Retour                                                     STUNT WITTE PAARD                                  PZC 7-11-1980

De overwinning van Het Witte Paard op Charlois I in de derde ronde van de competitie kwam regelmatig tot stand. De 6,5-3,5 eindstand was de juiste afspiegeling van de krachtsverhouding en dat mag toch wel zeer opmerkelijk worden genoemd. Hoewel Charlois, vorig jaar nog hoofdklasser en reeds tweemaal kampioen van Nederland, niet meer het roemruchte team van eertijds is, hebben de Sassenaren een topprestatie geleverd. Er wordt nu zelfs voorzichtig over een eventueel kampioenschap en promotie naar de hoofdklasse gesproken. Maar dat lijkt ons toch wel een beetje te optimistisch.

Een van de beste partijen uit de wedstrijd tegen Charlois speelde Kees Nieuwelink.

Viergever (Charlois)-Nieuwelink (HWP).
1.e4 e5 2.Pf3 Pc6 3.Lb5
De Spaanse opening. Deze werd door een Spaanse priester Ruy Lopez in de zestiende eeuw uitvoerig geanalyseerd. Het is een opening die alle stormen van de tijd glansrijk heeft doorstaan. Van de moderne meesters staat hij op het repertoire van Karpov, Timman en Kasparov om er maar een paar te noemen. Een schaker, die nog nooit Spaans heeft gespeeld, telt eigenlijk niet mee! 3.....a6 Dit is de meest gangbare voortzetting, hoewel het geenszins een uitgemaakte zaak is, dat het ook de beste is. Ook 3.... Pf6 (de Berlijnse verdediging) is goed speelbaar. 4.Lc6 De ruilvariant. Lasker, wereldkampioen van 1894 tot 1922, heeft er in zijn glorietijd grote successen mee behaald. Nadat versterkingen tegen Laskers spelvoering waren gevonden, is de variant zeer lang uit de mode geweest, totdat de Zeeuw (!) Barendregt hem weer tot leven wist te wekken. In het voetspoor van Barendregt ging de grote Fischer hem ook spelen en sindsdien is het een regelmatige gast op de grote schaaktoernooien. 4…dc6: Dit wordt tegenwoordig nog uitsluitend gespeeld, hoewel bc6: ook wel speelbaar is.
5.0-0 
Dit is de voortzetting van Barendregt. De Zeeuwse variant dus! Lasker speelde altijd 5.d4 om na 5.... ed4: 6.Dd4: Dd4: 7.Pd4: zijn kansen in het eindspel waar te nemen. Hij had dan de gewoonte zijn f-pion naar f5 op te spelen en zijn e-pion op e4 te laten staan. Zijn tijdgenoten wisten er niet goed raad mee. Later hebben verschillende spelers {o.a. Aljechin) de kracht van het zwarte loperpaar aangetoond. Aljechin speelde Ld7 en rokeerde lang, een methode die goede kansen biedt en ook door Rubinstein verschillende malen met succes is beproefd. 5......f6 Een goede zet, die de laatste tijd een beetje door 5.... Dd6 is verdrongen. Vroeger speelde men de Zeeuwse variant niet, omdat men na 5. 0-0 bang was voor 5.....Lg4 6.h3! h5! Wit moet dan niet op g4 nemen, maar 7.c3 of d3 doen. Er ontstaat dan een scherpe strijd, waarbij de moedigste en best voorbereide speler in het voordeel is. 6.d4 ed4: Mogelijk is ook 6.... Lg4. 7.Pd4: Ld6 Deze zet wordt maar weinig meer gespeeld sinds men er in Poolse schaakkringen achter is gekomen, dat wit nu met 8.Dh5+ g6 9.Df3 Lh2:+ l0.Kh2: Dd4: 11.Td1 een kansrijk pionoffer kan brengen. In plaats van de gespeelde zet is wel mogelijk 7....c5. Wit houdt dan na dameruil een licht overwicht in het eindspel. 8.Le3 Wit kent de theorie dus niet voldoende. 8 .....De7! Zwart stuurt aan op een snelle lange rokade. 9.Df3 g6 10.Pd2 LO 11.Pc4 0-0-0 Zwart staat goed, ondanks het feit dat hij het loperpaar weer moet inleveren.  12.Pd6:  Overweging verdiende 12.b4, om met een pionoffer zo snel mogelijk lijnen naar de zwarte koning te openen. 12.... cd6: 13.Dg3 Blijkbaar om met Lf4 de pion d6 onder druk te zetten. Door goed getirned tegenspel komt van de witte plannen niets terecht. 13 ....c5!
Zwart is niet bang van een gat op d5. 14.Pb3  Misschien was 14.Pe2 beter. 14.... g5! Zwart wil zijn paard via h6 ontwikkelen. Slaan op e4 was riskant. 15.Pd2 Zwak. Wit had 15.Tfe1 moetendoen om 15.... Lc6 met 16.Pa5 te kunnen beantwoorden.
15.... Lc6 16.Tfe1 De6
Om een schaakje op g4 er uit te halen en Pc4 te verhinderen. 17.f3 Ph6! 18.b3 Pf7 19.Pc4 Pe5!

20.Pe5: fe5: 21.Dg5:? Wit neemt het pionoffer van zwart aan. Dat is natuurlijk je reinste zelfmoord: Ook 21.Lg5 gaat na 21...Tdg8 helemaal verkeerd, maar 21.Tad1 was nog goed speelbaar, hoewel zwart dan ook beter staat. 21..... Thg8 22.Dh6 Df7! Een zeer sterke zet, die wit moet hebben overzien. Wit is nu machteloos tegen de stormloop van de zwarte stukken. 23.Dh3+ Nog een fout, die meteen tot een catastrofe leidt. Beter 23.Tf1. Zwart heeft dan echter ook winnend voordeel. 23.... Ld7! Beslissend.  24.g4  Op 24.Dh4 komt 24.... Df3: 24.....h5 25.Kf2?! hg4: 26.Dg3 gf3: 27.Df3: Dh7 28.Dh1 Lg4 29.Tf1 Dh4+ Wit gaf het op! Een afschuwelijke nederlaag voor wit...