Terug                                     Kramnik veegt Svidler van het bord                             PZC 7-7-1998
 

Om de openingsfase van een partij tussen grootmeesters met een beetje kennis van zaken te kunnen bespreken, moet je tegenwoordig eigenlijk dag en nacht in touw zijn om de nieuwigheden bij te kunnen houden. Toernooipartijen worden in een mum van tijd, bij voorkeur via Internet, over de wereld verspreid. De partijen worden in databases opgenomen en netjes naar opening gerubriceerd. Verzamelingen van meer dan een miljoen partijen zijn geen uitzondering meer.

Is schaken nog leuk op deze manier? Gelukkig is de theorie belangrijk, maar niet beslissend. Zelfs de grote meesters kunnen niet alles bijhouden.

Bovendien is het schaakspel zo rijk aan mogelijkheden, dat zelfs topschakers elkaar nog in korte partijen van het bord kunnen vegen.

Kramnik - Svidler. Dortmund, 1998.

1.d4 Pf6 2.c4g6 3.Pc3d5 4. cxd5 De ruilvariant blijft onverminderd populair. Wit krijgt een sterk pionnencentrum, dat zwart op zijn beurt probeert aan te vallen. 4.... Pxd5 5. e4 Pxc3 6. bxc3 Lg7 7. Lc4 e5 8. Pe2 Pc6 9. Le3 cxd4 Een belangrijke variant is 9... 0-0 10.0-0 Lg4 1113 Pa5 12.Lxf7+ Txf7 13.fxg4, zoals in enkele partijen tussen Karpov en Kasparov werd gespeeld. Zwart heeft voldoende compensatie voor de pion. 10. cxd4 Da5+ 11. Ld2 Dd8 Hier zijn 11.Dh5 en 11.Da3 alternatieven. In beide gevallen moet zwart hard vechten voor gelijk spel. 12. d5 Pe5 13. Lc3 0-0 14. Lb3 Db6 15. f4!! Een agressieve zet, waarmee in hoiere zin zwarts lot bezegeld wordt. 15... Pg4 16. Ld4 Da5+ 17. Dd2 Dxd2+ 18: Kxd2 e5! De enige manier om wits drukkende centrumoverwicht te bestrij den. 19. h3! Met behulp van een pionoffer weet wit zijn voordeel vast te houden. 19... exd4 20. hxg4 g5 Meteen 20... Lxg4 21.e5! is niet beter. 21. g3 Lxg4 22. e5 De prachtige witte pionnen zijn nu sterk als een huis. Zwart vecht voor een verloren zaak. 22.... Lxe2 Om als kleine schadeloosstelling voor zijn miserabele stelling een pionnetje over te houden. 23. Kxe2 Tfc8 24. Tadl Tc3 25. Td3 Tac8 26. d6 b5 Dit leidt tot een snel einde. Iets meer tegenstand was mogelijk met 26.... Td8. 27. Txc3 dxc3 Gedwongen. 28. e6 Kf8 29. e7+ Ke8

 

 

30. Lxf7+!! De bekroning van een onwaarschijnlijke centrumopmars van de witte pionnen. Zwart gaf het op. Als hij de loper neemt, marcheert de d-pion door, gaat de koning naar d7 dan wint e8D+.

 

De onvermoeibare en onverslijtbare Viktor Kortsjnoi heeft weer een formidabele prestatie geleverd door het toernooi van Sarajewo te winnen. Met een score van 7 uit 9 bleef de 67-jarige negen andere grootmeesters, waaronder toppers als Sokolov, Nikolic, Barejev, Georgiev en Piket voer. Hij pakte de jonkies bijzonder hard aan. Hij veegde ze snel van het bord, zoals in onderstaande partij, of hij kneep ze uit in lange eindspelen (tegen Nikolic en Piket). Op de vraag wie de grootste schaker aller tijden is, worden namen genoemd als Capablanca, Fischer, Karpov en Kasparov, maar Viktor Kortsjnoi hoort daar zo langzamerhand ook bij!

Kortsjnoi - Kozul. Sarajewo, 1998

1.d4Pf62.c4g63.Pc3Lg74.e4 d6 5. f3 0-0 6. Lg5 c6 7. Dd2 Pbd7 8. Ph3! Als zwart geen Lxh3 kan spelen, kan wit met Ph3 en Pf2 zijn stukken harmonisch ontwikkelen. 8.... a6 9. d5 Een nieuwe zet. Bekend waren Lh6 en Pf2. 9... cxd5 Hier was 9.... Pe5, om met b7-b5 verder te gaan, het overwegen waard. 10. cxd5 Pb611. Pf2 e6 De enige manier om onder het drukkende ruimteoverwicht van wit uit te komen. De consequentie is een zwakke d-pion. 12. dxe6 Lxe6 13. Td1 De8 14. Le3! Er is geen grootmeester in heden en verleden, misschien met uitzondering van Steinitz, die zoveel giftige pionoffers geeft aangenomen als Kortsjnoi. Het nemen van d6 was ook voor hem te gevaarlijk. Zwart antwoordt, net als in de partij met Pa4! En krijgt prachtig spel. 14.... Pa4 15. Pxa4 Dxa4 16. b3 Da317. Le2 Tfc818. 0-0 Pd719. f4 Lc3 20. Dxd6 Nu zat er niets anders meer op. 20.... Lb4 21. Dd4 Lc3 22. Dd3 Dxa2 23. Lg4! Zwart heeft al zijn stukken op de damevleugel geconcentreerd. Een mooie gelegenheid voor wit om aan de andere kant hard toe te slaan. 23.... Lxg4 24. Pxg4 Pf6 25. Ph6+ Kg7 26. e5! Pg8 Zwart ziet, dat 26.... Kxh6 onvoldoende is wegens 27.f5+ Kg7 (g5 28.Lxg5+! ! Kxg5 29.De3+ Kh5 30.Tf4!) 28.exf6 Lxf6 29.fxg6 hxg6 30.Txf6!! en trekt zijn paard terug. Het helpt niet.

 

 

27. Pxf7!! Lb4 Of 27... Kxf7 28.Dd5+ Kg7 29.Dxb7+ Kh8 30.Td7 en het is uit. 28. f5 Tc3 Op 28.... Kxf7 is nu 29.fxg6++ dodelijk. 29. f6+ Kf8 30. Dd7 Zwart geeft het op. Na 30... Txe3 31.Pg5! is het mat niet te pareren.

 

Als je tegen een grootmeester zo maar een beetje je eigen systeem speelt en je van de openingstheorie niets aantrekt, kan je gebeuren wat Sipke Ernst in het kampioenschap van Nederland overkwam.

Ernst - Sokolov. NK 1998 1.Pf3 d5 2.d4 c6 3.e3 Lg4 4.c4 e6 5. Pc3 Pd7 6. b3 f5 7. Le2 Ld6 8. 0-0 Pgf6 9. a4 De7 10. Lb2 0-0 11. h3 Lxf3 12. Lxf3 Tf7 13. Pb2 g5 14. La3 Lxa3 15. Txa3 Tg7 16. g3 g4 17. hxg4 Pxg4 18. Lxg4 Txg419. Kg2 Pf6 20. Th1 Pe4 21. Ta2 Tf8 22. Th3 Dg7 23. Del f4 24. exf4 Tgxf4

Wit geeft het op. Je kan maar beter op de 10e zet je dame weggeven, dan zo kansloos verliezen.