uur na! Dat is niet alleen verwonderlijk, het werpt ook een ander licht op het schaakvermogen van de Joegoslaaf! Najdorf speelde in het toernooi van Amsterdam 1950(!!) tegen Tartakower zonder veel bedenktijd te gebruiken de enige juiste zet 6..... Pbd7. Zie de volgende partij. 7.Lxd7+ Dxd7 8.Pf5 d5 9.Lg5! In hogere zin reeds de positionele beslissing. Wit forceert de overgang naar een zo goed als gewonnen stelling. 9..... dxe4 Na 9..... d4 10.Lxf6 is zwart er met zijn geruïneerde pionnenstelling nauwelijks beter aan toe.  10.Lxf6 Dxd1+ Zwart speelde de zetten tamelijk vlug: Hij had het komende eindspel totaal verkeerd beoordeeld. 11.Kxd1 gxf6 12.fxe4 Pc6 13.c3! Tg8 14.g3 Td8+ 15.Pd2 Pe7 16.Kc2! Het lijkt allemaal heel eenvoudig zoals Salov het speelt, maar je moet het maar eens proberen na te doen! Als zwart nu op f5 slaat, krijgt wit op e4 een formidabel veld voor zijn andere paard. Het sterke paard en de meerderheid op de damevleugel stellen zwart ook dan voor onoverkomelijke problemen. 17.... Kd7 17.Tad1 Kc6 Aardig is 17..... Ke6 18.Pb3 Txd119.Pc5 mat. 18.Pf3 Txd1 19.Pxe7+! Na 19.Txd1 Pxf5 20.exf5 Lh6! kan zwart zich redden. Het witte paard kan dan niet meer naar e4. 19..... Lxe7 20.Txd1 Td8 21.Txd8 Lxd8 22.Ph4 Le7 23.Pf5 Lf8 24.b4! Met ijzeren consequentie speelt wit het eindspel uit: Hij creëert een verre vrijpion op de a-lijn en dringt met zijn koning binnen.

 

24..... Kd7 25.Kb3 Kc6 26.Kc4 a6 27.a4 b6 28.g4 b5+ 29.Kb3 Kd7 30.Pe3 Lh6 31.Pd5 Lg5 32.c4 Kc6 33.Pc3! bxc4+ 34.Kxc4 Lh4 35.Pd5 Lg5 36.h3 Lh4 Zwart verkeert min of meer in zetdwang hetgeen wit in staat stelt om zodanig te manoeuvreren, dat een vrijpion op de a-lijn tot stand komt. 37.Pe7+ Kd7 38.Pf5 Le1 39.b5 axb5+ 40.Kxb5 Ld2 41.Kb6 Le1 42.a5 Lf2+ 43.Kb7 Ke6 44.Kc6. Zwart gaf het op. Wit speelt a6, brengt zijn paard via b6 naar c8 en speelt a7 (Salov in New in Chess).

Men kan zich afvragen, wat het nut is van een schaakdatabase met tienduizenden partijen als men in een zo gangbare opening al na 6 zetten de kluts kwijt is zoals Ljubojevic hier. Salov, die slechts een of twee keer in zijn leven deze opening heeft gespeeld, won het toernooi met overmacht! Dat is ook geen aanbeveling om je vol te proppen met door machines uitgespuwde schaakzetjes. En... misschien is het Siciliaans toch zo moeilijk niet!
 

Salov had na afloop van bovenstaande partij een gesprek met de 84-jarige Najdorf, de uitvinder van de variant, die liet zien hoe Ljubojevic het wel had moeten doen.

Tartakower-Najdorf, Amsterdam 1950.
1.e4 c5 2.Pf3 d6 3.d4 cxd4 4.Pxd4 Pf6 513 e5 6.Lb5+ Pbd7!!
Lodewijk Prins noemde in het toernooiboek 6…. Ld7?, wat Ljubojevic dus 44 jaar later speelde, zeer opmerkelijk, de standaardvariant! Najdorf was een speler met een groot inzicht in openingsproblemen: Als hij eens per ongeluk op onbekend terrein was terecht gekomen, wist hij meestal intuïtief de juiste weg te vinden: 'Bin ich nicht genial?', klonk dan zijn retorische vraag door de zaal. 7.Pf5 d5! De clou van het zwarte systeem. Zwart offert een pion voor vrij en beweeglijk stukkenspel. 8.exd5 a6 9.Lxd7+ Dxd7 10.Pe3 b5 11.b3. De aanbeveling van Prins,11...c4 bxc4 12.Pc3, lijkt een fractie beter. 11… Lc5 12.a4 Tb8 13.axb5 axb5 14.Dd3 0-0 Wit staat reeds erg moeilijk. Kort rokeren gaat niet goed wegens 15..... Pxd5 en bovendien moet rekening gehouden worden met het verder openbreken van zijn stelling door e5-e4. 15.Pc3 Ph5 16.g3 f5! 17.Ld2 Pf6 18.Pe2 Te8 19.c4 e4! Het was tijd geworden om nog wat meer vuur in de stelling te brengen. Wit tracht de oplaaiende brand te blussen. 20.fxe4 bxc4 21.bxc4 Pxe4 22.Pd1 Er dreigde 22..... Pxd2. Wit staat verloren. Zie de nutteloze treurigheid van de witte vrijpionnen op d4 en d5. Er volgt een briljant slot. 22..... f4!!

In het toernooiboek slaagt Lodewijk Prins erin deze partij te bespreken zonder ook maar een uitroepteken te gebruiken. Uit zijn schrale aantekeningen blijkt ook, dat hij noch de kwaliteit, noch de historische waarde van de partij beseft heeft. In het rondeverslag spreekt hij slechts over 'een nieuw specimen in de reeks huzarenpartijen van Najdorf '.
23.Tf1
De pion op f4 mag op drie manieren niet geslagen worden. Na 23.gxf4 Dg4! wint de dreiging 24.Pxd2 en Lb4(+) en na 23.Lxf4 wordt wit overweldigd met 23..... Lb4+ 24.Kf1 Dh3+ 25.Kg1 Lf5 (Prins). 23… fxg3 24.hxg3 Dh3 25.Le3 Er is geen redding meer. Op 25.Df3 (met matdreiging!) wint 25… Lg4! gemakkelijk. 25… Lb4+ 26.Pdc3 Lxc3+ 27.Pxc3 Dxg3+ 28.Kd1 Pxc3+ 29.Dxc3 Txe3
Wit gaf het op. Een prachtpartij van de glorieuze winnaar van Amsterdam 1950. (1. Najdorf 15, 2. Reshevsky 14, 3. Stahlberg 13,5 enz.) Een partij waar zelfs grootmeesters van de klasse van Ljubojevic nog wat van kunnen leren