Retour                                    Spetteren met Koen                                                   PZC 2007

 

Een gezonde geest hoort in een gezond lichaam. Dat geldt natuurlijk ook voor schakers. Wie wel eens schaakwedstrijden bezoekt, zal zijn twijfels hebben of alle spelers daarvan op de hoogte zijn! Blijkbaar heerst bij velen de mening, dat je niet beter gaat schaken, als je een snelle honderd meter of een marathon kunt lopen! Er is natuurlijk wel een verschil tussen een gezonde wandeling een afmattende sportprestatie. Volgens Midas Dekkers schijnt het laatste zelfs helemaal niet gezond te zijn!

Het spelen van een zware schaakpartij eist lichamelijk veel van een schaker. Het is niet erg gezond om vier uur of langer onbeweeglijk op een stoel te zitten. De meeste spelers maken daarom af en toe een korte wandeling in de speelzaal.

In 1976 heeft men getracht om de prestaties van het Nederlandse schaakteam te verbeteren door looptrainingen in te lassen. Van die gebeurtenis bestaat een historische  foto, waarop een treurig troepje vaderlandse topschakers op een verlaten voetbalveld staat afgebeeld. De enigen die er zin in leken te hebben, waren bondscoach Hans Bouwmeester en de ‘looptrainer’ Viktor Kortsjnoi!

Hoewel het Nederlandse team later op de Olympiade in Haifa de zilveren medaille won, werd het experiment nooit herhaald! Het schaakspel heeft betrekkelijk veel spelers gekend, die door de veronachtzaming van het lichamelijk welzijn snel opgebrand waren en te vroeg het tijdelijke met het eeuwige verwisselden. De bekendste was natuurlijk de sympathieke kettingroker Michail Tal, waarvan Botwinnik ooit zei, dat hij de grootste schaker aller tijden zou zijn geweest, als hij beter voor zichzelf had gezorgd.

De omvangrijkste schaakmeester uit de geschiedenis was waarschijnlijk de Oostenrijker Georg Marco (1863 tot 1923). Hij werd wegens zijn enorme gestalte, zowel in de lengte als in de breedte,  Gross- Dick - und Breitmeister genoemd.

Van de eveneens meer dan zwaarlijvige Duitser Ludwig Rellstab werd gezegd, dat hij, door overgewicht geplaagd, zijn stukken niet voorbij de zesde rij kon zetten.

Constant Orbaan, schaker en internationale arbiter, ooit woonachtig te Middelburg,  bood hem eens aan om die taak van hem over te nemen! Door de verjonging van het schaakmeestergilde is de lichamelijke conditie en dus het uithoudingsvermogen van de spelers ongetwijfeld verbeterd, maar dat leidt niet altijd tot beter schaak. Zie echter de volgende hoogst amusante en spetterende offerpartij van ‘onze’ Koen Leenhouts uit de Belgische competitie:

K. Leenhouts - C. Sielecki, 2007.
1.e4 e5 2.Pf3 Pc6 3.Lb5 Pf6 4.De2 Lc5 5.c3 0–0 6.0–0 Te8 7.d3 h6 8.Le3 Lf8 9.Pbd2 a6 10.La4 b5 11.Lb3 Pa5 12.Lc2 c5 13.Pb3 Pxb3 14.Lxb3 Lb7 15.Pd2 d5 16.f4 exf4 17.Txf4 Ld6 18.Tf5 c4
(De witte opening is mislukt, maar daarom niet getreurd.)19.Taf1 cxb3 20.Txf6 gxf6 21.Dg4+ Kf8 22.Lxh6+ Ke7 23.Txf6 bxa2? (23...Le5! wint.) 24.Lg5!! Kf8 25.Dh5 a1D+ 26.Pf1.

 

 

26...Dc7 (26...Lxh2+ verliest ook: 27.Kxh2 Dc7+ 28.Pg3 Kg7 29.Dh6+ Kg8 30.Lf4 Te5 31.Pf5!!) 27.Dh8+ Ke7 28.Txf7+ Kxf7 29.Dh7+ 1-0. Fantastisch!